Hoogleraar verliest promotierecht in Tilburg

Hoger Onderwijs Hoogleraar Ruben Gowricharn maakte fouten in een proefschrift dat hij begeleidde over salafisme. Hij zou tekortgeschoten zijn bij de inhoudelijke begeleiding ervan.

De Universiteit van Tilburg.
De Universiteit van Tilburg. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Een hoogleraar aan de Tilburg Universiteit is zijn promotierecht kwijtgeraakt na gebleken fouten in een proefschrift dat hij begeleidde. Het gaat om Ruben Gowricharn, promotor van een proefschrift van antropoloog Nazar Soroush over salafistische jongeren.

Gowricharn was tot 2017 hoogleraar sociale cohesie aan de Tilburg Universiteit. Nu is hij bijzonder hoogleraar Indiase diasporastudies aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Die krijgt officieel bericht over de ontneming van het promotierecht. De copromotor, de aan de Tilburg universiteit verbonden arabist Jan Jaap de Ruiter, krijgt een berisping.

Volgens een externe onderzoekscommissie voor wetenschappelijke integriteit van de Tilburg Universiteit had de gepromoveerde antropoloog Soroush zeker negen van de 24 onderzochte instellingen als salafistisch bestempeld, zonder voldoende wetenschappelijke onderbouwing. Na protesten van vier als salafistisch aangeduide islamitische organisaties en van wetenschappers, had het College van Bestuur opdracht gegeven tot dit externe onderzoek. Volgens de commissie zouden Gowricharn en De Ruiter zijn tekortgeschoten in de inhoudelijke begeleiding en beoordeling van het promotietraject.

Soroush moet in wetenschappelijke tijdschriften rectificaties plaatsen en het proefschrift alleen verspreiden als het oordeel van de commissie daaraan is toegevoegd. Soroush mag wel zijn doctorstitel behouden, omdat er geen blijk zou zijn van opzet of gebrek aan integriteit. Wel is er sprake van verwijtbare onzorgvuldigheid bij de promovendus, aldus het College van Bestuur.

Een verzachtende omstandigheid voor antropoloog Soroush is het gebrek aan uitgewerkte richtlijnen voor antropologie. Richtlijnen over ethische afwegingen zouden er wel moeten komen, volgens de commissie.

Bij een aantal instellingen was onduidelijk of de gepromoveerde de organisaties daadwerkelijk had bezocht. Ze waren ook niet geconfronteerd met zijn conclusies. De onderzoeker deed aan ‘verborgen participerende observatie’, aldus de externe onderzoekers. Hij had de dilemma's van deze methode met „moeilijk controleerbare data” duidelijker in zijn onderzoek moeten verantwoorden. Hij had wel een logboek met verslagen bijgehouden.

Volgens het College van Bestuur moeten de onderzoeksmethodiek en methodologische onderbouwing in het proefschrift staan.

Betalingen

Promotor Gowricharn kwam in Tilburg eerder in opspraak. Het radioprogramma Argos onthulde dat hij als onbezoldigd hoogleraar voor iedere behaalde promotie 35.000 euro van de faculteit kreeg. Ook een andere hoogleraar werd voor promoties betaald. De universiteit kreeg van het Rijk eerst gemiddeld 90.000, inmiddels 77.000 euro per promotie. Gowricharn kreeg ook geld van promovendi die werden begeleid via zijn bedrijf ‘De Promotiekamer’.

Twee andere hoogleraren werden gestimuleerd om promovendi binnen te halen, speciaal buitenpromovendi. Die leveren geld op omdat ze niet in dienst zijn van de universiteit. In tegenstelling tot Gowricharn, werden deze hoogleraren daar niet voor betaald. Inmiddels heeft het College van Bestuur een einde gemaakt aan de praktijk van het ronselen van promoties. Een commissie onderzoekt nog de 77 promoties die de hoogleraar sociale psychologie John Rijsman tussen 2010 en 2016 heeft begeleid.