Recensie

Recensie Film

Terug naar het afbladderende behang en de groene kanarie

Interview „Kun je je herinneringen wel nauwkeurig reconstrueren?”, vroeg filmmaker Richard Billingham zich af. Hij ploos zijn jeugd voor de film ‘Ray & Liz’ tot in de details uit.

Ella Smith en Justin Salinger als Liz en Ray in ‘Ray & Liz’.
Ella Smith en Justin Salinger als Liz en Ray in ‘Ray & Liz’.

Nog één keer wilde fotograaf en kunstenaar Richard Billingham (1970) terugkeren naar het grauwe Birmingham van zijn jongensjaren. Denk Engeland in de jaren tachtig. Werkloosheid. Armoede. De concrete gevolgen van de neoliberale afbraakpolitiek van Margaret Thatcher.

Billingham maakte er eerder al de fotoserie Ray’s a Laugh (1996). Een intiem, nietsontziend en teder portret van het leven van zijn alcoholistische vader Ray en zijn kettingrokende getatoeëerde moeder Liz. Dat zette hem midden jaren negentig dankzij een rondreizende tentoonstelling van kunstverzamelaar Charles Saatchi op de kaart als een van de belangrijkste nieuwe Britse kunstenaars van zijn generatie. „Ik ben nu 47 jaar, heb drie kinderen en realiseer me hoe anders mijn leven nu is, als ik mijn jeugd met die van mijn kinderen vergelijk”, vertelde de zachtaardige Billingham vorig jaar in Toronto, waar zijn film Ray & Liz te zien was nadat hij op het internationale filmfestival van Locarno een Speciale Juryprijs in ontvangst had mogen nemen.

„Ik weet niet of het voor mij heel anders is om op mijn leven terug te kijken dan voor gewone mensen, maar ik wilde proberen om het verhaal bij die foto’s tot leven te brengen. Het was belangrijk om eerlijk en authentiek te blijven. Maar belangrijker nog was om trouw te blijven aan mijn herinneringen. Kun je je herinneringen nauwkeurig reconstrueren?” Daarom begon hij ze op te schrijven. Waar stond de bank? Hoeveel stappen was het van de tafel naar de deur? Ze draaiden de film voor het grootste gedeelte op de echte locaties. Het inrichten van de set was het belangrijkste. „Mijn idee was dat als de set klaar was, de fotografie bijna een ‘functie’ van de ruimte zou worden. Het grappige was dat mijn cameraman soms met oplossingen kwam die ik zelf niet had kunnen verzinnen. In die zin was het een echte samenwerking, en geen live action-versie van mijn foto’s. Sterker nog, ken je dat gevoel dat je een stilleven aan het tekenen bent, en dat je dan het vaasje een beetje verschuift omdat het licht dan beter valt, en dat dan uiteindelijk de tekening beter wordt dan het stilleven? Zo ging het ook met mijn film. In die zin voel ik me erg verwant met fotograaf Jeff Wall die dagen bezig kan zijn met het componeren van een tableau.”

Het moest ook een beetje anders worden dan de meeste films. „Als ik ’s avonds de televisie aanzet zie ik een man met een pistool in zijn hand. Of een lijk dat ergens ligt. Maar voor hoeveel mensen is dat hun werkelijkheid? Ik heb nog nooit een moord gezien. Stel je voor dat je de tv aan zou zetten en je zou een vrouw een sigaret zien roken, dat zou sensationeel zijn.”

Dat is dus wat Billingham doet. Hij volgt zijn hoofdpersonen bij hun alledaagse beslommeringen. Veel roken en drinken. En op de achtergrond scharrelen twee kinderen rond bij wie je je hart vasthoudt of het wel goed met ze afloopt. Hartverscheurend.

Anders dan het traditionele Engelse sociaal-realistische aanrechtdrama („Volgens Wikipedia werd de laatste kitchen sink-film in 1973 gemaakt”) wil Billingham geen politieke films maken, althans „niet opzichtig politiek of polemisch”. De dingen tonen zoals ze zijn is genoeg. „Ik zou mezelf het liefste omschrijven als een landschapsfotograaf, ook al maak ik voornamelijk portretten. Elk gezicht is een landschap. En ik zoek naar manieren om een ruimte te creëren waar de toeschouwer zijn eigen gedachten en emoties kan projecteren.”