Het kanaal dat Noord-Holland in tweeën splijt

Identiteit provincies Boven en onder het Noordzeekanaal heersen totaal andere mores. Zelfs de cafés aan de noord- en zuidoever verschillen. „Wij hebben daar niets te zoeken.”

Als je in IJmuiden woont, ben je een ‘vissenkop’. Kom je uit Beverwijk, dan heet je ‘aardbei’. Bewoners van Heemskerk zijn ‘ezels’, Haarlemmers ‘muggen’. En o ja, het – nét niet rijmende – gezegde luidt: ‘Beverwijkers zijn zeikerds’.

Je krijgt het allemaal te horen op de Velserpont, die tussen IJmuiden en Velsen-Noord over het Noordzeekanaal vaart. Wie met passagiers en personeel praat, heeft het al snel in de gaten: beide oevers tonen hun eigen identiteit met genoegen. Tijdens de gesprekken gaat het vaker over de verschillen dan de overeenkomsten tussen de noord- en zuidkant.

Misschien wel het meest opvallend: niemand, maar dan ook niemand, noemt zich hier ‘Noord-Hollander’.

Dé identiteit van Noord-Holland bestaat niet. Daar is iedereen in de provincie, inclusief de bestuurders, het over eens. De op een na dichtstbevolkte provincie van Nederland is geen eenheid, maar een losse verzameling regio’s die zich nauwelijks met elkaar verbonden voelen. Een inwoner van de Kop van Noord-Holland heeft niets met Gooi en Vechtstreek. In West-Friesland voelt Haarlem héél ver weg. Om nog maar te zwijgen van Amsterdam, dat zichzelf graag als het centrum van de wereld ziet – en de rest van de provincie daar uiteraard niet bij nodig heeft.

De belangrijkste mentale grens in Noord-Holland is van eigen makelij. Een strook water van 21 kilometer lang en 300 meter breed, met de hand gegraven tussen 1865 en 1876: het Noordzeekanaal. „Het kanaal deelt de provincie op in twee helften”, zegt Jaap Bond, al twaalf jaar gedeputeerde voor het CDA (en zelf Volendammer). „Boven en beneden heerst een totaal andere mores.”

Ten zuiden van het Noordzeekanaal liggen Schiphol, het grootste deel van Amsterdam en de deftige districten (het Gooi, Haarlem en omstreken). Hier wonen overwegend welvarende mensen die zich Randstedeling voelen – als ze al een loyaliteit hebben.

Ten noorden van het kanaal is het landschap kaal. Hier regeren wind en water. De mensen zijn er nuchter, hardwerkend en allergisch voor bemoeienis van elders. Het kan geen toeval zijn dat de Spanjaarden in de Tachtigjarige Oorlog hier hun eerste grote nederlagen leden tegen de Hollanders.

De barrière bestaat al sinds mensenheugenis. Want voordat het kanaal werd gegraven, lag op die plek het IJ – toen een grote zeearm. De waterscheiding sneed het gewest Holland in tweeën, bijna tot aan Haarlem.

Het Noordzeekanaal is het enige kanaal in Nederland zonder zichtbare oeververbinding. Ooit waren er twee spoorbruggen, in Velsen en in het Westelijk Havengebied van Amsterdam. Die werden gesloopt, de laatste in 1983. Ze waren een sta-in-de-weg voor de grote vrachtschepen die door het kanaal voeren. Sindsdien moet het Noordzeekanaal het doen met tunnels.

En drie pontjes.

Pontje 1 IJmuiden-Velsen-Noord

Boven in de stuurhut van de Velserpont zit schipper Nicole Dijkhuizen. Vijf jaar vaart ze nu op en neer. Het pontvaren zit de familie Dijkhuizen in de genen: haar vader is hier schipper, haar zwager zit één pont verderop, bij Buitenhuizen. Haar broer en zus deden het werk ook.

Dijkhuizen is geboren IJmuidenaar. Vraag haar naar de verschillen tussen de noord- en zuidoever van het kanaal, en ze steekt van wal. IJmuidenaren zijn „amicaler en aanweziger” dan de bewoners aan de andere kant. Ze lijken een beetje op Amsterdammers: recht voor z’n raap, nooit verlegen om een praatje. „Ze zeggen meteen wat ze ergens van vinden. Misschien niet altijd op de goede manier, maar het wórdt gezegd.”

Kom je aan de overkant van het kanaal, zegt Dijkhuizen, dan zijn de mensen meteen een stuk bedeesder. Hoe noordelijker je gaat, hoe stugger ze worden. Dijkhuizen kan het weten: ze ging naar school in Castricum en sinds negen maanden woont ze in West-Friesland.

Maar ook in de IJmond zijn de verschillen groot, zegt Dijkhuizen. In theorie is er veel dat de oevers van het kanaal verbindt. Duizenden IJmuidenaren werken bij Tata Steel aan de overzijde van het kanaal, elke dag gaan zo’n duizend scholieren uit Beverwijk en Velsen-Noord met de pont naar de overkant. Maar zodra het feestweek is, kiest iedereen voor zijn eigen oever. „Als je in IJmuiden woont of in Velsen-Zuid, dan ga je naar de feestweek in Santpoort. Woon je in Beverwijk of Velsen-Noord, dan ga je naar Heemskerk.”

