Game over van Timothy de Gilde.

Foto Sanne Peper

Interview

Timothy de Gilde: ‘Mijn toneel moet taboes doorbreken’

Jeugdtheater Vorige week ging Game over in première. Ook in deze nieuwe jeugdvoorstelling snijdt Timothy de Gilde gevoelige thema’s aan. „Ik wil jongeren iets bijzonders geven, iets wat ze echt laat nadenken.”

Timothy de Gilde maakte bij Toneelgroep Oostpool en Theater Sonnevanck enkele van de meest bejubelde jeugdvoorstellingen van de afgelopen jaren. Met het gevoelige Bromance (2016), waarin de vriendschap van twee jongens onder druk komt te staan als een van hen verliefd wordt op de nieuwe jongen in de klas, won hij de Gouden Krekel, de belangrijkste jeugdtheaterprijs van Nederland. Pretpark (2017) en GTA5 (2015) werden allebei voor dezelfde prijs genomineerd. Het sterke aan het werk van Timothy de Gilde (36) is dat hij complexe onderwerpen als seksualiteit, genderfluïditeit of zelfmoord aansnijdt, zonder dat zijn voorstellingen moralistisch worden: De Gilde laat zijn personages oprecht met gewichtige kwesties worstelen en verliest daarbij nooit hun kwetsbaarheid of geloofwaardigheid uit het oog.

Het gevoel voor de belevingswereld van jongeren is deels te verklaren door zijn opleiding als theaterdocent – nog altijd maakt hij met enige regelmaat voorstellingen met jongeren. „Eigenlijk wilde ik acteur worden, maar ik kwam in Utrecht niet eens door de eerste ronde . Toen heb ik het in Arnhem geprobeerd, zonder dat ik goed en wel besefte dat ik daar auditie voor de docentopleiding deed. Maar toen ik er eenmaal mee bezig was, vond ik het erg leuk. Op die opleiding kwam ik erachter dat ik regisseur wilde worden. Na mijn afstuderen heb ik eerst als regie-assistent gewerkt bij Het Vervolg [nu Toneelgroep Maastricht, red.] en bij Oostpool – onder andere bij een van de eerste trailervoorstellingen, Blowing van Bert Geurkink.”

Timothy de Gilde.

Foto Daniel Cohen

De trailervoorstellingen van de Arnhemse Toneelgroep Oostpool (en later in coproductie met Theater Sonnevanck) vinden, de naam zegt het al, plaats in een omgebouwde vrachtwagen. De kleine ruimte en de beperkte capaciteit zorgen voor intimiteit, wat goed aansluit bij het werk van De Gilde. „Ik was meteen verkocht. Bij dit soort jongerentheater kwamen mijn regie-ambities en mijn docentachtergrond bij elkaar.” De Gilde wist Marcus Azzini, die later artistiek directeur van Oostpool zou worden, ervan te overtuigen om hem vanaf 2009 ieder jaar een trailervoorstelling te laten maken – iets wat hij tien jaar later nog steeds doet.

Hoe hebben je ideeën over theater zich in die tijd ontwikkeld?

„Ik denk dat ik me steeds meer de vraag ben gaan stellen: ‘als je jongeren een eerste theaterervaring geeft, wat wil je ze dan laten meemaken?’ Dan wil je ze ook iets bijzonders geven, iets wat ze echt laat nadenken, iets wat gaat over de wereld waarin ze leven. Ik heb geleerd om gevoelige thema’s aan te pakken. Mijn kritiek op mijn vroegere zelf zou zijn dat ik te veel bezig was met het pleasen van mijn publiek, en dat uitte zich vooral in harde humor en veel bravoure, voorstellingen die als een vuistslag voelden. Ik begon me af te vragen: kun je ook met kwetsbaarheid impact hebben? Ik durf nu gevaarlijker te zijn, oprechter, gevoeliger. Dat is ook best eng: ik denk dat ik me pas later stevig genoeg voelde als maker om die kwetsbare aanpak aan te durven.”

Wat bedoel je met impact? Gaat het dan om een kunstbeleving of ook om sociaal-maatschappelijke verandering?

„Ik denk dat die twee allebei belangrijk zijn voor me. Ik wil zeker dat mijn voorstellingen een visitekaartje voor het theater zijn, dat het publiek een beetje onder de indruk is van de spelers en van de kunstvorm. Maar ik vind het ook van groot belang dat de voorstelling een gesprek op gang brengt, en zo mogelijk taboes doorbreekt op het bespreken van moeilijke onderwerpen. In het geval van Bromance sprak ik een meisje dat vertelde dat zij en een jongen uit haar klas vanwege de voorstelling uit de kast waren gekomen, omdat ze het gevoel hadden dat er ruimte voor was gemaakt. Je kan het nooit voorspellen natuurlijk, maar dat is wel een effect waar ik naar streef.”

Hoe slaag je erin om aan te sluiten bij de belevingswereld van jongeren?

„Ten eerste is dat net zo goed de verdienste van de schrijvers met wie ik samenwerk: Joachim Robbrecht voor King Oeboe, GTA5, Bromance en Barbaartje en Magne van den Berg voor Gender, Ka-blamm en Game over. We hebben er alle drie plezier in om een balans te zoeken tussen artistieke kwaliteit en toegankelijkheid voor niet-ervaren, jonge theaterbezoekers. Ik denk dat het hem er vooral in zit dat de personages sympathiek en kwetsbaar zijn – je moet als kijker een beetje verliefd op ze worden, en dan ga je vanzelf mee in de dilemma’s waarmee ze worstelen.”

Je nieuwste voorstelling ‘Game over’ gaat over zelfmoord. Hoe ben je bij dat thema terechtgekomen?

„Eigenlijk was het al met Joachim ter sprake gekomen: na Bromance, een voorstelling over de liefde, bespraken we ook de mogelijkheid van een voorstelling over de dood. Nu de jeugdzelfmoordcijfers al enkele jaren stijgen voelde het voor mij en Marcus als hét moment om de voorstelling te maken. Op basis van losse dialogen over de dood die Magne had geschreven zijn we met de acteurs in gesprek gegaan. Uiteindelijk zijn we bij drie personages terechtgekomen: drie beste vrienden, van wie er een zelfmoord heeft gepleegd.

„Ik merk bij de eerste try-outs met publiek dat het stuk veel losmaakt. Vandaag was er een meisje op de eerste rij die moest huilen en dat vond ik zo dapper, dat je dat als scholier durft! Ik vind het heel tof dat pubers dat ook zo aangaan.”

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl.