In zwembroek voetballen in de branding

Warmste februaridag Dinsdag werd het in De Bilt 18,9 graden. De hoogste temperatuur ooit gemeten in februari. „Bikini’s mee, zei ik voor de grap.”

Mee rennen door de branding van de Wassenaarse Slag.
Mee rennen door de branding van de Wassenaarse Slag. Foto’s Olaf Kraak

Het klinkt als sciencefiction maar het is realiteit. Februari haalt in De Bilt bijna 19 graden en heus, ook aan zee was het dinsdag aangenaam. Ga maar eens kijken op het strand van Wassenaar. Bij de opgang aan de Wassenaarse Slag kun je deze winter naast warme chocolademelk en glühwein ook zonnebrandolie en ijs bestellen.

„De bevoorrading is lastig”, vertelt ijsverkoper en voormalig strandtenthouder Fred van der Kroft (69), een mokka-ijsje aanreikend. „Ik krijg niet alles wat ik had besteld. De magazijnen zijn nog niet gevuld.” Voor zijn winkeltje zitten twee zussen uit Berkel en Rodenrijs, allebei juf in het basisonderwijs, en deze week vrij. „Heerlijk”, zeggen Marjan en Joke Sonneveld lachend. Ze houden hun ijsjes triomfantelijk omhoog.

Even verderop, in het zand, liggen voor een tentje twee vriendinnen en smeren hun jonge kinderen in met factor vijftig. Hun mannen zijn thuis. „Kunnen wij lekker roddelen”, zegt Daisy van Diggelen, verpleegkundige uit Voorschoten. Ze hebben een meegenomen broodje rosbief genuttigd, de kinderen krijgen croissants. „Toen ik vanmorgen zei dat we naar het strand gingen, was het feest.” Haar vriendin, Joyce Lelieveld uit Zoeterwoude, geniet evenzeer, al heeft ze na een nachtdienst bij de politie slechts drie uur geslapen. „Ik had nu eigenlijk op bed moeten liggen.”

Uiterst zeldzaam

Het KNMI laat weten dat het dinsdag in De Bilt 18,9 graden is geworden, de hoogste temperatuur ooit gemeten in februari. Zulke extremen zijn volgens het KNMI „uiterst zeldzaam”, maar horen bij een opwarmend Nederland.

„Zo extreem was een eeuw geleden vrijwel onmogelijk.” De gevolgen voor de natuur zijn niet te missen. „De natuur ligt vier weken voor op schema, vergeleken met vijftig jaar geleden”, zegt bioloog Arnold van Vliet van Wageningen Universiteit. Hij heeft nu al veel vlinders gezien. Van Vliet wijst op „extreem hoge aantallen pollen”.

Ook de buxusmot is al gesignaleerd, het beestje dat in vorige zomers ook al veel Nederlandse tuinen heeft verwoest. Er zijn wespen en hommels. Sneeuwklokjes zijn uitgebloeid, tulpen en narcissen „knallen de grond uit”. En toen Van Vliet laatst teken ging vangen, vond hij er tachtig op zijn doek. „Dat zijn aantallen voor begin mei.” Het onwaarschijnlijk warme weer trekt duizenden mensen naar terrassen in de steden, naar de fietspaden, naar de natuur, en naar de kust. Als ze al geen voorjaarsvakantie hadden, hebben ze een snipperdag genomen.

Maarten van der Berg uit Doorn is vandaag even geen controller bij een ICT-bedrijf in Arnhem, maar strandvader. In de branding voetballen zijn drie kinderen Eline (11), Annet (9) en Berend (6) – alle drie in zwemkleding. „Ik zei vanmorgen voor de gein: we nemen de bikini’s mee. Toen we wegreden was het 4 graden.” Voor de kinderen lijkt het een gemiddelde zomerdag. Ze hebben het alleen koud als ze joelend uit zee rennen. „Brrrrrrrrrrrrrrr”, roepen ze.

Boswachters Mark Kras en Joël Haasnoot spotten vogels. Foto Olaf Kraak

Op de parkeerplaatsen in de duinen en op de fietspaden en schelpenpaden is het gezellig druk. In het gebied tussen Wassenaar en Katwijk treffen we Wouter en Anneke van Maarseveen uit Den Haag, hangend in een duinpan met hun dertienjarige tweeling, Iris en Luuk. „Iedereen is op wintersport maar wij zitten gewoon hier”, grinnikt moeder Anneke. De tweeling laat zich naar beneden rollen. Vorig jaar zat het gezin Van Maarseveen in de krokusvakantie nog in Barcelona. „Daar sneeuwde het toen”, herinnert Anneke zich.

Ook vogels niet onberoerd

In de duinen tussen Wassenaar en Katwijk is het effect van dit weerrecord niet onmiddellijk te merken, vertellen twee boswachters van Staaatsbosbeheer. „De veranderingen gaan geleidelijk”, vertelt Mark Kras. „De zuidelijke soorten schuiven langzaam op naar het noorden.” Hij noemt de boomkikker en het bezemkruiskruid. En het lijkt erop dat de hoge temperaturen ook de vogels niet onberoerd laten.

De boswachters staan op een hoog duin, en wijzen naar de soorten, die ze steeds vroeger in het jaar waarnemen. Boswachter Joël Haasnoot somt ze op. De boomleeuwerik. De goudvink. Hij wijst naar een buizerd, een grote bonte specht, en naar een groepje aalscholvers hoog in de lucht. „En laatst hadden we acht lepelaars.”

Twee vrouwen komen op hen af. Het zijn Marianne Burghgraef uit Wassenaar en Truus Boone uit Nieuwegein. „We kennen elkaar al zestig jaar.” Ze wandelen door de duinen naar Katwijk. Daar gaan ze lunchen. Vervolgens lopen ze over het strand weer terug. Marianne Burghgraef kijkt de boswachters aan en zegt: „Met zulk weer hebben jullie het mooiste beroep van de wereld.” Boswachter Mark Kras kijkt haar doordringend aan. „Zal ik u eens wat zeggen? Als het slecht weer is, dan óók.”