Abstract wit schilderij zorgt voor een explosie in de vriendschap

Interview In het wereldberoemde toneelstuk ‘Art’ van de Franse schrijfster Yasmina Reza maakt een schilderij een vriendschap kapot. Waldemar Torenstra, Thijs Römer en Frederik Brom spelen drie mannen die maar niet echt volwassen worden.

Waldemar Torenstra, Thijs Römer en Frederik Brom spelen vrienden die in conflict raken door een kunstaankoop.
Waldemar Torenstra, Thijs Römer en Frederik Brom spelen vrienden die in conflict raken door een kunstaankoop. Foto Annemieke van der Togt

Gewapend met een speelgoedpistool schiet Waldemar Torenstra het toneel op. Thijs Römer stuitert met een voetbal en Frederik Brom draagt een gekleurd feesthoedje en heeft een plastic zwaard aan zijn riem. Zo introduceert regisseur Paula Bangels deze drie vooraanstaande acteurs in het toneelstuk Art van de Franse schrijfster Yasmina Reza. Sinds de première in 1994 in het Parijse Théâtre des Champs-Élysées werd het wereldberoemd.

Het gaat over een jarenlang durende vriendschap tussen drie volwassen mannen, „maar jongens, dat zijn we nog steeds”, zegt Waldemar Torenstra na afloop van een try-out in Theater het Kruispunt in Barendrecht. Toch komt de vriendschap zwaar onder vuur als een van hen, de kunstminnende Serge, een schilderij koopt voor 120.000 euro. Torenstra speelt die rol: „Dat ik als Serge een schilderij koop, is nog niet het dramatische gegeven; wel dat het een geheel wit schilderij is, misschien met iets van oker of grijstinten erin, maar verder is het canvas puur wit. Mijn kameraad Mark gaat daarvan over de rooie. Hij verwijt me de vriendschap op het spel te zetten voor een wit schilderij, misschien heeft Serge zich wel laten ringeloren door een galeriehouder.”

“De gesprekken gaan over veel meer dan kunst alleen”

Regisseur Paula Bangels

De aankoop van het schilderij „zorgt voor een explosie in de vriendschap”, zegt Frederik Brom, die Mark vertolkt. „Voor Mark is deze vriendschap zijn belangrijkste bestaansreden. Ze hebben elkaar altijd kunnen vertrouwen en dachten aldoor hetzelfde, tot de komst van dit witte schilderij in Serges huiskamer.” Volgens Brom is het een van de mysteries van het stuk waarom Mark zo fel reageert: „Eigenlijk gaat het niet over dat schilderij, het gaat over andere zaken. Dat schilderij symboliseert het einde van de jongensvriendschap en begin van de volwassenwording. Mark is er bang voor dat de band met het verleden wordt doorgesneden.” De verzoenende rol tussen de rivalen Serge en Mark is weggelegd voor Thijs Römer als Ivan: „Wij spelen het stuk als een komedie pur sang, met satirische ondertoon.”

Immateriële waarden

Art gaat over de waarde van kunst, maar ook over immateriële waarden als vriendschap. De jongens zouden hun leven lang een ongecompliceerde omgang willen hebben, maar dat lukt niet: het schilderij vertegenwoordigt de confrontatie. Serge is de eerste die afhaakt. Dat veroorzaakt de paniek. Mark en Ivan klampen zich vast aan vroeger, Serge geeft een nieuwe wending aan zijn leven. Daartoe staat het schilderij symbool. „Het is wit en zuiver, en daar verlangt Serge naar”, zegt Torenstra, „hij is zijn huis aan het opruimen, zijn huwelijk dreigt uit te lopen op een scheiding en hij heeft nu al in het weekeinde zorg om hun kinderen. Vandaar de kisten met speelgoed en de namen erop: dochter Aukje, zoon Sven.”

In Art wisselen rake, razendsnelle dialogen over kunst, geld, vriendschap, liefde en trouw elkaar af. Soms is de toon cynisch, dan vol kameraadschap en begrip. De Vlaamse regisseur Paula Bangels had meteen een duidelijk idee bij de regie. „Ik wil het schilderij niet laten zien”, zegt ze beslist.

Dat is verrassend. In de eerdere Nederlandse uitvoeringen, en ook in buitenlandse, prijkt altijd prominent een wit schilderij in het decor. Bangels: „Ik vind dat uitleggerig. De gesprekken gaan over veel meer dan kunst alleen: het gaat over een gedeeld verleden in vriendschap en dat wordt bedreigd.”

Bangels werkt met improvisatie. „Bij onze eerste bijeenkomst zei ik tegen de acteurs: ‘Jullie gaan met zijn drieën een weekeinde in een huisje naar de Ardennen, kijk eens wat er dan gebeurt.’ Via improvisaties kom ik tot de kern van een voorstelling. De speelgoedkist is een gevolg van die improvisaties. Zet een aantal mannen samen, en snel vervallen ze tot jongensdingen: geweren, zwaarden, gekke invallen, teddyberen. Dat witte canvas ziet in onze voorstelling niemand in het echt, maar het hangt er wel. Zodra het schilderij wordt beschreven, kijken de acteurs de zaal in. Het schilderij hangt als het ware boven de hoofden van de toeschouwers. Als de spelers het in woorden oproepen, dan ziet iedereen het voor zich. Ieder met een eigen beeld van ‘wit’, van een ‘leeg’ schilderij. Daarmee benadrukken we dat Art eigenlijk een groot geheim is, een ongrijpbaar mysterie: hoe kan een ogenschijnlijk onschuldig schilderij zoveel drama in een vriendschap veroorzaken?”