Ze kwamen tot inkeer, maar de fiscus gaf een boete

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: fiscaal recht.

Blauwe enveloppen in de printstraat van de Belastingdienst.
Blauwe enveloppen in de printstraat van de Belastingdienst. Remko de Waal / ANP

Ze hebben bankrekeningen in België, maar het echtpaar gaf die niet op bij de Belastingdienst. Dat doen ze vanaf inkomstenjaar 2013 wel. Daarop komen er – in juni 2016 – vragen van de fiscus. Die slaat aan het rekenen en legt over voorgaande jaren naheffingen en (vergrijp)boetes op van ruim 13.000 euro. Onterecht, vindt het echtpaar – er is sprake van vrijwillige inkeer, ze hebben de Belastingdienst al jaren eerder brieven gestuurd over hun buitenlandse rekeningen, lang voor die zelf aan het rekenen ging. Nee, stelt de fiscus, die brieven zijn niet aangekomen, niet bekend. De rechter buigt zich over de vraag of de inkeer op tijd en vrijwillig was.

Het echtpaar zegt dat hun advocaat in november 2011 in een – anonieme – brief aan de Belastingdienst melding heeft gemaakt van intentie tot inkeer. Een tweede, anonieme brief volgt een maand later, eveneens zonder reactie van de fiscus. Daarop stuurt de advocaat in februari 2012 een aangetekende brief met daarin de naam van het echtpaar en de Belgische rekeningen. Kopieën van de brieven en het verzendbewijs van de aangetekende brief worden overgelegd.

De twee anonieme brieven schuift de rechter terzijde; die bevatten geen informatie over het echtpaar en kunnen daarom niet aangemerkt worden als inkeermelding. Wat de aangetekende brief betreft, gaat de rechtbank mee met de fiscus: het overgelegde verzendbewijs is ongedateerd, het kenmerk van het verzendbewijs wijkt af van het kenmerk van de brief, en track&trace-informatie van PostNL ontbreekt. Het is daarmee niet aannemelijk gemaakt dat de inkeermelding correct is verzonden en de fiscus heeft bereikt. Van vrijwillige inkeer is geen sprake, de naheffingen en boetes – met 5 procent verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn – blijven staan.