‘Bij geweld moet een handhaver terugstappen’

Erik Akerboom EN Jan van Zanen De Nationale Politie en de gemeenten zijn tegen het bewapenen van handhavers. „BOA’s moeten zich niet te klein maken.”

Eén ding willen ze graag benadrukken. Erik Akerboom, korpschef van de Nationale Politie, en Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht en voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), hebben enorme waardering voor het werk van de BOA’s. „Het zijn serieuze, goed opgeleide mensen,” zegt Van Zanen. „Ze zijn van onschatbare waarde en hun werk wordt iedere dag belangrijker.” Akerboom ziet „dat er op sommige plaatsen veel wordt gevraagd van BOA’s.”

Toch willen de hoogste politiebaas en de VNG-voorzitter ook duidelijk zijn: wapens, die krijgen de BOA’s niet. De eis van de vakbonden dat handhavers worden uitgerust met een wapenstok en pepperspray, wijzen Akerboom en Van Zanen van de hand. Verantwoordelijk minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) is dezelfde mening toegedaan.

Wel willen Akerboom en Van Zanen „beter samenwerken” met de handhavers. BOA’s zouden ruimer toegang moeten krijgen tot C2000, het communicatiesysteem van de politie. En BOA’s mogen overal in het land vanuit het politiebureau komen werken.

Hun belangrijkste argument tegen bewapening: het geweldsmonopolie hoort thuis bij de politie – en daar moet het blijven. „Als een handhaver wordt belaagd, mag hij zich verdedigen,” zegt Akerboom. „Maar als het gewelddadig wordt, moet hij terugstappen en de politie waarschuwen. Dan draait het om veiligheid, en dat is politiewerk.”

BOA’s zeggen: die grens is fictie. Ook bij het handhaven van de leefbaarheid krijgen we te maken met geweld en agressie.

Akerboom: „Dat is een probleem voor alle diensten die in de openbare ruimte werken. Je wordt geconfronteerd met assertieve, soms agressieve burgers die het maar niets vinden dat je hen aanspreekt. Mensen uiten zich sneller, gaan het debat aan. Daar ontstaat spanning. Als ik hier in uniform naar beneden loop, kan ik binnen de kortste keren gedoe hebben.”

Van Zanen: „Het is buiten niet altijd gezelliger geworden. Wat brandweermannen, baliemedewerkers of conducteurs soms aan agressie meemaken – dat is ongekend. Toch hoop ik dat niemand voorstelt: laten we hen ook gaan bewapenen.”

Akerboom: „Het hoort bij je professionaliteit als handhaver dat je daar niet een te tere ziel voor hebt. Maar het belangrijkste is dat de BOA weet dat als hij in de problemen raakt, de politie ook écht komt.”

Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA’s) krijgen op straat veel te maken met agressie – maar ze dragen alleen handboeien. Dus willen ze bewapend worden. Op pad met Matthijs en Bryan op de Amsterdamse Wallen.

Het probleem is alleen, zeggen BOA’s, dat ze vanwege het personeelstekort bij de politie steeds vaker worden ingezet voor politietaken.

Van Zanen: „Er is altijd spanning, ja. We hebben een handhavingstekort. Als burgemeesters hebben we tijdens de formatie om 4.500 extra agenten gevraagd. Het worden er de komende jaren 1.100. Dat zijn er te weinig, al doen we het ermee. In mijn gemeente piept en kraakt het, ik zou wel wat meer handhavers willen hebben. Maar als BOA’s andere dingen gaan doen dan in de sfeer van leefbaarheid, wordt het wel heel ingewikkeld. Wie legt dan waar verantwoording over af? Dan vervaagt het, en dat moeten we niet hebben.”

Akerboom: „We hebben de BOA’s hard nodig voor de aanwezigheid op straat. Maar we moeten oppassen dat ze niet een oplossing worden voor het tekort aan politie. Je moet een organisatie niet zoveel laten lijken op de politie, dat het eigenlijk gewoon politie is. De kracht van de Nationale Politie is juist dat we één organisatie zijn.”

Van Zanen: „Er wordt enorm goed samengewerkt, maar er zijn grenzen aan wat de BOA’s kunnen.”

Volgens sommige BOA’s worden zij door de politie niet voor vol aangezien.

Akerboom: „Dat gaat steeds beter. Ik zie handhavers als gelijkwaardige partners. De BOA’s zijn niet het kleine broertje van de politie. We gaan uit van respect voor hun baan.”

„Ook de BOA’s zelf kunnen er wat aan doen, door de politie op te zoeken. Ze moeten zichzelf ook niet te klein maken.”

Vinden jullie dat echt geen enkele BOA een wapen mag krijgen?

Akerboom: „Er zijn uitzonderingen. Gemeentelijke boswachters zijn ook BOA. Stel, je zit als boswachter op een eiland, omgeven door water, en je treft een agressieve stroper. Dan is de politie er echt niet binnen drie minuten. Bovendien zit je dan ook in een omgeving waar vuurwapens worden gebruikt. In dat geval mogen BOA’s wel bewapend worden.”

„Gemeenten mogen ook locaties tijdelijk aanwijzen als risicovol. Bijvoorbeeld een station. Ook daar mag een BOA dan bewapend worden.”

Een ander probleem, zeggen BOA’s, is dat burgers niet precies weten wat hun taken zijn.

Van Zanen: „Ik denk dat burgers die taken eerder overschatten dan onderschatten. Waar echt iets aan moet veranderen, is de taakverdeling van de verkeershandhaving. Het is niet handig dat een BOA wel een fietser staande mag houden als hij op de stoep rijdt, maar hem niet mag bekeuren als hij door rood licht rijdt. Dat is bijna niet uit te leggen.”