Niet iedereen in Groningen ziet de toeristen graag komen

Identiteit provincies Ooit zorgde nieuw gewonnen land uit de Waddenzee voor welvaart, werk, winkels en voorzieningen. Nu trekken steeds meer Groningers weg en is de hoop gevestigd op toeristen. „Zonder toerisme zijn de dorpen hier ten dode opgeschreven.”

De Westpolder ten noorden van Vierhuizen in Groningen. Deze polder ligt op de grens van de voormalige Lauwerszee en de Waddenzee en is eind negentiende eeuw aangelegd.
De Westpolder ten noorden van Vierhuizen in Groningen. Deze polder ligt op de grens van de voormalige Lauwerszee en de Waddenzee en is eind negentiende eeuw aangelegd. Foto's Kees van de Veen

Op de dijk boven Vierhuizen komen de geschiedenis en de toekomst van de provincie Groningen samen. Voor de dijk klotst de wilde Waddenzee. In het riet broeden duizenden vogels van het Lauwersmeer. En achter de dijk is er ruzie om een dijkhuis dat een theehuisje zou moeten worden, op een stuk land dat ooit zee was.

De uitgestrekte weilanden achter de dijk waren er nooit gekomen als de Groningers het gevecht met de zee niet waren aangegaan. Vanaf de negentiende eeuw schiepen de boeren van Vierhuizen – een dorp van zo’n 125 inwoners – en omliggende dorpen nieuw land door dijken aan te leggen en de kwelders in te polderen. Dat zorgde voor welvaart en werk. Voor winkels, scholen en andere voorzieningen. Datzelfde gebied staat nu symbool voor de sluimerende verandering die de randen van provincie ondergaan.

De inpoldering van de polder was een monsterklus, die schrijfster Ineke Noordhoff vastlegde in haar boek Schaduwkust. „Met schep en kruiwagen brachten honderden mensen en paarden de klei naar de dijk”, vertelt Noordhoff, wijzend vanaf de dijk naar de zeven boerderijen van de Westpolder. Toen krioelde het op de weilanden van de mensen, nu is het zoeken naar een trekker op het ingepolderde land, dat 485 hectare groot is.

Het is een uniek landschap, omdat alleen Groningers land wonnen van de Waddenzee. Dorpen die voorheen aan zee lagen, liggen nu kilometers landinwaarts. In Friesland mocht dat niet, waardoor de dorpen nu nog steeds aan de kust liggen. En in Duitsland kwam het land in bezit van de deelstaat, waardoor boeren de moeite niet namen om land in te polderen. Noordhoff, zelf wonend in Drenthe: „Het leverde de Groningse boeren enorme rijkdom op, omdat ze meer konden verbouwen op de nieuwe, vruchtbare grond. En die rijkdom deelden ze met de regio. Er was werkgelegenheid en daarmee kwamen ook de sociale voorzieningen.”

Weinig toeristen

Maar daarvan is nu weinig meer te zien. Het is rustig aan de dijk. Een fietser trotseert de wind, een toom ganzen vliegt in V-vorm voorbij en een man van het waterschap maait gras aan de naastgelegen sloot. Te rustig, als het aan de helft van bewoners van de Westpolder ligt. Zij willen meer toeristen trekken. „Honderdduizenden mensen stappen jaarlijks op de boot van Lauwersoog naar Schiermonnikoog”, zegt Noordhoff. „Dat is tien kilometer hiervandaan. Hier komen slechts een paar duizend toeristen per jaar.”

Intussen loopt de regio langzaam leeg. Jaarlijks daalt het aantal inwoners van de Waddengemeenten, vorig jaar tussen de 2 en 11 procent per gemeente, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De boeren werken met steeds minder personeel. De jongeren vertrekken naar de stad of zoeken werk buiten de regio. En de scholen, winkels en kerken verdwijnen of moeten fuseren. Een kentering lijkt ver weg. Toch hebben enkele bewoners van de Westpolder een idee om iets tegen de krimp te doen: maak van het dijkhuisje van het waterschap een theehuisje.

Nu biedt dit grijzige, bakstenen gebouw op de dijk slechts onderdak aan één grote grasmaaier en een wc voor de bestuurder. Een theehuis dan maar? De bewoners van de zeven boerderijen komen er al sinds 2002 niet uit. De helft wil geen theehuisje omdat ze vrezen dat bussen vol toeristen de rust komen verstoren en de natuur wordt aangetast. De andere helft heeft de bouwplannen al getekend en vrijwilligers geworven. „Zonder toerisme zijn de dorpen hier ten dode opgeschreven”, zegt Noordhoff.

Nog geen minuut nadat Noordhoff in haar elektrische Nissan Leaf de dijk heeft verlaten, belt de Groningse acteur Marcel Hensema. „Ik ga niet meewerken aan een artikel dat weer over de luchten en stilte van Groningen gaat”, raast hij door de telefoon. „Het is geen romantiek in Groningen.”

