De wielrenbroek

Wat we gaan dragen Milou van Rossum belicht elke maand een kledingstuk of accessoire dat binnenkort (weer) in de mode komt.

Peter Stigter

Het was 1988, mijn jaar van de wielrenbroek – geen echte met een zeemleren kruis, maar een modevariant van zwarte tricot. In het voorjaar droeg ik ’m met een breedgeschouderd rood jasje erop, zwarte panty’s, zwarte pumps eronder en gigantische oorbellen. In de zomer had ik ’m nog steeds aan, maar dan met alleen maar een badpakje en platte schoenen.

De wielrenbroek dreigt een serieuze comeback te maken. Hij zit in de voorjaarscollectie van onder meer Fendi, Chanel en Prada, en bij de vrouwenmodeweek voor het voorjaar 2019 in Parijs, afgelopen najaar, liepen de eerste jonge vrouwen er al mee rond. Zij droegen de wielrenbroek zoals ik ’m in de lente van 1988 droeg: met een blouse of een jasje en hoge hakken. Het zal niet lang duren voor de broek ook bij betaalbare merken te vinden zal zijn.

Achteraf kun je zeggen dat de wielrenbroek eind jaren tachtig de overgang van de geklede powervrouw-stijl naar een sportievere, meer casual kledingstijl markeerde. De legging was toen al een tijdje in de mode, maar de wielrenbroek is natuurlijk een letterlijke verwijzing naar sportmode. Kort erop kwam Jean Paul Gaultier voor zijn toen ongelooflijke populaire lijn Junior Gaultier met strakke kledingstukken van glimmend tricot met sportstrepen. Het grappige is dat de wielrenbroek nu een omgekeerde beweging markeert: van streetwear en athleisure naar een meer geklede stijl.

Een wielrenbroek, zeker als-ie met een bloot been wordt gedragen, gedijt natuurlijk het best bij jonge, rimpelloze knieën. Maar er is nog een andere doelgroep : vrouwen met forse benen die in de zomer last hebben van tegen elkaar aanschurende dijen. Voor hen is het een ideaal kledingstuk voor onder een jurk of rok.