‘Misschien motiveert de faalangst mij wel’

Interview Kirsten Wild (36), baanrenster De WK baanwielrennen vanaf woensdag in Polen ziet ze als tussendoortje op weg naar olympisch eremetaal, volgend jaar. „Ik heb iets te bewijzen. Aan mezelf.”

Kirsten Wild ziet de WK baanwielrennen in Polen als tussendoortje voor de Olympische Spelen, waar het echt om gaat.
Kirsten Wild ziet de WK baanwielrennen in Polen als tussendoortje voor de Olympische Spelen, waar het echt om gaat. Foto Olaf Kraak

Net naast de strandopgang van Egmond aan Zee is ze op de bagagedrager van een verroeste stadsfiets gaan zitten om te poseren voor de fotograaf, met op de achtergrond de hagelnieuwe racer waarop ze zich eerder deze dag vier uur in het zweet werkte – en geen minuut minder.

Een hobby zal het nooit worden, op de foto gaan. Niet dat ze ijdel is, dan had ze wel wat anders aangetrokken dan het trainingskloffie en het spijkerjackie. Ze vraagt wel steeds of het goed is zo, en zo? Dan kijkt ze met haar felblauwe ogen met het zachte licht van de ondergaande zon mee, en lacht ze het ongemak hardop van zich af. Als ze een pluk van haar rossige krullen uit haar gezicht achter een oor heeft geveegd, valt haar blik op een van haar bovenbenen, die doordat ze zit enigszins van vorm is veranderd. „Is mijn been niet te dik zo, kan het wel?” Ze verzit, wiebelt wat, en nog eens.

Je zou bijna vergeten dat dit de vrouw is die vorig jaar rond deze tijd tijdens het WK baanwielrennen in eigen huis de hele mondiale wielertop aan gruzelementen reed en drie keer wereldkampioen werd in evenzoveel dagen. In de periode daaraan voorafgaand viel ze zeven kilo af, enkel en alleen omdat ze van zichzelf was geschrokken op een foto die was genomen tijdens de Holland Ladies Tour. Ze schakelde een diëtist in die een einde maakte aan tussendoortjes en voilà, ze trainde zichzelf in de vorm van haar leven. Ook door een compromisloze voorbereiding. Dat gewicht was heus niet zaligmakend.

Zelden had een duurrenster op een houten wielerbaan met zoveel vertoon van macht in de rondte gereden, maar na afloop was ze zelf vooral opgelucht omdat ze voor eigen publiek niet gefaald had, en niet was bezweken onder de druk die ze had ervaren. Pas later kwam het besef dat ze iets bijzonders had gedaan, en dat ze daarvan mócht genieten. Ze kocht een lederen tas om de triomf te concretiseren, mochten er momenten komen waarop ze haar prestaties in twijfel zou gaan trekken.

Lees ook over de WK baanwielrennen van vorig jaar, de succesvolste ooit

Waardig kampioene

In haar eerste regenboogtrui, gewonnen in 2015, had ze zich soms gegeneerd, omdat ze, in haar woorden, slechts op één onderdeel de beste was. Het voorbije jaar ging dat al beter. Ze had ze dit keer immers geheerst op drie onderdelen. Pas toen voelde ze zich een waardig kampioene. Ze genoot zelfs stiekem van de selfies die mensen met haar wilden maken, als ze die felbegeerde trui aan had.

Ze is aan een tafel achter een kop rooibosthee gaan zitten, in een luidruchtige pub van Hotel Zuiderduin in Egmond aan Zee, waar ze logeert voor ze naar het Poolse Pruszków reist om haar titels te verdedigen. Zuiderduin is niet haar favoriete plek, want er is zo’n all-inclusive formule, en het is er gigantisch – met restaurants, bowlingbanen, kroegen, een zwembad. Op deze dinsdag wemelt het er van de Aziatische zakenlui met badges om hun nek, die op zoek zijn naar het dinerbuffet. Had ze het zelf voor het kiezen gehad, was ze naar een kleinschalig familiehotelletje gegaan.

Er is maar weinig over haar bekend, omdat ze niet graag het achterste van haar tong laat zien. Dat zei ook haar trainer, die er na zes jaar eindelijk in is geslaagd een vertrouwensband met haar op te bouwen. Hij typeerde haar als een gereserveerde Twentse, eenkennig, intelligent en extreem ambitieus. Iemand met een wil om te winnen die maar lastig te verklaren valt. Een onzeker mens bovendien. In de trainingsleer noemen ze haar een ‘insecure overachiever’ – iemand die ongeacht de resultaten op zoek blijft naar wat beter kan.

Opboksen tussen twee broers

Ze won liefst 27 nationale titels op de baan, zes Europese, en vier keer werd ze de beste van de wereld. Alleen op de voor haar „magische” Olympische Spelen lukte het nog niet. Laatst vond ze een tekening van zichzelf terug, van de ringen van Barcelona 1992. Ze was negen jaar. Toen droomde ze kennelijk al van wat ze „het hoogst haalbare” noemt. Maar ze had „natuurlijk niet” gedacht dat het ooit zover zou komen.

