Mike Leigh maakte met ‘Peterloo’ een ensemblefilm met zo’n 160 acteurs. Foto Simon Mein

Mike Leigh: ‘Scholen moeten aandacht besteden aan Peterloo’

Mike Leigh Britse media zijn het nog steeds niet eens: was de bloedig neergeslagen demonstratie bij Peterloo een onfortuinlijk incident of een illustratie van rot in de Britse democratie? Mike Leigh: „Mijn bijdrage aan het debat is deze film.”

Staan we op de drempel van een nieuw tijdperk van politieke, geëngageerde films? De Britse cineast Mike Leigh (76) kijkt met opgetrokken wenkbrauwen om zich heen. „Nou, hier begint de revolutie zeker niet.”

We bevinden ons in de Jaeger Lecoultre-lounge van klatergoudhotel Excelsior op het Lido van Venetië, waar een cappuccino 10 euro kost. Leigh presenteert er zijn nieuwste, zeer ambitieuze film: het sociale kostuumepos Peterloo. „Politieke films … Ik ben zelf een antiquiteit, maar ik geloof dat de collectieve beleving van film nog steeds mensen kan veranderen. Zelf had ik het geluk 21 films te maken zonder dat iemand me op de vingers keek. Het probleem voor jonge filmmakers van nu is wel dat financiers en subsidiegevers je op voorhand doorzagen over genre. Welk genre is je film, wat is je formule, wat is je doelgroep? Ga je daarop in, dan zit je al in de gevarenzone en maak je een saaie film. Als het goed is maak je een film over iets wat je bezig houdt, en niet een romkom, een thriller of een kostuumdrama.”

Genre ligt mijlenver van de methode-Leigh. Hij improviseert en repeteert maandenlang met zijn acteurs, zonder script. Dat groeit tijdens dat sparren. Het leverde intiem, diepgravend psychologisch drama op: Naked, Secrets & Lies, Vera Drake, Happy-Go-Lucky, Another Year. Daartussen is Peterloo een vreemde eend: een ensemblefilm met zo’n 160 acteurs, die dus weinig ruimte krijgen voor verdieping.

Hoe verhoudt Peterloo zich dan tot de methode-Leigh? „Wel, de voorbereiding duurde iets langer”, monkelt Leigh. „Normaliter gaan mijn films over drie mensen die ruzie schoppen in een trappenhuis. Ditmaal kon ik alleen intelligente acteurs gebruiken, die zelf gepassioneerd research konden doen. Mag ik u iets verklappen? Sommige acteurs zijn best dom. Maar die treft u niet in Peterloo.”

Lees hier de recensie van ‘Peterloo’

Peterloo gaat over de slachtpartij op het St Peter’s Field in de opkomende industriestad Manchester, waar panikerende magistraten op 16 augustus 1819 de cavalerie loslieten op 60.000 arbeiders en burgers die vreedzaam en feestelijk betoogden voor parlementaire hervorming en algemeen stemrecht.

De tol: tussen de 11 en 15 doden, rond de 650 gewonden. De nasleep: autoriteiten die zich in hun gelijk ingroeven, celstraffen voor de sprekers, de organisatoren en de journalist die de gebeurtenissen zijn naam gaf: een samentrekking van St. Peters en Waterloo. Peterloo stond tevens aan de wieg van de linkse pers: The Guardian werd in 1821 opgericht door een boze ooggetuige, zakenman John Edward Taylor.

Twee eeuwen later polariseert Peterloo nog steeds. De linkse Britse pers draagt Mike Leighs epos op handen als tijdig, relevant en geëngageerd. Vijf sterren in The Guardian bijvoorbeeld, dat er omineus op wijst dat het jaar 19 in het Verenigd Koninkrijk al eeuwen garant staat voor sociale onrust – een traditie die zich met een harde Brexit ook in 2019 kan voortzetten. De rechtse pers wuift Peterloo weg als ongefocust en prekerig en doet het bloedig neerslaan van de demonstratie af als een onfortuinlijk incident dat zeker niet de rot van de Britse democratie, het klassenstelsel of het kapitalisme illustreerde.

Heeft Mike Leigh nog wat aan dat debat bij te dragen? „Ik vind dat scholen standaard aandacht moeten besteden aan Peterloo, net als Waterloo of Trafalgar. Ik groeide een kwartier van St. Peter’s Field op, maar hoorde er op school niets over. Maar mijn bijdrage aan het debat is deze film, die ik pertinent niet wil uitleggen. Mijn films nodigen uit om na afloop zelf verder te praten en je eigen conclusies te trekken.”

Peterloo is best zware kost. Via dialogen en vlammende speeches leren we talloze stromingen binnen het vroege socialisme kennen, alsmede konkelende fabrikanten en priesters, corrupte magistraten en hun bullebakken, ijdele orators en fiere suffragettes. Het is een breed uitwaaierend epos, maar alles komt uiteindelijk samen bij het bloedbad op St. Peter’s Field.

Was Leigh niet geïntimideerd door de schaal van zijn film en de massascènes? „Niet echt. Een schilder maakt een schilderij, een schrijver een roman, maar ik geef leiding aan een crew vol getalenteerde en ervaren mensen die al vaker met dat bijltje hebben gehakt. We hadden een heel geschikte plek voor het bloedbad, Tilbury Fort aan de Theems. Vallen de opnames tegen dan kan je in de montage van alles rechttrekken.

„Ik dacht wel vaak: straks sta ik honderden mensen en paarden te choreograferen op dat enorme veld. Maar we planden de veldslag heel secuur en systematisch, en ook hoe we Hollywood-clichés konden vermijden. Dus geen helikopter- of droneshots, als kijker ontsnap je niet aan de chaos op de grond en beperkt je blikveld zich tot losse, intieme gewelddaden. Hoe dan ook: het viel me mee. Ook een massascène komt neer op problemen oplossen. Zoals elke opname.”

En nu, terug naar drie man die ruzie maken in een trappenhuis? Leigh: „Als ik een interessant trappenhuis vind.”