Gevangene is niet veilig in Point Blanche

Mensenrechten Nederland worstelt met de erbarmelijke situatie in de gevangenis op Sint Maarten. Na orkaan Irma zitten nog 23 gevangenen in Nederland.

Gevangenis Point Blanche op Sint Maarten.
Gevangenis Point Blanche op Sint Maarten. Foto Souleyman. T Photography

De deursloten van de cellen zijn kapot, dus lopen bewakers rond met losse sleutels voor hangsloten. Gevangenen mogen officieel niet met z’n drieën in een te kleine cel, maar zitten dat vaak wel. De meesten bijna 24 uur per dag: luchten kan amper vanwege ontsnappingsgevaar. Er worden nauwelijks zinvolle activiteiten aangeboden zoals werk en opleiding. In de fitnessruimte lekt het, en er staat vooral defect materieel. Het weinige personeel dat er nog is, moet tientallen zware criminelen begeleiden.

De situatie in Point Blanche, de gevangenis van Sint Maarten, is al jarenlang zo slecht dat de Raad voor de Rechtshandhaving in zijn laatste rapportage uit oktober concludeerde dat Point Blanche „in de huidige staat zowel qua humane detentie als qua werkplek volledig ongeschikt is”.

De Raad houdt toezicht op de gevangenissen in het Caribisch deel van het Koninkrijk, en spreekt in eerste instantie Sint Maarten aan, dat als autonoom land binnen het Koninkrijk verantwoordelijk is voor de gevangenis. Maar de Raad vraagt ook Nederland om „een actieve rol” binnen de Koninkrijksregering, omdat de regering van Sint Maarten de situatie in de gevangenis al jaren niet verbetert en de mensenrechten in het geding zijn.

Gerard van Voorst is hoofdinspecteur van de Raad voor de Rechtshandhaving. Tijdens zijn inspecties trof hij op Sint Maarten gedesillusioneerde gevangenen aan. Zij vroegen hem in gesprekken hoe lang de situatie nog moet voortduren en waarom het Koninkrijk niet ingrijpt, vertelt hij. Hij is bezorgd om het lot van de gedetineerden na vrijlating, maar ook om de veiligheid van de samenleving: in Point Blanche vindt amper resocialisatie plaats, waardoor criminelen – onder wie veel recidivisten – na hun straf zonder meer op straat komen te staan.

Van Voorst heeft de toestand in Point Blanche de afgelopen jaren erger zien worden. Niet dat de boel op orde was toen hij in 2015 met zijn inspectiewerk begon. Een paar maanden daarvoor had een gedetineerde geprobeerd een medegevangene met een zelfgemaakte machete dood te steken. Een jaar later vond de eerste liquidatie plaats, met een binnengesmokkeld vuurwapen. „Je hoefde je binnen de muren nooit per se veilig te wanen”, zegt Van Voorst. In Point Blanche zitten veel gedetineerden vast voor moord, doodslag, gewapende overvallen en drugshandel.

Vorig jaar juli was Sint Maarten nog verre van hersteld van de schade na orkaan Irma. Lees ook: Op Sint Maarten kunnen velen slechts afwachten

Overvolle cellen

Orkaan Irma zorgde in september 2017 voor nog grotere problemen: een deel van de buitenmuur werd weggeslagen. „Vóór Irma was het al relatief eenvoudig om de boel te gijzelen of om te ontsnappen, maar door het omwaaien van een deel van de buitenmuur werd nog een barrière weggenomen”, vertelt Van Voorst. Als noodoplossing voor de beveiliging werd een paar maanden lang de hulp ingeroepen van de marine. Door de verwoestingen van de orkaan kan ongeveer de helft van de bijna 150 celplaatsen niet worden gebruikt.

Voor het werk van het Openbaar Ministerie (OM) op Sint Maarten is dat een groot probleem. De bruikbare cellen zitten overvol, bij iedere nieuwe veroordeling tot een celstraf kijkt justitie of er plek in Point Blanche kan worden gemaakt. Om plaats te maken werd al vier keer een gedetineerde vóór het einde van zijn straf vrijgelaten. Hoofdofficier van justitie op Sint Maarten Mirjam Mol verwacht dat dit de komende tijd vaker nodig is. De criminaliteitscijfers op Sint Maarten – inwonertal: ruim 40.000 – zijn relatief hoog. Vorig jaar werden er 552 strafzaken behandeld en vonden er tien moorden plaats op het eiland. Het OM adviseert de regering welke gevangenen vervroegd vrijgelaten kunnen worden als het nodig is. „Hele gevaarlijke mensen komen hier natuurlijk niet voor in aanmerking.”

