‘Soms is het goed lelijk’

Van de straat Van de catwalk naar onze kledingkast. Voor welke modetrends wij vallen en waarom. Deze keer: werkmanskleding.

Foto's Cora Bronkers & Allard Faas

Wat?

Dat werkmanskleding het tot mode schopt is natuurlijk niets bijzonders – denk aan de spijkerbroek. Maar in sommige periodes is het prominenter aanwezig dan anders. In de jaren zeventig en vroege jaren tachtig met name, toen het een trend was onder mensen die een links gedachtegoed aanhingen. Rond 1990 werden traditionele werkmansmerken als Dickies en Carhartt populair. En ook nu is werkmanskleding in trek, wat te maken zou kunnen hebben met de activistische tijdgeest.

De overall is bezig met een comeback, het rechtstreeks van werkkleding afgeleide Bonne Suit van de Nederlandse stylist Bonne Reijn (bij de straatfoto’s te zien in okergeel) doet het al een paar jaar goed onder hippe stedelijke types.

Vrij nieuw in het genre werkmanskleding-als-mode zijn jassen van brandweermannen en wegwerkers. Junya Watanabe baseerde er zo’n beetje zijn hele mannencollectie voor afgelopen najaar op , Calvin Klein had oranje en gele jassen (m/v) met lichtgevende strepen.

Wie de brandweer-wegwerkerslook begeert, hoeft natuurlijk niet naar een designermerk. De originelen zijn vaak voor een paar euro tweedehands te vinden.

Van links naar rechts: Karin Daan, Mathijs Batstra, Bram Hanselman, Bas de Rond. Foto’s Cora Bronkers & Allard Faas

Wie?

Karin Daan (75), ontwerper van onder meer het homomonument in Amsterdam, kocht haar jas drie jaar geleden bij bouw- en tuinmarkt Hamminga in Uithuizen. „Toen ik hem aantrok, was het meteen: wauw, dit is echt iets voor mij.” Daan is dol op oranje, de dikke stof geeft haar als dunne vrouw body . „Bovendien ben ik als ouder wordend mens zo goed zichtbaar in het verkeer, en is hij ongelooflijk warm.”

Matthijs Batstra (17), gymnasiumscholier, vond zijn broek een paar maanden geleden voor 5 euro bij Mevius in Amsterdam, een winkel gespecialiseerd in inboedels en restpartijen „Soms is het lelijk, soms is het goed lelijk.” Voor deze broek viel hij vanwege de kleur, de reflectiestrepen en de „baggy fit”. „Is het in de mode? Daar was ik mij niet van bewust.”

Bram Hanselman (18), eveneens gymnasiumscholier, draagt een jasje van Deliveroo, waar hij overigens nooit heeft gewerkt. Hij vindt het „uniek” om zoiets te dragen. „En het is ook een beetje gek.”

Bas de Rond (51), Art-director, loopt al sinds zijn zeventiende zoveel mogelijk in werkkleding – soms moet hij voor zijn werk „met gekamde haren en in pak”. „Werkmanskleding is betaalbaar, solide en je komt niet snel iemand tegen met hetzelfde.” Zijn broek komt van de outlet van een bouwmarkt, zijn laarzen vond hij op een rommelmarkt in Volendam en de brandweerjas kocht hij in het zuiden des lands van de eerste eigenaar: een Engelsman die op een legerbasis had gewerkt.

Foto’s Cora Bronkers & Allard Faas