Componist Hans Kox in 1995

Frans Schellekens

Hans Kox: uitstekend componist, wars van nieuwlichterij

Necrologie Hans Kox (1930-2019) componist Hans Kox begon als componist als “zondagskind van de Nederlandse muziek”, belandde aan de zijlijn en werd op zijn oude dag weer omarmd door de muziekgeschiedenis.

De tragiek van Hans Kox, schepper van een rijk en omvangrijk oeuvre, is dat je niet om dat éne stuk heen kunt. Of beter gezegd, om de rel die dat stuk veroorzaakte en de impact daarvan op de componist. Maar laten we beginnen met ander werk, zoals de indrukwekkende Vijfde symfonie ‘umbrae futurae’ – Jaap van Zweden dirigeerde in 2008 de première in het Concertgebouw en was laaiend enthousiast.
Of het Derde vioolconcert, dat in de woorden van Kox-biograaf Bas van Putten „afgrijselijk goede muziek van internationaal niveau” is. Van Putten plaatst Kox zonder aarzelen naast grote Duitse tijdgenoten als Hans Werner Henze.

Toch bereikte Kox’ muziek na een bliksemstart nooit meer het grote publiek dat haar vermoedelijk zou kunnen waarderen, al is er sinds de jaren 90 sprake van een voorzichtige Kox-revival. In het buitenland bleef zijn naam onbekend. Afgelopen maandag is Hans Kox op 88-jarige leeftijd overleden.

De Dorian Gray-affaire

Dan toch dat éne stuk: de opera Dorian Gray. Kox was op het hoogtepunt van zijn roem toen het werk op 30 maart 1974 in première ging, al moet achteraf worden vastgesteld dat de aanloop verre van gelukkig was en dat er al barsten zaten in Kox’ status als „zondagskind van de Nederlandse muziek”, zoals Henk van der Meulen hem omschreef in een documentaire uit 2008. Dorian Gray was een publiekssucces en beleefde binnen enkele jaren twee reprises, hoogst ongewoon voor een eigentijdse opera. Maar de Volkskrant en NRC schreven vernietigende recensies – en dat bleef hangen.

Haast van de ene op de andere dag trok Kox, diep gekwetst, zich terug uit het openbare leven. Zijn kersverse aanstelling als artistiek leider van het Concertgebouworkest gaf hij terug. Er is wel gespeculeerd dat juist die aanstelling kwaad bloed had gezet bij de toenmalige avant-garde, die Kox te behoudend vond, en dat de negatieve sfeer rond zijn persoon de kansen van Dorian Gray bij voorbaat ondergroef. Konrad Boehmer sprak van een „doodverklaring”.

De reputatie de opera was lange tijd een stuk bekender dan de muziek zelf, die maar weinigen hadden gehoord. Maar als een donderslag bij heldere hemel bracht het label Attacca in 2012 een cd van Dorian Gray uit. In de vier decennia sinds de roerige première bleek alles veranderd: de cd kreeg uitstekende recensies en Dorian Gray werd opeens alom gezien als een goede tot zeer goede opera.

Het gelijk van Hans Kox

Wars van modernistische nieuwlichterij geloofde Kox niet in een radicale breuk, maar vond hij zijn eigen stem in de traditie tot en met Bartók, Britten en Sjostakovitsj. Die positie heette in de jaren zeventig reactionair, maar lijkt tegenwoordig, na de comeback van melodie en klankschoonheid, eigenlijk heel plausibel. „Je kunt zeggen dat Hans Kox gelijk heeft gekregen,” oordeelt Davo van Peursen, directeur van muziekuitgeverij Donemus.

Hoe ingrijpend de Dorian Gray-affaire ook was, ze betekende allerminst het einde van Kox’ loopbaan. Zo doceerde hij van 1974 tot 1984 compositie aan het Utrechts Conservatorium, waar de latere Componist des Vaderlands Willem Jeths tot zijn leerlingen behoorde. En hij componeerde: een veelzijdig oeuvre dat alle genres bestrijkt.

Kox groeide op in een muzikaal gezin – zijn vader was koordirigent – en maakte als jongen het bombardement op Arnhem mee. De evacuatie, de bommen, de brandende stad: het liet hem nooit meer los.

De Anne Frank Cantate

De ervaring klinkt door in zijn hele, vaak somber getoonzette oeuvre, niet in de laatste plaats in zijn ‘Oorlogsdrieluik’, bestaande uit In those days, Requiem for Europe en de Anne Frank Cantate

Kox studeerde van 1948 tot 1951 piano bij Jaap Spaanderman in Amsterdam en nam van 1951 tot 1955 privécompositieles bij Henk Badings. In 1953 debuteerde hij als componist met een strijktrio en daarna ging het hard. Kox kreeg verschillende prijzen, waaronder in 1959 de Visser-Neerlandiaprijs voor zijn Eerste symfonie, de Prix Italia 1970 voor In those days en de eerste prijs van het Rostrum of Composers 1974 voor L’allegria voor sopraan en orkest. Daarnaast was hij van 1957 tot 1970 directeur van de muziekschool in Doetichem en van 1970 tot 1974 adviseur van het Noordhollands Philharmonisch Orkest.

Kox’ werk is door Donemus en Attacca uitgebracht op een flink aantal cd’s. In juni gaan het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor zijn nooit uitgevoerde Zesde symfonie opnemen. Te laat, helaas, voor Hans Kox, maar op tijd voor de rest van ons.