Recensie

Recensie Theater

Amusante satire over de toneelwereld van De Warme Winkel

Recensie In Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or van toneelcollectief De Warme Winkel ruziën de jonge en oude garde op geestige wijze over de waarde en de inhoud van theater.

Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or.
Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or. Foto Sofie Knijff

Het spel van de acteur was volgens de jury onontkoombaar, genadeloos en doorleefd, kortom een „wereldprestatie”. En nog won hij de Louis d’Or niet, de prijs voor de beste dragende mannelijke hoofdrol.

Met het op de hak nemen van het overspannen taalgebruik van de Toneeljury begint Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or van toneelcollectief De Warme Winkel. Het was de opmaat voor een amusant avondje postmoderne toneelsatire, waarin de lagen ironie als Perzische tapijten werden opgestapeld.

De satirische inslag blijkt al uit de titel en toch had Rietveld me even tuk. Na een inleiding over de Louis d’Or door een vijftal jonge acteurs, unisono uitgesproken, zette Rietveld zich met volle kracht aan de uitvoering van de monoloog De Wereldverbeteraar (1979) van Thomas Bernhard. Zo’n onverwachte uitvoering zou een anti-grap zijn die De Warme Winkel zou passen.

Vincent Rietveld in Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or van De Warme Winkel. Foto Sofie Knijff

Gezeten op een stoel speelde Rietveld ernstig en gedreven. Met theatrale gebaren zette hij zijn woorden steeds sterker kracht bij. In zijn toon en blik bleef een spoor voelbaar van de dubbelzinnigheid die het collectief kenmerkt, maar dat leverde een spannende afstandelijkheid op. Tot de vijf jonge acteurs (Kim Karssen, Lisa Schamlé, Rob Smorenberg, Mirthe Labree en David Westera) hem na een klein kwartier onderbraken met de vraag of hij dat stuk echt „helemaal” ging spelen. Tegen hun luide protest kon Rietveld alleen maar sputteren dat hij een keer theater wilde zonder „conceptuele kwinkslag”. Tevergeefs.

Revolutie

Nog steeds sprekend met één stem wierpen de vijf op dat theater niet moest gaan over het gemopper van een oude, witte man, maar over klimaat en inclusiviteit. Het klonk opzettelijk halfzacht en tenenkrommend braaf. Rietveld repliceerde dat excelleren „nobel” is. „Dat je de weg wijst, dat je laat zien hoe het moet.” Hij zag de commentaren al voor zich.

„Er is veel bullshit, maar Vincent Rietveld is een atleet van de ziel.” Waarop de vijf stelden, opnieuw op zijige toon, dat ze zich liever zouden herkennen in het „samen” dan in het individu.

Tot de malligheden in deze discussie behoorde de vanzelfsprekendheid waarmee de vijf van hun „minder geldingsdrang” doorschakelden naar een klimaatdebat over minder mensen en minder vlees eten. Rietveld repliceerde dat hij meer wilde zijn dan „een stukje afval producerende overbevolking”. Nadat hij veinsde tot inkeer te zijn gekomen over zijn misplaatste ijdele en ambitieuze plan met De Wereldverbeteraar, kwam hij alsnog met een eigen klimaattirade: tegen de hypocrisie van de jeugd die in de weekenden naar Rome en Barcelona vliegt.

Vincent Rietveld en zijn vijf jonge acteurs in Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or van De Warme Winkel. Foto Sofie Knijff

Zo stuiterde de discussie voort. De jonge garde verlangde revolutie en hekelde de ijdelheid van de oude garde en de 41-jarige Rietveld, als oude garde, hield onbeholpen vast aan sleetse formules over kunst en bespotte het engagement van de jongere garde.

Uiteindelijk klonk Rietveld nog het meest oprecht in de dankrede die hij zou houden als hij de Louis d’Or zou winnen. Hij pleitte ervoor dat theater geen verlengstuk van de opiniepagina’s moest zijn en dat theater zou ophouden met proberen de multiculturele samenleving te redden. Het slotwoord was voor de vijf, met hun fantasie hoe zij, als ‘kwintet-acteur’, zelf de grootste toneelprijs zouden winnen. Een genderloze prijs, uiteraard.