Afghaanse vluchtelingen in een vluchtelingenkamp in Moria op het Griekse Lesbos.

Foto Mauricio Lima/The New York Times

'De vergelijkingen met 1938 zijn werkelijk schokkend'

Auteur Linda Polman Schrijfster Linda Polman onderzocht het Europees vluchtelingenbeleid. Ze trekt een vergelijking met 1938.

Het Griekse eiland Lesbos herbergt sinds 2015 het grootste vluchtelingenkamp van Europa . In 2018 zaten er 8.500 mensen vast in kamp Moria, terwijl er plek is voor 3.100 mensen. Er is één toilet voor iedere 72 mensen, een douche moeten ze met zijn vierentachtigen delen. Als het regent, drijven de uitwerpselen uit het rioolwater door de tenten.

In november constateerden hulpverleners op Lesbos grote problemen onder getraumatiseerde kinderen

Dit speelt zich af op Europees grondgebied. De situatie is weliswaar niet meer wekelijks in het nieuws, maar de omstandigheden worden er niet beter op. Sinds de oprichting van de EU in 1993 kwamen op weg naar Europa zeker 30.000 mensen om. De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties concludeerde in 2018 dat de EU „een beleid heeft ontwikkeld dat impliciet of expliciet de dood accepteert als een effectief anti-migratie instrument.”

Zo eindigt het boek Niemand wil ze hebben, van journalist Linda Polman, over hoe Europa met vluchtelingen omgaat. Daarin beschrijft ze het ‘vluchtelingenmanagement’ van Europa , dat zich vooral richt op ‘inkapseling’, zoals Polman het noemt. „Je kapselt het vluchtelingenprobleem in, zet er letterlijk of figuurlijk een hek omheen”, zegt ze in een Amsterdams café. „En dat het liefst in kampen zo ver mogelijk buiten Europa. In de hoop dat mensen daar blijven.”

Polman laat in haar boek zien hoe Europa al decennia probeert vreemdelingen zo veel mogelijk buiten de deur te houden. Vanaf de jaren zeventig sloten Europese landen anti-migratiedeals met landen die op traditionele migratieroutes liggen: Ethiopië, Somalië, Algerije, Marokko, Tunesië. Europa maakte inmiddels honderden van die afspraken. De kern van de meeste deals: Europa betaalt voor grensbewaking, verzorgt werkgelegenheidsprojecten of investeert anderszins, in ruil voor het tegenhouden van migranten – ongeacht of deze mensen recht hebben op een vluchtelingenstatus of dat het ‘gelukszoekers’ zijn.

Polman beschrijft die afspraken om duidelijk te maken dat we naar de situatie op de Griekse eilanden kijken zonder idee van de politieke context.

Wat zijn die politieke oorzaken?

„Europese en Amerikaanse politieke leiders presenteren vluchtelingen altijd als een probleem van buiten, nooit als een gevolg van het eigen buitenlandbeleid. Terwijl Europa een rol speelde in zo goed als alle 36 gewapende conflicten die de wereld aan het eind van de Koude Oorlog in 1989 telde, soms in partnerschap met de VS. In de conflicten die nu de meeste vluchtelingen veroorzaken, Syrië, Somalië en Afghanistan, zijn Europa en de VS ook op enige manier betrokken: door te vechten of wapens te leveren.

„Toen de oorlog in Syrië begon in 2011 werd de stroom vluchtelingen die via Griekenland Europa probeerde binnen te komen steeds groter. Griekenland kreeg wel Europees geld, maar kampte met veel binnenlandse problemen en kon de opvang niet aan. En andere Europese landen staken geen poot uit. In plaats van de lasten eerlijk te verdelen toen de aantallen echt gigantisch werden, hesen buurlanden zich in het harnas en sloten de grenzen.”

Polman beschrijft een dialoog tussen presentator Paul Witteman en premier Mark Rutte, in het tv-programma Pauw & Witteman in 2011. De Libische dictator Khadaffi dreigde kort daarvoor dat „miljoenen” vluchtelingen naar Italië zouden kunnen oversteken. Rutte pleit in dat interview voor opvang in de regio, en als dat niet lukt „dan is dat de verantwoordelijkheid van het land waar ze als eerste binnenkomen.”