Ze was er laat bij, pas op haar achttiende zat ze voor het eerst op een racefiets, die ze van haar zakgeld had gekocht. Kon ze wedijveren met grote broer Werner. Ze heeft ook een jonger broertje, Jurgen. „Als je aan mijn moeder had gevraagd me te typeren, had ze denk ik gezegd dat ik me altijd tussen die twee moest vechten, tegen ze moest opboksen. Werner was beter op school, slimmer, snapte alles en kon alles. Ik wilde dat ook.” Zou kunnen dat daar haar geldingsdrang vandaan komt. Zo heeft ze bijvoorbeeld nog nooit met Jurgen gefietst – „hij heeft mijn genen in mannenversie, ik ben bang dat-ie me eraf rijdt.”

Foto Olaf Kraak

Als meisje zat ze op zwemmen, op gym, ballet, en ze speelde dwarsfluit bij een orkest in Almelo. Tussendoor schaatste ze, ook als ze op dinsdag eigenlijk huiswerk moest maken. Altijd druk, zo heeft ze het ’t liefst. „Maar niet omdat ik altijd de beste wilde zijn. Nah, misschien ook wel.”

Ze scoorde 549 punten op de Cito-toets (550 is het maximale), doorliep het atheneum zonder problemen, had naar de universiteit gekund maar wist niet of ze dat zou kunnen, „onderzoekend zijn”, en koos op haar zeventiende voor een loopbaan als gymdocent omdat ze hield van sport en met mensen omgaan. Nadien werkte ze drie jaar aan het Etty Hillesum Lyceum in Deventer. Fietsen deed ze voor de lol, maar wel harder dan „de meeste meiden.”

Lees ook hoe de wereld van het baanwielrennen drastisch is veranderd

Faalangstklasje

In 2004 debuteerde ze in de Amstel Gold Race en loste ze na zes kilometer uit het peloton. Het zou nog een seizoen duren voor ze überhaupt een wedstrijd kon uitrijden. In 2006 lonkte de topsport, toen ze als knecht Marianne Vos aan de wereldtitel hielp en een A-status verdiende. Ze nam een jaar onbetaald verlof en keerde nooit meer terug.

In het begin was ze bang dat ze fietsen alleen saai zou gaan vinden, dus is ze altijd jonge rensters blijven coachen, zowat onbezoldigd. „Dat is ook wel mijn valkuil”, zegt ze. „Ik kan slecht nee zeggen.” Doet ze dat wel, zoals laatst bij een verjaardag, dan krijgt ze het gevoel dat ze zich voor haar „egoïstische keuzes” moet verantwoorden.

Toen ze 24 was, reed ze voor het eerst op een wielerbaan, op een geleende fiets. Ze won gelijk brons op het NK en raakte verknocht aan die discipline. Omdat het meetbaar is. Ze is gek op getalletjes. Afvinken wat er in een schema staat voor een voldaan gevoel. „Dan heb ik bevestiging, en een beetje controle.” Ze giechelt als ze zich afvraagt waar die behoefte toch vandaan komt. Onzekerheid, denkt ze. Ze zat in „zo’n faalangstklasje” op de middelbare school. „Misschien dat het me juist wel motiveert, die angst om te falen. Dat ik er druk van krijg, en dat ook nodig heb.”

Na de Spelen van Rio 2016 dacht ze een tijdje aan stoppen. Ze noemt haar zesde plaats een sportief trauma, had lange tijd het gevoel dat het daar had moeten gebeuren. De kater van de teleurstelling kreeg ze lastig weggespoeld. Maar na Rio veranderde haar geliefde omnium in haar voordeel. Zonder tijdrit over 500 meter maakt ze meer kans. Vandaar dat ze nu het gevoel heeft dat er volgend jaar in Tokio iets te halen valt. En terecht: ze won dit jaar alle omniums waar ze aan meedeed, reist als drievoudig titelverdediger naar Polen. Maar de WK aldaar ziet ze als tussendoortje; er liggen kwalificatiepunten voor Tokio.

Ze zegt dat haar leven pas echt geslaagd zou zijn met olympisch eremetaal om haar nek, hoe irreëel dat ook klinkt, en hoewel ze weet dat ze ook dan nog voor een rood stoplicht moet stoppen.

Waarnaar ze precies op zoek gaat in Japan kan ze erg moeilijk uitleggen. Ze graait naar woorden. Maar dan: „Ik doe het niet voor de buitenwereld, en ook niet om beroemd te worden. Ik heb iets te bewijzen, te bevestigen. Aan mezelf.” Dat ze goed is zoals ze is.

Lees ook de reportage over de zoektocht naar de perfecte houtsoort voor een wielerbaan