Armoede in het theater: meer dan een avondje empathie en zelfverwijt?

Sociaal theater Het is een opvallende en zelden geziene trend in het theater: de aandacht voor armoede. Verschillende voorstellingen buigen zich over de vraag hoe welvaart eerlijker verdeeld kan worden.

Een Avondje Armoede van de Firma Mes.
Een Avondje Armoede van de Firma Mes. Foto Joris-Jan Bos

„Wij proberen goede mensen te zijn”, is de eerste zin van Sociaal Kapitaal van toneelgroep Mugmedegoudentand. „En dat valt niet mee”, zegt het personage Eva Marie.

Het valt niet mee, omdat we leven in een wereld waarin de welvaart onevenwichtig is verdeeld. Dat etaleert Sociaal Kapitaal aan de hand van de personages Arthur en Wilma, een stel dat leeft in armoede. In hun pogingen zichzelf uit het moeras van schulden en hulpverlening te trekken, botsen ze met een ambtenaar van Sociale Zaken en een wethouder van Armoede.

Die aandacht voor armoede en de uitwassen van het kapitalisme vormt een kleine trend in het theater dit seizoen. Eerder al vroeg de voorstelling Thuislozen aandacht voor de schrijnende situatie van daklozen. Bij Een Avondje Armoede van Firma Mes bezocht de theaterbezoeker een inzamelingsactie voor de minder bedeelden. Het Belgische Ontroerend Goed maakt met Lies de giftige werking van speculatie inzichtelijk door de bezoekers zelf in de rol van casinokapitalist te laten kruipen. En van Ilay den Boer is nu En dus zal ik weer gaante zien, die hij maakte na research bij het Leger des Heils en die gaat over de lotgevallen van een ex-dakloze.

In de wijze waarop Arthur en Wilma klem zitten in de bureaucratie vertoont Sociaal Kapitaal overeenkomsten met de film I, Daniel Blake van Ken Loach. Die prachtige film gaat over de verwoestende effecten van regelkluwens en van sociale wetgeving die is uitbesteed aan commerciële bedrijven. Ook Arthur en Wilma stuitten op hulpregelingen die gepaard gaan met formulieren vol wollig taalgebruik en die een strakke planning eisen. Dat vraagt om een ordenend vermogen dat zij niet bezitten.

Sociaal Kapitaal van Mugmedegoudentand. Foto Jan Hoek

Sterker, de hulp voegt stress toe. Dat blijkt uit wat Arthur zegt als zijn vrouw het formulier voor de aanmelding van zoon Jordy voor het schoolreisje niet heeft ingeleverd bij Joke van de schooladministratie: „Als we dat [formulier] niet vandaag bij die Joke hebben, dan kan hij dus niet mee en dan komt Jeugdzorg en dan sociale dienst en dan huursubsidie en dan moeten we ons huis uit en dan gaan we dood.”

Het is de keten van onheil die de arme overmant. De uitleg van Wilma: „Ik snapte het niet. [...] Het was echt super niet normaal moeilijke zooi. Ik heb ’t weggegooid.”

Aan de kant van de rijken, de ‘geslaagden’ in het leven, staan behalve wethouder en ambtenaar ook de makers zelf. Eva Marie de Waal en Sieger Sloot, de auteurs van Sociaal Kapitaal (die ook alle rollen vertolken) voeren zichzelf op als personage, als de kunstenaars die aan filantropie doen, maar voornamelijk praten over de vraag hoe ze zich moeten verhouden tot armoede. Wat doe je dan?

Succes

De gapende tegenstelling tussen arm en rijk wordt pregnant uitgewerkt, met als treffendste metafoor de luxe om te dagdromen versus de angst om ten onder te gaan. Hun angsten en dromen verschillen grandioos. Eva Marie zegt: „Ik lig wakker van muizen, honden, het verkeer. [...] De gedachte dat ik invalide raak.” Terwijl Arthur in zijn meest romantische bui tegen zijn vrouw zegt dat hij haar ooit mee gaat nemen op vakantie. Als hij het geld heeft.

