Russische liefde voor de koning van het slagveld

Tanks De tank kan weer op belangstelling rekenen, nadat decennialang het einde ervan werd voorspeld. In Novosjolki, een dorp ten zuiden van Moskou, bouwen drie Russen hun eigen historische tanks.

De Duitse Panzer I manoeuvreert voor de werkplaats van Joeri Kelejnikov.
De Duitse Panzer I manoeuvreert voor de werkplaats van Joeri Kelejnikov. Foto Konstantin Salomatin

In Volodarskogo deden ze nooit zoveel aan ‘overwinningsdag’, de dag waarop op 9 mei de capitulatie van nazi-Duitsland wordt gevierd.

Maar in 2015 werd bekend dat er ter gelegenheid van ‘zeventig jaar overwinning’ een tank zou meedoen aan een grootse overwinningsparade, dwars door het dorp.

Een tank!

Sergej Akimov laat op zijn telefoon de beelden zien: honderden dorpsbewoners in een lange processie, schoolkinderen voorop. Ze houden borden omhoog met daarop zwart-witfoto’s van vaders, grootvaders en overgrootvaders – het ‘onsterfelijke regiment’ dat Hitler versloeg.

Aan het hoofd van de stoet loopt Sergej zelf, gestoken in donkerblauwe overall, een pistoolholster aan de gordel. Naast hem de tank. De tank die Akimov en zijn vrienden zélf hebben gebouwd.

De T-18 of de MS-1 was de eerste (lichte) tank die door de Sovjet-Unie werd ontworpen en in serie werd geproduceerd. Erg afschrikwekkend is hij niet: de geschutskoepel steekt net boven het hoofd van een volwassen man uit. Een zwaargewicht is hij evenmin: zes ton, grofweg het gewicht van vijf personenauto’s. Juist daarom viel hij in de smaak bij het publiek, zegt Akimov: „De tank heeft een sympathiek uiterlijk.”

De werkplaats waarin Sergej Akimov en zijn vrienden aan de tanks bouwen.
Foto Konstantin Salomatin
De werkplaats waarin Sergej Akimov en zijn vrienden aan de tanks bouwen.
Foto Konstantin Salomatin

Tussen 1928 en 1931 rolden er bijna 1.000 T-18’s van de productielijn. In 1929 werden enkele tanks ingezet tijdens een Sovjet-operatie tegen een Chinese krijgsheer, maar in 1932 werden de T-18’s alweer uit dienst genomen en gesloopt. Honderden T-18’s werden – zonder motor en onderstel – ingegraven langs de grenzen van de Sovjet-Unie om dienst te doen als geschut. Op de hele wereld was er niet één rijdende T-18. Totdat Akimov en zijn vrienden Joeri Kelejnikov en Sergej Oetkin besloten er zelf eentje te maken.

Het idee ontstond op de jeugdclub die de mannen organiseerden voor hun zonen. Op de Russische scholen is het vak ‘techniek’ ingeruild voor het vak ‘technologie’ en krijgen de jongens „naailes”, zegt Akimov met een schampere uitdrukking op zijn gezicht. In Joeri’s werkplaats in Novosjelki (even ten zuiden van Moskou) konden de jongens leren met gereedschap om te gaan. De tieners zetten een Japanse scooter op rupsbanden. In september 2014 sloeg de vonk over.

„We hadden natuurlijk postzegels kunnen gaan verzamelen”, zegt Kelejnikov. „Maar op de een of andere manier zijn het toch tanks geworden.”

De tank is de koning van het slagveld, al voorspellen militaire analisten al decennialang het einde van zijn heerschappij. Tanks zouden geen rol hebben in de conflicten van de eenentwintigste eeuw, die zouden draaien om counter insurgency en urban warfare.

Maar toen Nederland in 2011 de laatste tanks wegbezuinigde, huilden ze bij de landmacht hete tranen. Want tanks zijn meer dan zomaar een wapensysteem: ze zijn het symbool van militaire macht. Een leger zonder tanks is als een voetbalteam zonder vedettes.

De hele dag tanks op de tv

In Rusland weet men dat heel goed. Nergens ter wereld wordt de tank zo aanbeden. Een Russische man legt je zo het verschil uit tussen een T-64 en een T-72, ook al heeft hij nooit in dienst gezeten. Zvezda, de tv-zender van de Russische strijdkrachten, zendt namelijk de hele dag documentaires uit. Over tanks. Ook op de Russische tv: wedstrijden voor tankbemanningen. De tegenstanders komen uit Armenië, Wit-Rusland of Kazachstan. Rusland wint.

World of Tanks , een van de populairste online computerspellen ter wereld wordt gemaakt in Wit-Rusland, en het aantal spelers op de Russische servers (37,2 miljoen) is groter dan het aantal gamers in West-Europa en Noord-Amerika bij elkaar (29,9 miljoen).

Ruim een kwarteeuw na de val van de Sovjet-Unie heeft Moskou nog altijd geen afstand kunnen doen van de gigantische voorraden oud ijzer uit de Koude Oorlog. De Russische strijdkrachten houden bijna 13.000 tanks in inventaris – twee keer zo veel als enig ander land.

Het grootste deel van al die duizenden tanks is sterk verouderd. Maar Rusland is ook het enige land ter wereld dat deze eeuw een volledig nieuwe tank afleverde, de T-14 ‘Armata’. Op de dag dat Akimov en zijn vrienden hun zelfgemaakte T-18 showden in Volodarskogo, denderden de eerste Armata’s langs president Poetin over het Rode Plein.

