Mark Hollis was een kluizenaar in de popwereld

Mark Hollis (1955-2019) De band Talk Talk had veel succes met melodramatische nummers als ‘Such a Shame’, maar zanger Mark Hollis zocht liever de verstilling op. Hij overleed op 64-jarige leeftijd.

Mark Hollis, hier in 1986 aanwezig op het Britse muziekprogramma The Tube, was leadzanger van Talk Talk. Hij hield van muzikaal experiment.
Mark Hollis, hier in 1986 aanwezig op het Britse muziekprogramma The Tube, was leadzanger van Talk Talk. Hij hield van muzikaal experiment. Foto Shutterstock

Als zanger en voornaamste songwriter van de Engelse band Talk Talk nam Mark Hollis geen genoegen met het popsterrenbestaan. De band scoorde in de jaren tachtig grote hits met weidse en melodramatische nummers als ‘Such a Shame’ en ‘Life’s What You Make It’. Maar Hollis wilde meer. Al tijdens Talk Talks bestaan (1981 – 1992) stuurde hij weg van het keurslijf van de ‘New Romantics’ dat zijn band tegen zijn zin aangemeten had gekregen. Op het album Spirit of Eden sloeg hij een experimentele richting in, onbegrepen in 1988 maar nu gerekend tot de ondergewaardeerde meesterwerken uit de pophistorie.

Mark Hollis, volgens berichten van zijn familie deze week op 64-jarige leeftijd overleden, verdiende zijn status als buitenstaander in de popwereld met een tamelijk normaal carrièreverloop. Hij begon als zanger van punkgroep The Reaction, die met het nummer ‘Talk Talk Talk Talk’ een compilatie van het label Beggars Banquet haalde. Talk Talk was daarna een vreemde eend tussen tijdgenoten als Duran Duran en Ultravox, met een meer dan gemiddelde ambitie om muzikaal te experimenteren met hun statige eightiespop. Centraal stond Hollis’ expressieve stem die hits als ‘It’s My Life’ en ‘Such a Shame’ een melancholieke ondertoon gaf maar die ook flink uit kon halen. ‘Dum Dum Girl’ en ‘Life’s What You Make It’ consolideerden het succes en het album The Colour Of Spring scoorde hoog in internationale albumlijsten.

Stilte

De nieuwe, verstilde richting op het album Spirit of Eden leidde tot juridische actie van platenmaatschappij EMI, die claimde dat Talk Talk atypisch „moeilijke” muziek had afgeleverd. Hollis zette zijn eigenzinnige zoektocht voort op Laughing Stock, het bij een andere maatschappij verschenen laatste album van Talk Talk. Pop interesseerde hem niet meer, verklaarde hij. Liever beschouwde hij zich als maker van modern klassieke muziek, beïnvloed door Claude Debussy en de atmosferische muziek van Miles Davis op het album Sketches of Spain. Wat hem interesseerde was de omlijsting van de stilte.

Hollis maakte zijn ambitie waar op het geheel akoestische album Mark Hollis uit 1998, live opgenomen met twee microfoons om de wisselwerking tussen piano, stem en blaasinstrumenten tot in de kleinste nuances te vangen. De klarinet was het mooiste instrument dat hij kende, verklaarde hij indertijd, „nauw verwant aan de menselijke stem en zeer geschikt om emoties te verklanken.” Het bleef zijn enige soloalbum. Hollis noemde zich een kluizenaar in de popwereld en weigerde nog langer op tournee te gaan, om zich te wijden aan zijn gezin, maar ook omdat de verstilde muziek de aanwezigheid van een publiek niet zou verdragen.

In de afgelopen twintig jaar liet Hollis nog zelden iets van zich horen. Onder het pseudoniem John Cope speelde hij piano bij enkele plaatprojecten, liefst zonder vermelding op de hoes. In 2012 volgde een laatste teken van leven in de vorm van de instrumentale track ‘ARB Section 1’ in de televisieserie Boss. Bands als Radiohead en Elbow pakten de draad op van Hollis’ pionierswerk in muziek die ‘postrock’ gedoopt werd. Talk Talk-bassist Paul Webb alias Rustin Man maakte het nieuws van zijn dood op Instagram bekend en roemde „een muzikaal genie met grensverleggende ideeën”.