Opinie

Engels, daar kan het Nederlands niet tegenop

Onderwijsblog Engels spreken, ook tegen Nederlandse medestudenten, verschaft status en wordt een signaal dat je erbij hoort, schrijft Sebastien Valkenberg.

Robin van Lonkhuijsen/ANP XTRA

Grote ophef toen deze week bekend werd dat de studie Nederlands verdwijnt aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Maar waarom eigenlijk? Natúúrlijk houdt de opleiding op te bestaan. Dit is het resultaat als universiteiten en beleidsmakers jarenlang uitdragen dat Engelstalig de nieuwe norm is.

Tot nog toe was dit grofweg hoe de discussie over de verengelsing van het hoger onderwijs verliep: aan de ene kant de tegenstanders, die waarschuwen voor een verlies aan kennisoverdracht. Aan de andere kant de voorstanders, die wijzen op de voordelen. Als het taalniveau onder de maat is, repareert een bijspijkercursus Engels dat wel.

Je krijgt de indruk dat het om een technisch vraagstuk gaat, dat zich met nuchtere analyse laat oplossen. Een misvatting. Bij internationalisering lopen de gemoederen iets minder hoog op dan rond Zwarte Piet, maar het scheelt weinig. Ze is de morele imperatief van een kosmopolitische elite uit de Randstad, aldus planoloog Josse de Voogd (Tilburg University) een tijdje terug in De Groene Amsterdammer (6 september 2017). Wie tegen is, heeft iets uit te leggen.

Zoals wie kanttekeningen plaatst bij de instroom van studenten. Dat aantal is in tien jaar verdubbeld; moet daar geen rem op? De discussie speelde vorig jaar rond deze tijd. Eén van de suggesties was een numerus fixus. Een zakelijke kosten-batenanalyse bleek lastig. “Het is niet goed voor ons imago als we internationale studenten weigeren”, reageerde Freddy Weima, directeur van Nuffic. Ook D66-kamerlid Paul van Meenen ging op de morele toer. Hij waarschuwde voor “eigen volk eerst”. Dat is, voor wie het niet meer weet, de slogan van Janmaats Centrumdemocraten in de jaren tachtig.

Merkteken

Nu zijn bestuurders altijd bang geweest boot te missen – weinig zo erg als het vignet ‘conservatief’ opgespeld te krijgen. Historicus James Kennedy wees deze karaktertrek aan als oorzaak voor de (relatief) vreedzame jaren zestig in Nederland. De revolutie die elders uitbrak, was onnodig, omdat beleidsmakers toch al meebewogen met de progressieve mores. Het geloof “in de onverbiddelijke komst van het ‘moderne leven’” blijkt onverminderd sterk.

Maar ook studenten nemen opzichtig een voorschot op de nieuwe tijd. Vorig jaar bracht Vrij Nederland (30 maart 2018) het hedendaags studentenactivisme in kaart. In het artikel kwamen ook leden van de University of Colour aan het woord. “Ze willen in het Engels worden geïnterviewd,” noteerde de journalist, “al spreken ze beiden prima Nederlands.”

De Engelse taal is dus geen oplossing voor een praktisch probleem, zoals in een collegezaal met studenten uit alle windstreken. Die vele windstreken ontbraken op het terras waar het VN-interview plaatsvond. Dan kan minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) wel zeggen dat verengelsing niet altijd goed is, zoals ze vorig jaar deed. Het is de vraag of de waarschuwing iets uithaalt als het Engels een merkteken is

‘I’m Dutch, sorry’

Nu bestaat de University of Colour uit een handjevol activisten die hun jargon ontlenen aan Amerikaanse Social Justice Warriors. Hoe representatief is zij eigenlijk? Het klopt dat niet alle studenten de Engelse taal statusverhogend vinden. Maar om te zeggen dat het een marginaal verschijnsel is, nou nee.
Tot grote verbazing van Kyuri Kim (28), die uit Zuid-Korea kwam om in Amsterdam aan het conservatorium te studeren. Nederlands leren lukte maar niet, zei hij destijds tegen Metro (18 november 2014). “Ik heb het wel geprobeerd maar Nederlanders praten te graag Engels. Elke keer als ik Nederlands wil praten, schakelt iedereen weer over op Engels.”

Vanwaar toch die gretigheid? Vermoedelijk door het morele prestige dat eraan verbonden is. Koketteren met de juiste denkbeelden kan op verschillende manieren. Die verontwaardigde tweet over Trump is zo verstuurd, maar het Engels blijkt zich er ook uitstekend voor te lenen.

Een Leidse studente zag het gebeuren toen ze zich aanmeldde voor International Studies. “Ik heb me altijd geïnteresseerd in andere mensen, landen, culturen en talen”, schreef ze vorig jaar in het Leidse universiteitsblad Mare (26 april 2018). “Deze studie zou mij veel bijbrengen op dat gebied, dacht ik.” Dácht ze, want ‘internationaal’ stond niet alleen voor de inhoud van het curriculum, maar bovenal voor een norm die studenten aan zichzelf opleggen. Ze praten consequent Engels, niet alleen tijdens college, ook in de koffiepauze terwijl alle gespreksgenoten Nederlands zijn.

Hun wortels zijn er dan ook om ferm afstand van te nemen. “I’m Dutch, sorry, it’s boring”, klonk het meermaals in de collegezaal. Een veelzeggende reactie, die laat zien dat de moraal ook een aardig deuntje meeblaast in de discussie over de voertaal op universiteiten. Wel of geen Engels? Ook deze kwestie vormt de inzet van de culture war die sinds enkele jaren woedt. Nederlands aan de VU is slechts het meest in het oog springende slachtoffer.

Sebastien Valkenberg is filosoof en schrijver.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.