De aanvaring tussen Frankrijk en Nederland is deel van een patroon

Air France-KLM Frankrijk heeft woensdag woedend gereageerd op de aankoop door de Nederlandse staat van aandelen van het moederbedrijf van KLM.

Premier Mark Rutte en de Franse president Emmanuel Macron aan tafel in Bistrot de la Place, in maart 2018.
Premier Mark Rutte en de Franse president Emmanuel Macron aan tafel in Bistrot de la Place, in maart 2018. Foto Bart Maat/ANP

Met de aankoop van een fors belang in Air France-KLM opereert de Nederlandse regering op een manier die eigenlijk meer Frans dan Nederlands is. En sinds het aantreden van de meer liberale president Emmanuel Macron zoekt Frankrijk op zijn beurt juist aansluiting bij open economieën als de Nederlandse, waar staatsbemoeienis minder vanzelfsprekend is. Die kruisbestuiving, na jaren wederzijds onbegrip in het luchtvaartdossier, is nu diplomatiek ontploft.

Frankrijk heeft woensdag woedend gereageerd op de aankoop door de Nederlandse staat van aandelen van het moederbedrijf van KLM. De manier waarop dat ging was „verrassend”, „onvriendschappelijk” en „totaal discutabel” omdat de aandelenkoers op één dag bijna 12 procent kelderde, liet het Franse ministerie van Financiën weten. Macron, die volhoudt vooraf niet geïnformeerd te zijn, heeft om uitleg gevraagd. Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) wordt vrijdag in Parijs verwacht. Woensdagavond had Nederland 14 procent van de aandelen in handen, bijna evenveel als Frankrijk (14,3 procent). Het opkopen is nu gestopt, laat Hoekstra’s ministerie weten.

Volgens de bewindsman was het niet mogelijk de Franse autoriteiten eerder in te lichten omdat het om „koersgevoelige informatie” ging. Het is waar dat het in de kleine Parijse binnenwereld moeilijk is om een geheim te bewaren. Maar dat Hoekstra pas op het laatste moment, net voordat de deadline van de markttoezichthouder verstreek, zijn Franse ambtgenoot Bruno Le Maire belde, is voor de Fransen een deuk in het vertrouwen. Le Monde spreekt zelfs van een „oorlogsverklaring”.

Lees ook: Het is nu Nederland tegen Frankrijk

Nieuwe topman

‘Parijs’ voelt zich verraden omdat de Franse regering zegt er alles aan gedaan te hebben om sinds het gedwongen vertrek van groepstopman Jean-Marc Janaillac, vorig jaar, aan Nederlandse wensen voor de positie van KLM en thuisbasis Schiphol te voldoen. Om het door arbeidsonrust en cultuurverschillen geplaagde bedrijf in rustiger vaarwater te brengen zou Frankrijk zich minder direct met de bedrijfsvoering bemoeid hebben en hebben gepleit voor een ‘luchtvaartprofessional’ als nieuwe topman. „We zijn ze in alles tegemoetgekomen.”

Die nieuwe groepstopman had KLM-baas Pieter Elbers kunnen zijn. Maar volgens de Fransen heeft hij de baan afgeslagen, waarna de Canadees Ben Smith hem kreeg. Elbers werd uiteindelijk nummer twee van de groep en kon zijn plek bij KLM behouden, al moeten de aandeelhouders daar in april nog mee instemmen. KLM meent dat er „nooit concrete en werkbare voorstellen” zijn geweest voor Elbers als hoogste baas van de holding. Nieuwe afspraken die Smith deze maand in Nederland maakte over KLM-thuisbasis Schiphol, zouden voor de Fransen op losse schroeven staan nu Nederland „dubbelhartig” tegelijkertijd „als een activistisch fonds” aandelen opkocht.

Het ‘Memorandum of Understanding’ waar de Fransen naar verwijzen, dateert volgens een woordvoerder van Hoekstra uit 2010. Het recente gesprek met Smith was deel van de „voortdurende dialoog” met de Fransen en heeft bestaande afspraken niet gewijzigd. „Er zijn in de afgelopen maand geen concrete nieuwe afspraken gemaakt. Er is ook niets ondertekend.” Als de Fransen beweren dat het ‘MoU’ niet meer geldig zou zijn, dan is dat wat het Nederlandse kabinet onjuist. „Wij hebben daar in onze gesprekken niets over gehoord, dus gaan daar niet van uit.”

Hoekstra en ambtgenoot Le Maire zijn politici die geen consensus zoeken, maar willen scoren – en dat thuis willen laten weten

Deel van een patroon

Hoewel de hervormer Macron in de Nederlandse politiek bij zijn aantreden in 2017 enthousiast ontvangen werd en de Franse president en premier Mark Rutte persoonlijk goed overweg kunnen, is de diplomatieke aanvaring wel deel van een patroon. De centrale karakters zijn daarbij steeds de felle ex-diplomaat Le Maire en de weinig diplomatieke ex-consultant Hoekstra. Beiden staan in Brussel bekend om een rauwe, confronterende aanpak. Ze zijn ambitieuze politici die geen consensus zoeken, maar willen scoren – en dat thuis willen laten weten.

Lees ook het opiniestuk van Ewald Engelen: Burger, zeg maar dag tegen die 700 miljoen

In de Frans-Nederlandse relatie is naast Air France-KLM de eurozone de lastigste kwestie. Le Maire slaagt er regelmatig in zijn Duitse collega Olaf Scholz te winnen voor hervormingen, maar Nederland voert onder aanvoering van Hoekstra hard verzet. Dat Nederland daarvoor de zogenoemde Hanzegroep met gelijkgestemde landen als Finland en Ierland optuigde, viel in Parijs verkeerd. Bij een diner met Hoekstra in november zei Le Maire in het bijzijn van journalisten zich „ongemakkelijk” te voelen bij „clubs” binnen de EU. Zo „zul je Frankrijk nooit aan je zijde vinden”.

‘Erg liberale liberaal’

Maar er is ook partijpolitiek. Macron wil zijn partij LREM na de Europese verkiezingen laten samenwerken met de liberalen in het Europees Parlement. Hij heeft Rutte dus nodig, ook al behoort die tot wat een bron op het Elysée omschrijft als „de erg liberale liberalen”. Tegen de Europese christendemocraten van Hoekstra voert de Franse president juist campagne.

Toch trekken Frankrijk en Nederland in de post-Brexit-EU juist ook vaker samen op. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij klimaatpolitiek, digitalisering, detacheringswetgeving, defensie en handel. Toen staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66) laatst in Brussel een Europese vliegtaks voorstelde, kreeg hij een warm onthaal van zijn Franse collega. Maar zodra het om geld gaat, liggen de verhoudingen anders. Nederlandse diplomaten laten naar verluidt nu al aan collega’s weten dat ze niet geporteerd zijn voor het idee dat een Franse kandidaat Mario Draghi zal opvolgen als president van de Europese Centrale Bank.