Opinie

    • Paul Scheffer

Religieuze dwingelandij – ook dat is diversiteit

De arabist Maurits Berger wierp onlangs de vraag op of salafisten niet keurig passen in het religieuze landschap van ons land. De vraag stellen was hem beantwoorden. Al zijn ze streng in de leer, de meeste aanhangers van dit fundamentalisme wijzen volgens hem de Nederlandse samenleving niet af. Zo vatte hij zijn onderzoek samen naar wat hij huiselijk omschrijft als de ‘zwartekousenkerk’ binnen de islam (NRC , 13/2).

Op zijn minst maakt dat beeld duidelijk dat niet elk cultuurverschil een vooruitgang is. Je kunt van deze rechtlijnige moslims veel zeggen, maar toch vooral dat ze de vrijheid van anderen willen inperken. Mensen die homoseksualiteit veroordelen of voorstander zijn van een scheiding van mannen en vrouwen of muziek willen verbannen dragen niet echt bij aan de ‘happy diversity’.

De gedachte dat salafisten een soort poldermoslims zijn is iets te geruststellend. Dat laat de socioloog Ruud Koopmans in zijn nieuwe boek Het vervallen huis van de islam goed zien. Hij beschrijft hoezeer het fundamentalisme de islamitische wereld in zijn greep heeft, zonder daarmee islam en fundamentalisme te vereenzelvigen: „Het is zeker geen universeel en onontkoombaar onderdeel van de geloofsbeleving van moslims.”

Het fundamentalisme komt in alle godsdiensten voor – denk aan de Nashville-verklaring – maar het is nu binnen de islam wijder verbreid. Onderzoek van Koopmans toont aan dat ook in sommige migrantengemeenschappen fundamentalistische opvattingen geen marginaal verschijnsel zijn. In Nederland zou het 45 procent van de Turkse en Marokkaanse moslims betreffen: „In de problemen van de moslimintegratie zien we de malaise van de islamitische wereld in het klein.”

Dat heeft gevolgen, want deze afweer tegenover de samenleving is nadelig voor opleiding en werk. Uit vergelijkende studies in zijn boek blijkt dat onder meer taalkennis, een gemengde vriendenkring en opvattingen over de rol van vrouwen verschillen in arbeidsparticipatie verklaren. Anders gezegd: zelfgekozen segregatie vermindert de kansen op de arbeidsmarkt.

Dat alles betekent nog geen pleidooi voor een verbod van het salafisme, waarvoor soms stemmen opgaan – vooral vanwege het reële risico op radicalisering. Mensen mogen in een open samenleving een gesloten wereldbeeld omarmen. Dat kunnen we betreuren, toch gaan we de gewetens van mensen niet dwingen met een beroep op verdraagzaamheid. Dat is wat de rechtsstaat verordonneert.

Het is evenzeer duidelijk, althans dat zou je hopen, dat een open samenleving leeft van morele meerderheden die verder willen reiken dan dat juridische minimum. De norm van wederkerigheid zegt dat degene die zich beroept op het recht van godsdienstvrijheid tegelijk de verantwoordelijkheid moet willen aanvaarden om datzelfde recht te verdedigen voor mensen met een andere godsdienst of zonder godsdienst.

De gelijkwaardigheid wordt door de leerstellige stromingen verworpen: ze eisen respect maar zullen het nooit geven. Ook het rapport van Berger maakt gewag van de „onverdraagzaamheid” van salafisten – niet in de laatste plaats tegenover medemoslims. De dwingelandij die deze stroming belichaamt doet afbreuk aan een open samenleving.

Daarom is de vaak gehoorde bewering ‘de integratie is geslaagd als iedereen zich aan de wet houdt’ zo’n onzin. Een samenleving bestaat uit meer dan wetten alleen: niet alles wat mag is wenselijk. In een rechtsstaat mogen mensen homoseksualiteit een perversiteit vinden, maar als grote groepen zulke opvattingen koesteren dan verongelukt de open samenleving met haar ideaal van gelijkwaardigheid en wederkerigheid.

Lees ook: Stop met de exotische term ‘salafisme’

Die normen moeten worden uitgedragen voorbij het lege gepraat over diversiteit, dat inmiddels overal opduikt. Niet alle culturele of religieuze uitingen dragen bij aan het samenleven. De waarde van culturen mogen we afmeten aan de mate waarin ze de vrijheid en de kennis verruimen. Het salafisme – door de Duitse overheid omschreven als een „extremistische tegencultuur” – laat zien dat we niet alle diversiteit moeten omarmen.

Iedereen weet dat we de verschillen binnen de islamitische wereld goed voor ogen moeten houden. Gelukkig is er meer onder de zon dan fundamentalisme. Maar Koopmans presenteert wel een reeks voorbeelden waaruit de invloed van deze stroming blijkt. Slechts 2 van de 47 landen met een islamitische meerderheid zijn volgens Freedom House ‘vrij’: Tunesië en Senegal. De andere landen zijn ‘gedeeltelijk vrij’ of ‘onvrij’. Een andere index laat zien dat van de 20 landen met de meeste seksediscriminatie er 16 islamitisch zijn.

Koopmans verbaast zich over degenen die met hem het einde van de apartheid in Zuid-Afrika bezongen en nu zwijgen over de apartheid in de islamitische wereld. Die vat hij samen als „de schrijnende onderdrukking van religieuze minderheden, geloofsafvalligen en atheïsten, vrouwen en homoseksuelen”. Zo wordt nog eens duidelijk waarom de salafistische aanhangers van zo’n gedachtengoed geen poldermoslims zijn.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.