Nederland speelt een uitwedstrijd

Verhoudingen Frankrijk-Nederland De stammenstrijd die Air France-KLM plaagt sinds het samengaan in 2003, krijgt een nieuwe impuls. Kan het bedrijf beslissingen nemen die goed zijn voor het geheel, ook als dat pijn doet in Amstelveen of Parijs?

Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) en Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat (VVD) tijdens hun persconferentie over het kopen van aandelen Air France-KLM.
Minister Wopke Hoekstra van Financiën (CDA) en Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat (VVD) tijdens hun persconferentie over het kopen van aandelen Air France-KLM. Foto David van Dam

Air France-KLM is sinds dinsdagavond meer dan een luchtvaartmaatschappij. Het concern is totaal onverwacht een politieke twistappel geworden. Nederland tegen Frankrijk.

Dinsdagavond meldden ministers Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) en Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) een complete ommezwaai in het kabinetsbeleid. Nederland, dat steeds wars was van directe aandelenbelangen in grote ondernemingen, had op de beurs bijna 13 procent van de aandelen van Air France-KLM gekocht. Nederland wil op een vergelijkbaar percentage komen als de Franse staat. De Franse overheid is sinds jaar en dag de dominante aandeelhouder met 14 procent van de aandelen. Frankrijk heeft dankzij een wet die loyale aandeelhouders beloont ook nog eens twee keer zoveel stemrecht als het aandelen heeft.


De reactie woensdagmorgen op de beurs was furieus: de koers van Air France-KLM verloor 10 procent. Waarom? Nederland viel weg als grote koper van de aandelen. Maar het Nederlandse staatsbelang moet voor reguliere commerciële beleggers een koude douche zijn. De Nederlandse staat, die altijd een liberale politiek heeft gevoerd en alleen in uiterste noodzaak belangen kocht in grote ondernemingen, steekt nu bijna 700 miljoen euro in een buitenlandse onderneming, want Air France-KLM is een Frans bedrijf. Maakt Nederland met deze actie, die het ‘Nederlands publieke belang’ moet dienen, een eind aan de verzakelijking die juist net was begonnen? Met Franse arbeidsrust en een nieuwe topman, de Canadese luchtvaartveteraan Ben Smith?

Het aandelenbelang is fors, en Nederland gebruikte bijna een overvaltactiek door in één klap zoveel aandelen te kopen zonder de Fransen te consulteren. Daarmee manoeuvreert het kabinet zich in een lastige positie. De stammenstrijd die het concern plaagt sinds het samengaan in 2003 krijgt een nieuwe impuls. Meer escalatie dan diplomatie. Air France-KLM wordt een soort Frankrijk-Nederland, een interland en dan ook nog eens in Parijs, voor Nederland een uitwedstrijd.

Lees ook: Nu ook meer invloed in bestuur?

Belangen die kunnen botsen

Air France-KLM heeft ongeveer 85.000 werknemers, van wie bijna tweederde in Frankrijk. In Frankrijk wordt het als oer-Frans gepercipieerd. Met een Franse bestuurscultuur, waarin overheid en werknemersvertegenwoordigers een grotere rol spelen dan in Nederland.

In de aandeelhoudersvergadering van dat concern is Nederland, ook dankzij de huidige hoge winsten van de KLM, vanaf nu een partij die niet zomaar gepasseerd kan worden. Maar ook in die arena speelt Nederland een uitwedstrijd. De grote aandeelhouders zijn een gemêleerd gezelschap, de financiële Verenigde Naties. Met opportunistische Angelsaksische geldbeheerders. Met de vliegtuigmaatschappijen China Eastern en de Amerikaanse Delta. Zij zijn partners van Air France-KLM, maar wel met hun eigen zakelijke, commerciële belangen. Geen gedoe, maar groei.

Nederland en Frankrijk hebben daarentegen identieke politieke belangen, zoals groei van hun vliegvelden, behoud van banen en hun aantrekkingskracht op buitenlandse bedrijven. Maar dat zijn belangen die kunnen botsen. Krijgt Charles de Gaulle in Parijs de voorkeur, of Schiphol? Is de groep als geheel gebaat bij stroomlijning of centralisatie van afdelingen, ook als dat pijn doet in Amstelveen of Parijs? Of toch maar niet?

Dat wordt strijd, zeker als de zaken minder gaan. Dát is een ijzeren luchtvaartwet: internationaal vliegverkeer is meer dan gemiddeld kwetsbaar voor fluctuaties in de economische bedrijvigheid.

‘Franse toestanden’

Nederland speelt ook om een derde reden een uitwedstrijd. De betrokken ministeries, Financiën, Infrastructuur en Waterstaat en minister-president Mark Rutte zelf, hebben nauwelijks ervaring met staatsbemoeienis in grote Nederlandse, laat staan búítenlandse ondernemingen. Dat in tegenstelling tot Frankrijk, waar de staat traditioneel een sturende rol heeft in de economie en met belangen in Renault, energie (EDF, Engie), Airbus en PSA/Peugeot een belangrijke rol in het bedrijfsleven speelt. Met kruisbestuiving over en weer, zoals ambtenaren die topbanen bij bedrijven krijgen en topmanagers die tussen staatsbedrijven rouleren.

Lees ook: Frankrijk voelt zich verraden na steun voor Schiphol en Elbers

Dat soort ‘Franse’ toestanden, daar moest Nederland niets van hebben. Dat riekt naar industriepolitiek en de bescherming van nationale industriële belangen. Daar heeft Nederland met het failliet van scheepsbouwer RSV (1983) leergeld mee betaald. Sindsdien is het devies: zeg nee tegen geldsteun.

De nationalisatie van ABN Amro en Fortis (2008) en van SNS Reaal waren ingegeven door angst voor een financieel armageddon.

Maar morele en politieke steun is er wel. Zoals bij de Belgische overnamepoging van PostNL. Het kabinet-Rutte II zei nee.

Overeenkomsten KPN

De interventie bij Air France-KLM doet nog het meest denken aan de reddingsactie die het kabinet-Kok II in 2001 onder leiding van minister van Financiën Gerrit Zalm (VVD) op touw zette voor KPN. Het telefoonbedrijf zat in doodsnood. De schulden waren torenhoog. De banken eisten nieuwe leiding (Ad Scheepbouwer) en extra kapitaal. De overheid stak 1,7 miljard euro in KPN.

De doelstellingen van het kabinet toen hebben frappante overeenkomsten met nu. KPN was vitale infrastructuur, zoals KLM dat nu ook is. Tien jaar later zou een volgend kabinet dat nog eens onderstrepen toen de Mexicaanse concurrent América Móvil een overnamebod wilde doen. De top van KPN, de bestuurders van de stichting die de onafhankelijkheid van KPN moest beschermen én het kabinet werkten soepel samen om die overname te frustreren.

Met één verschil: dat was een thuiswedstrijd.