Leegstand

Een paar dagen later loopt Hensema een café-restaurant binnen in Amsterdam, zijn woonplaats. De in Winschoten (Oost-Groningen) geboren acteur representeert zijn regio in heel Nederland. Hij is bekend van zijn hoofdrol in de dramaserie Hollands Hoop, die zich afspeelt rondom een Groningse boerderij, hij maakte een voorstelling over zijn Groningse jeugd en zong liedjes van de streektaalzanger Ede Staal.

Hensema heeft zijn regio Oost-Groningen, ver weg van de ingepolderde dijken, zien veranderen. Van drukke winkelstraten vol kruidenierswinkeltjes naar één grote Aldi op een industrieterrein. „De leegstand is enorm”, ziet Hensema. „Zelfs in grotere plaatsen als Winschoten en Stadskanaal. Het leven verdwijnt uit de gemeenschappen.” Al neemt het in Winschoten langzaam af: in 2015 stond ruim een vijfde van de winkels leeg, dat is drie jaar later gezakt naar 16 procent, volgens cijfers van de gemeente.

Bovenop de krimp komen nog de problemen van de gaswinning. In het aardbevingsgebied moeten mogelijk 11.500 panden worden versterkt, zodat bewoners levend het huis kunnen verlaten bij een zeer zware aardbeving. Daarbovenop komt nog het schadeherstel van huizen die beschadigd zijn door bevingen – en nog beschadigd gaan raken door toekomstige bevingen. Het heeft de mentaliteit van de Groningers aangetast, ziet Hensema. „De oer-Groninger bestaat nog wel. Ze lijken stug, maar zijn hartverwarmend”, zegt hij. „Er is alleen zoveel meer verbittering. Een in de steek gelaten gevoel en een boosheid, die terecht is.”

Daarom wil hij nu een vuist maken. „Groningers moeten nu gaan stemmen”, zegt hij. „Een hoge opkomst kan het verschil maken en ervoor zorgen dat de VVD niet meer de grootste is in de Eerste Kamer.” Maar of dat de problemen gaat verhelpen? „Ik weet ook niet wat het alternatief is”, zegt Hensema. „Maar ik weet wel dat het de afgelopen twaalf jaar onder de kabinetten-Rutte niet goed ging. Als het noorden nu massaal gaat stemmen, dan zet dat zoden aan de dijk.”

Fakkeltochten

De afgelopen jaren zijn er talloze acties gevoerd om de aandacht te trekken voor de problemen in de provincie, van fakkeltochten tot hongerstakingen. Ook Hensema kreeg aandacht, met zijn petitie vorig jaar om olie- en gasmaatschappij Shell het predicaat ‘koninklijke’ te ontnemen.

Maar de afstand tot de bestuurders in Den Haag lijkt alleen maar groter te worden. En dat komt niet alleen door de politiek. „Groningers zijn geen klagers”, zegt Hensema. „Ze roeien met de riemen die ze hebben. Het zijn geen mensen die met vuisten op tafels slaan.”

Toch ziet hij een mooie toekomst voor de provincie Groningen. En dan juist vanwege de romantiek van Groningen waarover hij niet wilde praten. „De luchten, de rust. Het is een schitterende provincie”, zegt hij. „Met zo veel potentie op het gebied van toerisme.”

Ook Jouke van Dijk, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad Noord-Nederland en hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse aan de Rijksuniversiteit Groningen, ziet in toerisme een nieuwe melkkoe voor de provincie. „We hoeven geen tienduizenden Chinezen te trekken, maar als je nu door het Groninger land gaat fietsen moet je wel je eigen brood meenemen”, zegt Van Dijk.

Foto Kees van de Veen
Foto Kees van de Veen

Meer toeristen kan, want dankzij de aardbevingen is er geld om te investeren, zegt Van Dijk. Ruim een miljard euro is door het kabinet beschikbaar gesteld om Groningen leefbaarder te maken. Alleen moeten ondernemers in de regio volgens de hoogleraar beter gaan samenwerken, samen met de provincie. „Toeristen bezoeken geen gemeente, maar een streek.” Volgens Van Dijk moet het verhaal van de streek verteld worden, in combinatie met kleinschalige slaapvoorzieningen zoals boerencampings – met fietsverhuur. En een goed restaurant aan de Waddenzee. „Dan blijven de dorpscafés en supermarkten open en help je de krimp tegen te gaan.”

Het lijkt niet zo moeilijk. De krimp tegengaan met het geld dat vanuit Den Haag naar Groningen komt vanwege de gaswinningsproblemen. Maar toerisme, daarvan moeten de Groningers nog overtuigd raken. Om te beginnen met een theehuisje, op de dijk. Als dat nog komt.

Dit is het eerste stuk van onze nieuwe correspondent in Noord-Nederland.

Correctie (27 februari 2019): In een eerdere versie van dit stuk werd Groningen 295.964 vierkante kilometer groot genoemd. Dit is een factor honderd te hoog. Juist is: 2.960 vierkante kilometer. Dat is hierboven aangepast.