Nederlands Filmfonds neemt te weinig risico, zeggen filmmakers

Enquête De Nederlandse filmindustrie is ontevreden over het niveau van de eigen films, blijkt uit een enquête. De critici willen een ander beleid en zijn in gesprek daarover met de overheid.

Sytske Kok, Arno Dierickx, Maarten Treurniet, Karin Wolfs en Gijs Scholten van Aschat willen debat.
Sytske Kok, Arno Dierickx, Maarten Treurniet, Karin Wolfs en Gijs Scholten van Aschat willen debat. Foto Roger Cremers

De Nederlandse film loopt internationaal gezien achter, vinden Nederlandse filmmakers zelf. Er is kritiek op de rol van het Filmfonds, omroepen en de netmanager van de NPO, die zouden zich te veel bemoeien met de inhoud van het werk. Dat blijkt uit een enquête onder Nederlandse regisseurs, scenaristen en acteurs. De resultaten werden vanochtend gepresenteerd tijdens het symposium Waar leggen we de lat?’ in het Eye Filmmuseum in Amsterdam, in aanwezigheid van minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ingrid van Engelshoven (D66).

De initiatiefnemers van de enquête, onder wie acteur Gijs Scholten van Aschat en regisseur Maarten Treurniet, willen met de enquête een debat op gang brengen over de kwaliteit van de Nederlandse film . Het Nederlandse Fonds is volgens het initiatief te veel een loket geworden waar een management-achtige directie geld verdeelt onder producenten. Ze zijn daarover in gesprek met het ministerie van OCW.

Bijna driehonderd filmmakers vulden de enquête in. Ruim 80 procent gaf, op basis van anonimiteit, aan dat de Nederlandse speelfilm in vergelijking met films uit het buitenland achterloopt – de kwaliteit van Nederlandse documentaires werd wel voldoende bevonden.

Mede-initator Karin Wolfs, filmjournalist, benadrukt dat veel regisseurs en scenaristen hun kritiek op het systeem lange tijd voor zich hebben gehouden, uit angst moeite te krijgen met financiering van volgende projecten. Meer dan de helft van de ondervraagden vindt de invloed van het Filmfonds, de omroepen en de netmanager van de NPO niet verhogend voor de kwaliteit voor hun films.

„Inhoudelijk heeft het Filmfonds een te grote stem”, zegt een regisseur in de toelichting bij de enquête over het belangrijkste subsidieorgaan voor film. Volgens veel filmmakers worden er vanwege ‘het polderen’ bij het Fonds en de Omroep te weinig risicovolle projecten of uitschieters gemaakt.

Met hun ‘Filmmakersinitiatief’ willen Treurniet, Scholten van Aschat, Wolfs, regisseur Arno Dierickx en scenarist Sytske Kok aansturen op meer inhoudelijk filmbeleid en filmmakers mobiliseren na te denken over concrete verbeterpunten voor de Nederlandse filmindustrie. De vijf opperen zelf een ‘artistiek directeur’ voor het Filmfonds. „We hebben iemand aan het roer nodig die zelf regisseur of scenarist is geweest”, vindt Treurniet. „Iemand die actief met makers wil gaan praten over wat ze willen doen. Die ze vraagt: waar droom jij van?”

Politieke agenda

De kritische uitslag van de enquête verbaast Treurniet niet. Hij hoopt dat de uitslag van de enquête tot een politieke agenda gaat leiden. Nu de onvrede boven tafel is, „kunnen zowel de makers als het ministerie hier iets mee doen”, zegt hij.

Regisseur Dierickx vindt dat Nederland een voorbeeld aan Vlaanderen zou kunnen nemen. Ondanks het veel kleinere aantal inwoners en relatief minder geld voor film, winnen Vlaamse films naar verhouding veel meer prijzen op toonaangevende internationale filmfestivals. Ter vergelijking: waar geen Nederlandse film in de afgelopen vijftien jaar genomineerd werd voor een Oscar, lukte dat twee Vlaamse films in de laatste acht jaar. Dat ligt volgens de van oorsprong Vlaamse regisseur niet alleen aan een te betuttelend beleid in Nederland, maar ook aan een gebrek aan zelfvertrouwen bij Nederlandse regisseurs en scenaristen.

De opstandige houding van de filmmakers – één anonieme ondervraagde opperde zelfs ‘een revolutie’ – rijmt niet met het recente oordeel van een visitatiecommissie over het Filmfonds. Die was in een rapport van 13 februari nog van mening ‘dat de cultuurfondsen goed tot uitstekend functioneren’. De commissie controleert elke vier jaar in opdracht van het ministerie van OCW. Wolfs wijst erop dat enkel het proces van het Fonds werd beoordeeld, niet de kwaliteit van de films die het oplevert.

Sinds eind vorig jaar voert het filmmakersinitiatief zelf gesprekken met ‘het filmteam’ van OCW. Onder meer over een artistiek directeur voor het Fonds, een kunstzinnigere invulling van de Filmacademie, meer aandacht voor film in het onderwijs en minder inhoudelijke bemoeienis van de Publieke Omroep bij onafhankelijke films die ze financieren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.