„Is dat niet een beetje oneerlijk?” vraagt Witteman. Waarop Rutte antwoordt: „Tsja, dat is dan gewoon pech voor hun.”

Europa probeerde de instroom te stoppen met weer een deal, met Turkije. Heeft die gewerkt?

„Dat was geen oplossing, maar een verband op een gutsende wond. We hadden die wond moeten voorkomen, en dat had Europa ook gekund. Als Europese landen de instroom van erkende vluchtelingen eerlijk zouden verdelen, zou er niets aan de hand zijn.”

Maar ook die vluchtelingenstatus, die is vastgelegd in het VN-vluchtelingenverdrag, is politiek, schrijft u.

„Het VN-vluchtelingenverdrag is een logisch product uit die tijd, het was nodig na de Tweede Wereldoorlog toen Europa met honderdduizenden oorlogsvluchtelingen in zijn maag zat. Wij hebben onszelf achteraf verteld dat het verdrag een soort fundament is voor onze samenleving, waarin waarden als barmhartigheid zijn verankerd. Maar zo is het nooit bedoeld.

„Bij de opstelling van het vluchtelingenverdrag probeerden Europese leiders de vluchtelingenstatus juist aan een zo beperkt mogelijke groep te geven. Mensen wier leven wordt bedreigd door oorlog of vervolging vanwege hun religieuze of politieke ideeën hebben recht op die status. Maar alleen als ze Europees grondgebied bereiken. De rest wordt gezien als ‘gelukszoekers’. Terwijl mensen ook om heel gegronde redenen kunnen vluchten voor armoede en honger.”

In uw boek geeft u geen oplossingen, waarom niet?

„Dat heb ik bewust niet gedaan. Ik hou niet van luiheid, politici gaan zich maar eens verdiepen. Er zijn duizend oplossingen, allang verzonnen door anderen. Als ik er één kies, bestaat het risico dat deskundigen zeggen: het klopt niet, dus het hele boek klopt niet. Ik leg een probleem neer en de volgende stap is aan anderen.”

Uw verhaal begint in 1938. Landen die kritiek hadden op Hitlers beleid wilden zelf geen vluchtelingen opnemen, schrijft u. Een ontvlambare vergelijking met het heden.

„In 1938 vond de eerste internationale conferentie over de ‘vluchtelingencrisis’ in Europa plaats, in het Franse Evian. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was het aantal Joden dat vluchtte uit Duitsland enorm: tot september 1939 waren het er 282.000. En ook toen probeerden Europese landen die mensen vooral buiten de deur te houden, vanuit de banale overweging Hitler als handelspartner niet te ontrieven. De argumenten die daarvoor werden gebruikt, terug te vinden in de notulen, zijn letterlijk dezelfde als nu: ze zouden onze normen, waarden en sociale voorzieningen bedreigen en ze toelaten zou een ‘aanzuigende werking’ hebben. De vergelijkingen met toen zijn werkelijk schokkend.”

Bent u van mening dat de geschiedenis zich herhaalt?

„Misschien wel. De retoriek van nu is doordesemd met het veilig houden van Europa, wat dat dan ook betekent. De visie is dat we vol zitten, er geen banen zijn, die vreemdelingen aan ons kerstfeest zitten. Zo keken ze in 1938 ook naar het Joodse vluchtelingenprobleem.

„De vernietigingskampen, de Holocaust, dat bepaalt ons. Het is de morele maatstaf waarlangs we meten. We zeiden: ‘Nooit meer’.

„Maar nu kijken we naar kamp Moria op Lesbos alsof het alleen een humanitair probleem betreft. Die mensen hebben het koud, ze hebben een dekentje nodig.

„We storten een tientje en denken er niet meer over na. Terwijl we naar een heel structureel Europees probleem kijken. Hoe het afloopt, weten we niet.”