Schuldige gestraft, leugen leeft nog

Zap Ze wilden een overval plegen, reden een man dood en stonden lang voor de rechter. Maar wie bestuurde de scooter? Een complexe rechtsgang in de documentaire ‘Het fatale scooterongeluk’.

De documentaire ‘Het fatale scooterongeluk’
De documentaire ‘Het fatale scooterongeluk’ Beeld BNNVARA

No lie can live forever staat er groot op het gebouw van het Openbaar Ministerie in Arnhem, maar sommige leugens komen desalniettemin een heel eind. Het opschrift komt een paar keer voorbij in Het fatale scooterongeluk, de film die Hetty Nietsch en Manon Blaas maakten over de nasleep van een aanrijding op 15 januari 2010 in Nijmegen, waarbij een voetganger om het leven kwam.

„Ik ga u meenemen in een bijzonder juridisch verhaal”, zegt oud-rechter Egbert Meijer aan het begin van de documentaire. Dat is het inderdaad, maar het is méér. Want het is ook een verhaal waarbij je zittend op de bank per minuut vuriger gaat hopen op een hoge straf voor de schuldigen – alsof je innerlijke Mark Rutte opspeelt.

Uitgescholden

Het ongeluk en de nasleep zijn onthutsend. Twee jonge mannen (18 en 19 jaar) waren per scooter op weg om een hotel te overvallen toen ze door een politiewagen werden gespot. Ze sloegen op de vlucht en reden daarbij de vijftigjarige Mario van der Geijn dood. Zelf raakten ze ook gewond. Een van de mannen schold de agent uit die hem in de ambulance naar het ziekenhuis begeleidde („Normaal noem ik nooit iemand een nazi”, zou hij zich later verdedigen.)

In het ziekenhuis werd het personeel uitgescholden en later bedreigd, ook door vrienden en familie van de verdachte die waren komen kijken. De eerste hulp moest worden afgesloten. Die bedreigingen strekten zich uit tot een krant die een interview met de moeder van een van de verdachten wilde publiceren. Bij de rechtszittingen toonden de mannen zich ongeïnteresseerd – als ze al kwamen opdagen.

En er was het liegen. Want wie bestuurde de scooter eigenlijk? Mohamed zei: het was Mohamed. En Mohamed zei: het was Mohamed – de twee verdachten hadden dezelfde voornaam. Op de avond van de aanrijding waren er onvoldoende goede getuigenverklaringen opgenomen, technisch bewijs was er niet. Slechts de verklaringen van de twee verdachten, die elkaar de schuld gaven.

Hoe te oordelen? Koning Salomo had het destijds makkelijk. Die kon bij een vergelijkbaar oordeel een buiten-juridische waarde in stelling brengen (moederliefde) om de leugenaar te ontmaskeren.

Frustraties

De rechters in Arnhem en later Den Bosch wisten zich niet goed raad. De eerste rechtbank zag in de oudste Mohamed de bestuurder en veroordeelde hem tot acht jaar. Er volgde vrijspraak in hoger beroep, want er was niet vast te stellen wie er had gereden en dus niet wie er schuldig was aan de doodslag.

Via de Hoge Raad ging de zaak naar het hof in Den Bosch, dat bewezen achtte dat de twee mannen samen hadden besloten koste wat kost aan de politie te ontkomen – en dat ze dus ook samen schuldig waren. Inmiddels meenden de aanklagers dat niet de oudste, maar de jongste verdachte de meest waarschijnlijke bestuurder was. Beiden werden veroordeeld tot wat minder dan vier jaar gevangenis.

De frustraties van de juristen worden royaal belicht in Het fatale scooterongeluk – al is er ook een contente Bram Moszkowicz. Gevraagd naar de gevoelens van nabestaanden bij zwijgende verdachten, zei hij: „Met alle respect, daar heb ik lak aan.” Geheel volgens de stelregel dat na de woorden ‘met alle respect’ bijna altijd iets uitgesproken respectloos volgt.

Het fatale scooterongeluk zal in heel wat rechtenpropedeuses worden vertoond – het is een mooi voorbeeld van hoe een rechtbank dreigend onrecht af kan wenden. Al weten we (en weten de nabestaanden) nog steeds niet welke Mohamed de scooter bestuurde. De schuldige is gestraft – maar de leugen leeft nog.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.