Nationaal Archief wil geen kampbeulen opsporen

Oorlogsmisdadigers Het Nationaal Archief vreest door een rechterlijke uitspraak oude kampbeulen te moeten gaan opsporen. „Een onmogelijke opdracht.”

Het Nationaal Archief in Den Haag.
Het Nationaal Archief in Den Haag. Foto Robin Utrecht/ANP

Het Nationaal Archief wordt door een uitspraak van de Amsterdamse bestuursrechter opgezadeld met een taak waar die instelling naar eigen zeggen om principiële redenen niet aan kan voldoen.

De rechter oordeelde twee maanden geleden dat het Nationaal Archief vermeende Nederlandse kampbeulen uit de Tweede Wereldoorlog moet opzoeken om ze te vragen of ze het goed vinden dat hun dossier wordt verstrekt aan de stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden van journalist Arnold Karskens. Dat vindt het Nationaal Archief „een onmogelijke opdracht”. Volgens het archief valt niet te achterhalen wie er een vermeende kampbeul is zonder vier kilometer archief door te gaan. Ook legt de rechter het archief een taak op die in strijd zou zijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming, die regels voorschrijft voor de verwerking van persoonsgegevens.

„De uitspraak van de bestuursrechter zou fikse implicaties hebben voor onze taken”, zegt Marens Engelhard, directeur en algemeen rijksarchivaris van het Nationaal Archief, in gesprek met NRC. „Zo worden we in plaats van beheerder van documenten opeens een onderzoekende en opsporende instantie. Dat is niet onze taak, maar die van het Openbaar Ministerie.”

Om deze principiële reden heeft het Nationaal Archief deze week de advocaten van journalist Karskens laten weten in hoger beroep te gaan bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Vorig jaar bepaalde de bestuursrechter dat de archiefinstelling op „onzorgvuldige en onvoldoende gemotiveerde gronden” de stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden geen toegang verleent tot de namen en dossiers van oorlogsmisdadigers in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Het archief wil van de Raad van State een oordeel over de rechtmatigheid van de opdracht van de bestuursrechter om de vermeende kampbeulen te benaderen voor toestemming.

Lees ook: Stichting eist toegang tot dossiers oorlogsmisdadigers

De zaak draait om een al jaren lopend verzoek van Karskens. Hij wil met zijn stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden de dossiers doorzoeken van ruim 300.000 Nederlanders die na de Tweede Wereldoorlog aan bijzondere rechtspleging waren onderworpen wegens heulen met de Duitse bezetter. Karskens vermoedt in de archieven de namen te kunnen vinden van „enige tientallen” nog levende oorlogsmisdadigers, zoals bewakers van de concentratiekampen in Vught en Amersfoort. Karskens wil kampbewakers opsporen zodat ze alsnog berecht kunnen worden.

Beperkt openbaar

Het Nationaal Archief beheert sinds het jaar 2000 de dossiers van het CABR. Deze dossiers zijn beperkt openbaar vanwege de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het archief zegt het verzoek van Karskens niet te kunnen inwilligen vanwege de strenge voorwaarden die gelden voor de persoonsgegevens van nog levende personen in het archief.

Jaarlijks raadplegen ruim vierduizend mensen – journalisten, historici, familieleden van slachtoffers of collaborateurs – het CABR. Dat gebeurt dan bijvoorbeeld om historisch of wetenschappelijk onderzoek te doen naar reeds overleden personen, of naar personen die zelf toestemming hebben gegeven voor onderzoek.

Het besluit van de rijksarchivaris om de stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden toegang te weigeren, was volgens de bestuursrechter gebrekkig gemotiveerd. Het recht op bescherming van persoonsgegevens kan volgens de rechter wijken wanneer er sprake is van een volkenrechtelijke verplichting. De rijksarchivaris had naar het oordeel van de rechter beter moeten beargumenteren of daar in dit geval sprake van is.

Recht op privacy

Volgens de rechter hebben voormalige kampbeulen geen absoluut recht op privacy. Als het Nationaal Archief dit recht inroept, zal het er zich echter ook „van moeten vergewissen of de betrokken vermeende kampbeulen ook daadwerkelijk een beroep doen op hun recht op privacy, of dat geheel of gedeeltelijk achterwege laten. Dat is echter niet gebeurd.”

Engelhard wijst erop dat het Nationaal Archief grotere toegankelijkheid van het centraal archief zelf ook heel belangrijk acht. „We proberen al sinds 2014 binnen de gestelde beperkingen zo ruim mogelijk toegang te verlenen, maar onze handen zijn daarbij gebonden door wet en regelgeving.” Engelhard hoopt dat de Raad van State met enige spoed, binnen een paar maanden, een finaal oordeel velt.

Advocaat Knoops, die Karskens bijstaat, zegt bang te zijn dat door het ingestelde hoger beroep dit rechtsgeschil zo lang gaat duren dat er straks geen enkele voormalige kampbeul nog in leven is en het belang van de rechtszaak voor zijn cliënt niet meer bestaat. „Het is wellicht verstandig als het Nationaal Archief een minnelijke schikking met ons zou proberen te bereiken”.