De Russische T-18 was de eerste tank die Sergej Akimov en zijn vrienden bouwden.
Foto Konstantin Salomatin
De Panzer I (links) en de Russische T-18
Foto Konstantin Salomatin

In Poetins Rusland wordt de heroïsche overwinning in de ‘Grote Vaderlandse Oorlog’ (1941-1945) steeds belangrijker, en de glansrol in dit heldenepos is toebedeeld aan een tank. De Russische T-34 was superieur aan Duitse tanks van de eerste generatie en was goedkoper te produceren en te onderhouden dan de beruchte Tigers en Panthers die de nazi’s vanaf 1943 in het veld brachten. Geen Russische stad, of er staat ergens een T-34 op een sokkel.

Op 27 december ging de film T-34 in première in de Russische bioscopen. Filmcritici hebben gehakt gemaakt van het onwaarschijnlijke verhaal van een Russische krijgsgevangene die zijn T-34 vanuit Duitsland terugrijdt naar de Russische linies. Maar na drie weken hadden 7,6 miljoen Russen de film al gezien en had hij 27 miljoen dollar opgebracht – een record.

De mythische status van de T-34 werd vorige maand nog eens bevestigd door een vorstelijk geschenk uit Azië. Begin januari arriveerden in de haven van Vladivostok dertig werkende T-34’s, die tot voor kort dienst hadden gedaan bij de strijdkrachten van Laos. De tanks werden in Moskou binnengehaald met wierook en wijwater en zullen worden gebruikt voor tentoonstellingen en parades.

Als je trouwens zelf een T-34 wil kopen – dat kan. Een ‘stichting’ in Moskou heeft er eentje voor 12 miljoen roebel (167.000 euro). Liever iets moderners? Een ‘gedemilitariseerde’ T-72 kost 22 miljoen (297.000 euro). Als je er de openbare weg mee op wil, moet je wel even je tractorrijbewijs halen.

We hadden postzegels kunnen gaan verzamelen. Maar het zijn toch tanks geworden

De tweede tank die Akimov en zijn vrienden bouwden, was geen T-34 – het was zelfs geen tank van Russische makelij.

In de garage van Kelejnikov staat een donkergrijze Panzerkampfwagen I. In 1936 demonstreerde Generaal Heinz Guderian de eerste prototypes aan Adolf Hitler. De Führer was onder de indruk. Maar toen de nazi’s in 1941 de Sovjet-Unie binnenvielen, was de Panzer I al achterhaald. Velen werden aan gort geschoten door het Russische antitankgeschut. „Als de Duitsers een tank moesten achterlaten, dan bliezen ze hem op”, zegt Akimov. „Er zijn heel weinig rijdende Duitse tanks bewaard gebleven.”

Geen wonder dat een fanatieke ‘re-enactor’ (iemand die historische veldslagen naspeelt) 100.000 euro over had voor een levensechte kopie. Tweeënhalf jaar hebben Akimov en zijn vrienden gewerkt aan hun Panzer I. De hobby is een beroep geworden.

De Duitse Panzer I manoeuvreert voor de werkplaats van Joeri Kelejnikov.
Foto Konstantin Salomatin
Voor de Duitse tank zijn gedetailleerde bouwtekeningen gebruikt.
Foto Konstantin Salomatin

De mannen zijn tot het uiterste gegaan in hun reconstructie. Het begon met het zoeken van foto’s en bouwtekeningen – voor zover die nog beschikbaar zijn. Daarna, zo zegt Akimov, volgde een „Indiana Jones-achtige speurtocht naar oud ijzer.”

Amateurarcheologen graven onderdelen van Duitse tanks op, en verkopen ze op internet. Akimov en zijn vrienden maakten 3D-scans van de roestige stukken staal. Kleinere onderdelen hebben ze zelf gegoten, grotere onderdelen hebben ze laten maken . Als Kelejnikov begint te vertellen over de techniek van de Panzer I, beginnen zijn ogen zachtjes te glanzen. „Alles is van een hele hoge kwaliteit. Geen zachte metalen, geen kunststoffen. Oude onderdelen werken nu nog.”

„Wij hebben allen een ingenieursopleiding”, zegt Akimov. „Dus alles moet tot op de millimeter kloppen.” De enige compromis zijn de twee mitrailleurs in de toren. De lopen van de MG-34 zien er echt genoeg uit, maar ze zijn gemonteerd op twee kalasjnikovs, zodat er goedkoop losse flodders mee kunnen worden geknald. Niemand die het ziet, zegt Akimov, maar hij lijkt ontevreden.

Het volgende project van de mannen is al begonnen. Tijdens de oorlog monteerden de Duitsers een 155-millimeter houwitser op het onderstel van de Panzer-1 en noemden het gedrocht Sturmpanzer ‘Bison’. Akimov kan er lyrisch over vertellen. „Van de Panzer-1 zijn er nog zes, zeven stuks bewaard gebleven op de wereld. Maar de Bisons zijn alle 380 verloren gegaan. Die zijn er gewoon niet meer.”

In de andere ruimte staan de eerste proeven van een skelter voor kinderen, met een mantel in de vorm van een T-34. Een commercieel project voor pretparken, want er moet ook gewoon geld worden verdiend.

Intussen droomt Akimov van iets anders: een echte Panzerjäger I, de tank destroyer op basis van de Panzer I. Het probleem is het Tsjechische kanon, vertelt hij. Als hij dát nou eens in handen zou krijgen.

„Het gaat er niet om dat wij fans van tanks zijn. Het gaat om het hele proces van reconstructie.” Hij wijst naar een paar roestige stukken staal in de werkplaats. „De eerste onderdelen hebben we al.”