Opinie

    • Frits Abrahams

Splinter bij het vuilnis

In de Jordaan, op de hoek van de Egelantiersgracht en de Lijnbaansgracht, voltrokken zich halverwege de morgen simultaan twee gebeurtenissen die een opmerkelijk contrast opleverden. Alleen de werkelijkheid kan zoiets verzinnen. Nou ja, romanschrijvers misschien ook, maar die worden ervoor betaald.

Eerst zag ik zo’n korte vuilniswagen die met draaiende borstels goten zuivert, begeleid door geüniformeerde vuilnismannen, die met bezems het voorwerk verrichtten. Ze passeerden een kleine cameraploeg die de jeugdige tv-presentator Splinter Chabot, staande op de brug met de gracht als pittoreske achtergrond, filmden. Splinter droeg een jasje met rode sterren, een spectaculair motief dat in zijn sokken terugkeerde.

Hij interviewde een vrouw en maakte weer een uiterst montere indruk, net als zijn vader vroeger op tv, terwijl hij zijn gulle lach over de gracht liet rollen. Ik weet niet of de JOVD, waarvan hij voorzitter is, nog lang plezier van hem zal hebben. Sommige van zijn uitspraken doen mij hieraan twijfelen, zoals deze in de Volkskrant: „Tja, Dijkhoff die in een interview Jetten wegzet als drammer. Dat is oncollegiaal, en bovendien goedkope verkiezingsretoriek.”

Ik vermoed dat Splinters toekomst eerder in de tv-wereld dan in de politiek ligt; hij lijkt me voor dat medium geboren. Aan wie deed hij me – met die bril en dat donkere haar – ook weer onweerstaanbaar denken? Natuurlijk, Buddy Holly. Zijn vader kan hem wel uitleggen wie dat ook weer was.

Twee totaal verschillende werelden spiegelden zich op die gracht even in elkaar. Splinter zal zijn handen in zijn nog korte leven vermoedelijk zelden hebben vuilgemaakt, die vuilnismannen van de gemeente Amsterdam deden de hele dag niet anders. Splinter ademt glamour, zo’n vuilnisman stof. Voor Splinter voelde ik sympathie, voor die mannen respect.

Ik had net in de buurtkrant van de Jordaan een artikel gelezen over de dagelijkse worsteling van de gemeente Amsterdam met het afval. Een op de vijf deelnemers aan een buurtenquête had last van vuilnis dat op een verkeerde dag op straat wordt gezet, onder anderen door Airbnb-toeristen. Ruim de helft van de bewoners ergerde zich aan volle prullenbakken, afval van de horeca, zwerfvuil, geopende of door vogels opengepikte vuilniszakken. Ook het grote aantal versleten en op straat gedeponeerde matrassen zou deels te wijten zijn aan het Airbnb-toerisme.

Nu moeten we Airbnb niet overál de schuld van geven. Een belangrijk deel van het afval op straat wordt veroorzaakt door bewoners die het niet zo nauw nemen. Als containers vol zijn, zetten ze hun zakken, dozen en flessen er doodgemoedereerd omheen. De vuilnisman ruimt het wel op – en hij doet dat ook nog.

De gewoonte van burgers om hun afval eventueel op straat achter te laten, heeft geleid tot de gemeentelijke aanschaf van gigantische, afstotelijke containers die het uitzicht op allerlei stedelijk schoon gedeeltelijk blokkeren. Zie de drie manshoge containers op de Prinsengracht tegenover de Westerkerk – drie vloeken voor het oog.

Dergelijke hoge containers moeten door lange mensen ontworpen zijn, want voor kleine mensen zijn ze nauwelijks te openen. Wie een klein, oud vrouwtje in de stad om hulp hoort roepen, zal geneigd zijn aan overvallers te denken, maar meestal is het de container.