Het is de vraag hoe dit alles op het toneel gaat uitpakken – de première is vrijdag, 1 maart – en welke accenten Marlies Heuer in haar regie gaat leggen, maar met die postmoderne toevoeging van makers als personage gaat de tekst in de richting van satire. Geestig, maar minder bijtend dan Loach.

‘Een Avondje Armoede’ is een benefiet van een zangvereniging, met lootjes voor de tombola

De personages Sieger en Eva Marie discussiëren onder meer over de oorzaak van armoede . De term ‘Sociaal kapitaal’ verwijst naar het sociale netwerk waarvan mensen profiteren. Dat netwerk begint al bij de ouders, zegt Sieger. Dat Nederland een land is waar mensen succes hebben dankzij inzet en talent, is maar schijn. „We hebben hier geen gelijke kansen.” Als kind van rijke ouders krijg je meer. Daar kunnen geen zorgbudgetten en gratis muzieklessen tegenop.

Maar de gedachte aan meer delen en dus iets van haar welvaart te moeten afstaan benauwt Eva Marie. Haar bezwaar zet zich voort in een scène waarin de wethouder even radicale als groteske oplossingen voor de bestrijding van armoede voorstelt. Op dat punt aangekomen vlucht de voorstelling in obscure ideeëngymnastiek. De al te grimmige en gruizige werkelijkheid die Loach schetst, inclusief de dramatische ondergang van zijn personage, blijft in Sociaal Kapitaal op veilige afstand.

Armoede is voor de rijkeren met empathie en sociaal gevoel een aanleiding tot zelfverwijt, ook al leidt dat nergens toe. Voor de armen is armoede hun leven. Dat idee wordt ook breed uitgemeten in Een Avondje Armoede. De voorstelling, met romancier A.H.J. Dautzenberg als co-auteur naast de groepsleden van Firma Mes, is een benefiet van een zangvereniging, met lootjes voor de tombola, waarbij het publiek rondom aan cafétafeltjes zit. In Den Haag speelde zich dit af in een voormalige kerk, met collectezakjes voor de geldinzameling.

In het welkomstwoord was er meteen duidelijkheid: „De armoede gaat jullie blijkbaar aan het hart, en dat is goed. Goed voor de armen, dat spreekt voor zich, ze voelen zich daardoor gesteund. Maar ook goed voor jullie. Empathische mensen leven langer dan egotisten.”

Er volgden onder meer veelzeggende cijfers: „Eén op de negen kinderen groeit op in armoede.” In Nederland. Duidelijk werd ook hoe onmachtig de burger is om structuren te veranderen. De politici bepalen de regels, maar wat kan je doen als om je heen de zegeningen van het kapitalisme harder worden aanbeden dan solidariteit en gelijkheid? Bij Firma Mes verdween die relevante vraag gaandeweg onder de pogingen het luchtig en vrolijk te houden, met de malle fratsen van de karikaturale verenigingsleden.

Lies (£¥€$) van het gezelschap Ontroerend Goed.

Foto Michiel Devijver

Speculeer mee

Tegenover de vraag hoe armoede ontstaat, ligt de vraag hoe ongrijpbare rijkdom wordt gecreëerd. Op die kwestie richt het Belgische gezelschap Ontroerend Goed zich. Hun voorstelling Lies (gespeld £¥€$) zet op speelse wijze frontaal het mes in de krankzinnige wereld van de beurs.

Hun methode is fascinerend. De bezoekers werden in zestallen aan een soort black-jacktafel geplaatst. Na de aanschaf van een set fiches, elk ter waarde van 1 miljoen euro, mocht ieder zich een investeringsbank noemen. Het doel was je eindeloos te verrijken. Bij mijn bezoek aan de voorstelling was het podium van de Koninklijke Schouwburg ingericht als een duister casino. De zaal bleef leeg. De acteurs hadden een rol als croupiers, oftewel de ‘centrale bank’. Het beursverloop werd bepaald door met een dobbelsteen te gooien.

Eerst was het risico klein. Alleen als je 1 of 2 gooide, verloor je je inzet, fiches van 1 miljoen . Gaandeweg versoepelden de regels: we konden investeren met meer risico en hogere winsten, wat betekende dat je ook verloor bij het gooien van een 3 of 4. Maar één keer winnen dekte de verliezen ruimschoots en dus ging je als een echte durfkapitalist mee in het spel.

Bovendien kwamen er twee kaarten in het spel om ‘short’ te gaan en te speculeren op andermans verlies. Verloor de ander dan won jij: een amorele maar handige manier om je inzet terug te verdienen. En we konden fuseren. Een groter bedrijf loonde: de worp van de buurvrouw telde mee . De neiging om alsmaar groter in te zetten was onweerstaanbaar.

Onze centrale bankier verleidde ons ook tot handel in onderlinge schuldpapieren en obligaties (‘bonds’), waarvan de waarde werd bepaald door het succes van elke speeltafel. Het succes werd uitgedrukt in de rating; onze paarse tafel had eerst een A-rating en dus waren onze obligaties 5 miljoen waard. Die verkochten we goed in de zaal en we kochten goedkope obligaties terug, speculerend op koersstijging. Voortdurend wisselden deze en andere schuldpapieren van hand.

Gekte op de beurs? Complexe financiële producten? Lies maakte het voelbaar. Meest inzichtelijk moment was de demonstratie ‘fractual banking’. Dat ging zo: de centrale bank had 10 miljoen en leende er 9 uit aan speler 1. Die leende op zijn beurt 8 van de 9 miljoen uit aan speler 2. Enzovoort. Zo werd, bij zes spelers, van 10 miljoen in een toveractie van enkele seconden 39 miljoen gecreëerd. Het is virtueel geld, mogelijk gemaakt door nog zo’n vreemde bankregel: dat je maar een deel van wat je uitleent zelf in kas hoeft te hebben als dekking. Het gemak van geldcreatie was, zoals een bezoeker bij deze Engelstalige voorstelling zei: „Mindblowing”.

De boodschap

De crisis is ingecalculeerd en onderdeel van het spel. Van vier tafels in nood konden we er maar één redden. Onze tafel gokte op de overlevingskansen van de grijze tafel, waar we de waardepapieren dus van opkochten, maar die haalde het niet. De totale verliezen bij ons en elders in de zaal liepen in de honderden miljoenen. Wat nog altijd maar een fractie was van de eerder opgebouwde winsten. De Bank Ron, startkapitaal 20 miljoen, sloot af met 142 miljoen in kas.

De les van dit ludieke potje ervaringstheater was evident: kapitaalhandel is gebaat bij handel in transparante financiële producten en een stevige regulering. Daarmee sluit £¥€$ aan bij de andere voorstellingen. Van elk gaat een sterk verlangen uit: naar de menselijke maat, naar solidariteit, naar empathie én indirect naar een landsbestuur dat daar oog voor heeft. De onderliggende boodschap is politiek en idealistisch.

De drang om de wereld daadwerkelijk te veranderen blijkt onder meer uit het feit dat zowel bij De Thuislozen als bij Een Avondje Armoede hulpinstanties het theaterpubliek mochten vertellen over hun werk. In beide uitstapjes uit de theaterwerkelijkheid leverde dat gevoelvolle momenten op. Ontvankelijk gemaakt door de fictie kwam de harde werkelijkheid extra aan. Bovendien kreeg de bezoeker concrete manieren om te helpen aangereikt.

Goed doen is misschien niet makkelijk, maar de theatermakers staan u bij met hun twijfels en oplossingen.