De overbevolking in Point Blanche is ook voor Nederland een probleem. Om Sint Maarten na Irma bij te staan, werden 31 gedetineerden overgebracht naar Nederland, en 28 naar Curaçao. Dit was een oplossing voor een half jaar, zodat de regering van Sint Maarten de tijd had om de gevangenis op orde te krijgen. Doordat dit niet gebeurde, zitten nog altijd 23 gevangenen in Nederlandse cellen. Acht gedetineerden keerden het afgelopen jaar in afwachting van hun vrijlating terug. Van de groep die nog in Nederland zit, moet Sint Maarten sinds 1 november de verblijfskosten betalen: 265 euro per gevangene per dag.

Nederland worstelt met de terugkeer van de gevangenen. In oktober veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens Nederland tot het betalen van een schadevergoeding van 5.000 euro aan een Italiaanse casinobaas. Die had onder „inhumane omstandigheden” in een politiecel op Sint Maarten vastgezeten. Het „verbod op onmenselijke behandeling” was geschonden, oordeelde het Hof.

Point Blanche op Sint Maarten. Foto Souleyman. T Photography

Waarschuwing ambtenaren

Nederland, dat de rekening doorstuurde naar Sint Maarten, vreest dat het vaker een tik op de vingers krijgt wegens schending van de mensenrechten als Sint Maartense gevangenen naar de Point Blanche-gevangenis worden teruggezonden. Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) heeft hierover advies ingewonnen bij zijn ambtenaren. Die waarschuwen, in interne notities in handen van NRC, dat het terugsturen „juridisch niet onomstreden is”. Ze schrijven aan Dekker: er bestaat „een reëel risico” op het „schenden van fundamentele rechtsbeginselen waarop u politiek kunt worden aangesproken”.

Een andere zorg van Nederland is dat de overbevolking van de gevangenis zelfs kan leiden tot „opschorting van de strafvervolging” op Sint Maarten, staat in de vertrouwelijke stukken. Hoofdofficier Mol ontkent dat hiervan sprake zal zijn. „We willen gewoon de straffen vragen zoals wij vinden dat ze moeten worden opgelegd.”

Op het ministerie circuleren nu verschillende scenario’s, van blijven wachten op verbeteringen door Sint Maarten zelf tot direct ingrijpen door Nederland via de Rijksministerraad. Nico Schoof, voorzitter van een commissie die sinds 2010 in de gaten houdt hoe Sint Maarten functioneert als autonoom land, zou het liefst een middenweg zien: „Sint Maarten kan het niet alleen. Er is maar één land in het Koninkrijk met voldoende expertise en middelen. Dus Nederland: kom over de brug.”

Voor zo’n regeling is politieke wil aan beide kanten nodig. Op Sint Maarten is te grote bemoeienis vanuit Den Haag politiek omstreden. Nederland staat ook niet te springen omdat het vindt dat Sint Maarten zelf veel te weinig verantwoordelijkheid neemt. Daarom blijft staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties, CDA) in Kamerdebatten herhalen: het is in de eerste plaats een probleem van het land zelf.

Volgens de minister van Justitie op Sint Maarten, Cornelius de Weever, is het eiland met de aanpak van de gevangenis inmiddels „op de goede weg”. Hij noemt een aantal zaken die sinds zijn aantreden vorig jaar zijn aangepakt: de buitenmuur is grotendeels hersteld, de lekkage aan het dak is aangepakt en het Nederlandse bedrijf Chubb gaat „de komende weken” aan de slag met herstel van het elektronische beveiligingssysteem. Nico Schoof was vorige maand nog in de gevangenis en bevestigt dat er „een lichte verbetering” zichtbaar was. „We zagen daken die waren gerepareerd, nieuw prikkeldraad en gevangenen die aan het opruimen of schilderen waren.”

Gezocht: extra beveiligers

Bezorgder is Schoof om het personeelsbestand, dat hij „volstrekt onvoldoende” noemt. Hoewel er zo’n honderd mensen op de loonlijst staan, werken er volgens Schoof slechts dertig à veertig ook echt. Point Blanche wordt geplaagd door langdurig ziekteverzuim en door het feit dat personeel simpelweg niet meer komt opdagen. Vaak heeft dat te maken met de moeilijke omstandigheden in de gevangenis, zegt Schoof. „Mensen hebben stress of zijn bang, zeggen ze mij. Je werkt ook niet met hotelgasten, maar met hele gevaarlijke gevangenen.”

De Weever zegt dat „gewerkt wordt” aan het werven van nieuw personeel, inclusief een nieuwe directeur. Zo heeft hij vacatures laten plaatsen voor tien extra fulltime beveiligers. Volgens de laatste cijfers zijn er nu vier beveiligers op zestig gevangenen.

Minister de Weever vraagt begrip voor de trage voortgang. „Mensen vergeten snel wat wij na Irma hebben meegemaakt.” Hij zegt dat zijn land door de kosten voor de wederopbouw ook moeite heeft de benodigde investeringen in de gevangenis te doen. Hij betreurt het dat Sint Maarten het verblijf van zijn gedetineerden in Nederland inmiddels zelf moet betalen. „Van Curaçao krijgen we geen rekeningen.”