D66 houdt niet genoeg van dieren, vindt Henriëtte Prast

Henriëtte Prast Ex-senator D66 Uit het niets belandde Prast in 2015 hoog op de senaatslijst van D66. Nu slaat ze de deur hard achter zich dicht.

Foto Robin van Lonkhuijzen / ANP

Zij is het voorbeeld van een Kamerlid dat pas bekendheid krijgt door haar vertrek: Henriëtte Prast. Het Eerste Kamerlid voor D66 is per onmiddellijke ingang opgestapt. Tevens heeft zij haar lidmaatschap van de partij opgezegd. Ze kon zich niet langer verenigen met het volgens haar weinig uitgesproken standpunt over dierenwelzijn van D66.

De druppel was de tegenstem van D66 in de senaat vorige week bij een motie van de Partij voor de Dieren waarin werd gevraagd de plezierjacht op fazant, houtduif, haas, konijn en wilde eend te verbieden. De motie werd verworpen met de stemmen tegen van VVD, CDA, ChristenUnie, SGP en D66 met uitzondering van Henriëtte Prast.

Zij was niet beschikbaar om haar standpunt nader toe te lichten. Tegen de Volkskrant zei ze: „Ik had gehoopt de partij tot andere inzichten te kunnen brengen.”

De 63-jarige Prast is nu nog deeltijdleraar Finance aan de Tilburg School of Economics and Management. Ook bekleedt zij vele toezichthoudende functies. Begin dit jaar trad zij toe tot de Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Voorts is zij toezichthouder bij de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie.

Voorzitter Hans Engels van de D66-fractie in de Eerste Kamer betreurt de stap van Prast om de Eerste Kamer en de partij te verlaten. Hij is volgens eigen zeggen deze week nog met het Kamerlid „in conclaaf geweest” in een poging haar te behouden maar dit is niet gelukt.

Dat Prast een radicaler standpunt over dierenwelzijn had dan haar partij, was bekend. Toen zij in 2015 in de Eerste Kamer was gekozen liet zij met instemming van haar D66-collega’s een ‘gravamen’ (voorbehoud) opnemen bij onderwerpen die raakten aan het dierenwelzijn.

In dat soort kwesties heeft zij afwijkend gestemd van de D66-fractie, zegt Engels. Ook keerde zij zich in tegenstelling tot de rest van haar fractie tegen de Wet natuurbescherming, de Wet grondgebonden groei melkveehouderij en de Wet invoering stelsel fosfaatrechten.

Het besluit van Prast om de Eerste Kamer voortijdig te verlaten is vooral symbolisch. Zij stond niet op de kandidatenlijst voor de komende verkiezingen van 27 mei wanneer de leden van de Provinciale Staten een nieuwe Eerste Kamer kiezen. Volgens ingewijden heeft zij zich teruggetrokken omdat de adviescommissie uit de partij haar op een in haar ogen te lage plaats had willen zetten.

Bij de verkiezingen van vier jaar geleden was de in D66 relatief onbekende Prast voor de tweede plaats voorgedragen. Maar de leden gaven bij een schriftelijke stemming de voorkeur aan Alexander Rinnooy Kan voor die plek waardoor zij op nummer drie kwam.

Tot die tijd had zij geen functies binnen D66 bekleed. Wel was zij een enkele keer bij de Tweede Kamerfractie van D66 langs geweest om deze te adviseren. In de Eerste Kamer manifesteerde zij zich niet echt politiek, eerder „een beetje professoraal”, zegt een ingewijde.

Vijftien jaar geleden toen Prast nog als onderzoeker aan De Nederlandsche Bank verbonden was schreef zij columns in Het Financieele Dagblad. Zij schreef daar op een laagdrempelige wijze over economie. Haar bijdragen droegen titels zoals ‘Het lippenstifteffect’, ‘Zondige vrouwen’ en ‘Decolleté als economische barometer’.

In 2011 tijdens een lezing op het Lowlands-festival lanceerde Prast het principe: ‘Carnivoor, geef het door.’ Volgens haar moest niet langer het eten van vlees de norm zijn maar het eten van plantaardig voedsel. Wie vlees wilde, moest daar om vragen. Deze omkering zou op deze manier een aanzienlijke bijdrage aan de oplossing van het klimaatprobleem kunnen leveren.

De Partij voor de Dieren probeerde later in de Eerste Kamer dit idee van de gedragseconoom in de praktijk te brengen met het voorstel om maaltijden in de senaat niet meer uit vlees en vis te laten bestaan. Een motie die dit bepleitte, werd echter niet in stemming gebracht.

Prast wordt opgevolgd door Marion Gout-Van Sinderen.