Recensie

Betoverende uitvoering van Haydn en Mozart door Wiener Philharmoniker

Klassiek Een bijzonder geslaagde samenwerking tussen dirigent Ádám Fischer en violist Leonidas Kavakos met de Wiener Philharmoniker in het Concertgebouw.

Ádám Fischer dirigeert de Wiener Philharmoniker in het Concertgebouw
Ádám Fischer dirigeert de Wiener Philharmoniker in het Concertgebouw Foto Ronald Knapp

Uniek is het, dat deze week beide broers Ádám en anderhalf jaar jongere Iván Fischer dirigeren in het Concertgebouw. Vergelijken (hun compact energieke fysiek delen ze) is verleidelijk, maar de bijzonderheid schuilt vooral in het feit beiden op eigen wijze op het hoogste niveau actief zijn.

Ádám Fischers focus ligt op de Weense klassieken. Hij stichtte een eigen orkest voor Haydn, hij leeft voor Mozart.

Dat werd dinsdag duidelijk bij de Wiener Philharmoniker, als toegift besloot het orkest met een stukje uit Mozarts jeugdwerk Cassation KV 63. „Een leven is niet genoeg om Mozart te begrijpen”, zei Ádám Fischer tegen de volle zaal, die hij met droogkomische handwenkjes al vroeg op de avond in zijn zak stak. „Maar als je dit gehoord hebt, begrijp je iets beter waar de diepte van de Jupiter Symfonie zijn wortels heeft.”

Over wortels en traditie gesproken: een Weense avond met de Wiener Philharmoniker bleek een onderdompeling in spelcultuur. Wanneer hoor je überhaupt een symfonie van Haydn, laat staan zo gepolijst en intelligent uitgevoerd? De Weense houtblazers zijn fenomenaal: solisten die van elke melodie een lied maken. De strijkers betoverden door hun gave soepel te kunnen schakelen tussen de fijnste collectieve elegantie en een bonkige boertigheid. Ook in Mozart: het ‘Rondeau’ uit het Vijfde vioolconcert gaf je het gevoel dat Ádám Fischer je een kijkje voor én achter de gordijnen van het hof gunde.

Dat Fischer en de Wiener met violist Leonidas Kavakos samenwerkten, klopte ook. Kavakos is een violist bij wie je de viool vergeet – of van wie je in elk geval vermoedt dat hij op elk instrument een fenomeen zou kunnen zijn. Geen melodie klinkt „bedacht”: veeleer is het alsof Kavakos spelend spreekt, bogend op een enorme spelvocabulaire – soms broos aan de rand van de toets, soms met Stehgeiger-bravoure.

Mozarts Jupiter Symfonie vormde het klapstuk. Geen weerbarstigheid werd platgestreken: dit was een Mozart vol klankfinesse en complexiteit: om inderdaad nog heel lang over na te denken.