Pontje 2 Buitenhuizen-Assendelft

Wie langs het Noordzeekanaal op zoek is naar een versnapering, stuit bij alle drie de pontjes op dezelfde situatie: een grote, professionele uitspanning aan de zuidoever, een bescheiden keet aan de noordkant.

Bij de Buitenhuizerpont, halverwege IJmuiden en Amsterdam, heb je aan de zuidkant Cafetaria Visser. Familiebedrijf sinds 1970, wijd en zijd bekend, geliefde pitstop voor truckers en ander werkverkeer. Aan de noordkant: snackbar Koffiepost, sinds 1972 een oude, houten keet met een handjevol zitplaatsen.

Eigenaar Marco Post nam Koffiepost over van zijn vader. Aan de muur hangt een foto van de oude Post, tussen de schilderijtjes van molens, schepen en koeien. De klandizie, vertelt Post, bestaat in deze wintermaanden „voor negentig procent” uit vaste gasten uit de omgeving. „Veel gepensioneerden die een bakkie komen doen. Soms zelfs dagelijks.”

Nergens langs het Noordzeekanaal ervaar je de mentale barrière zo sterk als bij de Buitenhuizerpont. Veertiger Post, geboren en getogen in Wormerveer, nam in zijn hele leven „misschien drie keer” het pontje naar de overzijde. „Wij hebben daar niets te zoeken.” De collega’s van Cafetaria Visser heeft hij nog nooit ontmoet.

De vaste klanten aan de stamtafel, net als Post allemaal Zaankanters, delen zijn huiver voor „de overkant”. Het beperkte contact tussen beide oevers, zegt parketlegger Gerrit, is terug te voeren op een verschil in mentaliteit. „Hier in de Zaanstreek zijn we van ‘niet lullen maar poetsen’.” Zo zien ze het graag aan deze kant: de hardwerkende, arbeideristische Zaanstreek versus het elitaire Amsterdam – met z’n praatjes en hoge parkeerkosten.

„Die Amsterdammers vinden we toch een beetje luchtfietsers,” zegt Ton, eigenaar van een klusbedrijf.

Gerrit: „Amsterdammers zijn net Duitsers. Ze weten en kunnen alles beter.”

Ton: „In de Zaanstreek moet je gewóón doen. Als je hier als vertegenwoordiger van een bierbrouwer met een dikke auto aankomt, moet je hem uit het zicht van het café parkeren. Anders verkoop je nul bier.”

Pontje 3 Amsterdam-Zaandam

Hoe dichter je bij Amsterdam komt, hoe drukker het wordt. Op de Hempont, die het Westelijk Havengebied verbindt met Zaandam, zijn de passagiers vrijwel uitsluitend Zaankanters die in de hoofdstad komen werken. ’s Ochtends zijn de ponten vanuit Zaandam zó vol dat de passagiers „als sardientjes in een blikje” zitten, zegt schipper Niels Riezebos. Aan het begin van de avond komen ze weer terug naar huis, op hun scooters, fietsen en e-bikes.

Ook op de Hempont blijkt het wonderlijk gesteld met de Noord-Hollandse identiteit. Riezebos komt uit IJmuiden, pontwachter Danny Kip woont in Almere. Maar ze voelen zich in de eerste plaats Amsterdammer. De mannen stropen de mouwen van hun uniform op: op hun beider rechteronderarm prijkt een reusachtige Mokum-tattoo, inclusief het Andreaskruis.

In Eethuis ’t Zaanse Veer, aan de Amsterdamse kant, staat eigenares Martine Hop een broodje lever te maken. Ze komt uit Beverwijk – maar ook zij voelt zich bovenal Amsterdamse. „Als de huizen een beetje betaalbaar waren,” zegt ze, „was ik allang hierheen gekomen.”

Het beeld Kissing Couple op het Hempontplein, langs de snelfietsroute van Zaanstad naar Sloterdijk en Amsterdam Centrum. Foto Rink Hof /ANP

Hop wijst naar buiten. Aan het kanaal, naast de aanmeerplek van de pont, staat twee gigantische beelden: een jongetje en een meisje in boerenkiel. Ze geven elkaar een zoen. Kissing Couple XXXL, zo heten ze. De sculpturen, in Delfts blauw en negen meter hoog, werden anderhalf jaar geleden door de gemeente Amsterdam neergezet. Het idee was om het Westelijk Havengebied aantrekkelijker te maken voor fietsers, en toeristen het kanaal over te lokken, richting de Zaankant.

Aanvankelijk was er een ander plan: het jongetje moest aan de Amsterdamse kant komen, het meisje aan de Zaanse. Zo zouden de beide oevers „visueel naar elkaar lonken”, zegt fietsstimuleringsexpert Sandra Hueber, die het kussende stel voor de gemeente bedacht. Een poging om beide zijden van het kanaal symbolisch met elkaar te verbinden. „Het water is toch een barrière.”

Het ging niet door. Bewoners aan de Zaanse oever keerden zich tegen het plan: ze wilden onder geen beding een levensgroot beeld voor hun huis. Dus bleef het kussende stel met z’n tweeën aan de Amsterdamse kant van het kanaal.

De barrière van Noord-Holland is voorlopig nog niet geslecht.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.