Recensie

Recensie Theater

‘Don Caravaggio’ is een vlijmscherpe satire op kunstzinnige decadentie

Theater In de briljante satire ‘Don Caravaggio’ rekent Charli Chung op ongenadige wijze af met de mythe van de vrijgevochten kunstenaar – en componeert hij er tegelijkertijd een lofzang op.

Meer dan anderhalf uur theaterspektakel in ‘Don Caravaggio’.
Meer dan anderhalf uur theaterspektakel in ‘Don Caravaggio’. Foto Bas de Brouwer

„Hier ben ik dan eindelijk! Ja, het gaat hier immers over mij.” Licht geïrriteerd over het feit dat hij pas in de derde of vierde scène van ‘zijn’ stuk ten tonele wordt gevoerd introduceert Michelangelo Merisi da Caravaggio (Marius Mensink) zich. Aangenaam. Don Caravaggio. Libertijn. Genie. Kunstenaar. Probeer niet in katzwijm te vallen.

Lange tijd functioneert Don Caravaggio, de nieuwe voorstelling van de talentvolle theatermaker Charli Chung (1995), als een vlijmscherpe satire op het beeld van de kunstenaar als vrijgevochten genie. De fenomenale tekst van Bart van den Donker (deels gebaseerd op Molières Don Juan), de vaste creatieve partner van Chung, schept er een duivels genoegen in om een beeld te creëren van een kunstenaar die het normaal vindt dat alles en iedereen in het teken staat van zijn eigen driften en impulsen. Zijn omgeving blijft daarbij niet buiten schot: Caravaggio’s geliefde Dona Elvira (Judith van den Berg) en hun respectievelijke dienaars Sagnarel (Thomas van Luin) en Guzman (Teun Donders) onderwerpen zich schoorvoetend maar uiteindelijk gewillig aan het après-moi-le-déluge-liberalisme van de grote kunstenaar. De voorstelling geeft zo een schrijnend idee van de wegkijkcultuur bij grensoverschrijdend gedrag binnen de kunstwereld.

Wat Don Caravaggio echter boven het niveau van een (briljant uitgevoerde) klucht tilt, is dat de voorstelling ook de emancipatoire kanten van vrijheidsdrang niet uit het oog verliest. Het stuk vormt tegelijkertijd een kritiek op kunstzinnige decadentie en een viering ervan. Wat schuilt er een euforische levensvreugde in het schaamteloos uitzinnige acteerwerk, de vindingrijke dialogen („laat me tussen je tanden steken en stook me er nooit meer tussenuit”) en de weerbarstige, genderfluïde kostuums van Kevin Pieterse.

Na meer dan anderhalf uur theaterspektakel is het sobere slot verpletterend. In de twee laatste scènes brengt Chung alles terug tot de essentie: kunst en liefde zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ten goede en ten kwade.