Hoe voorkom je dat een patiënt zelfmoord pleegt?

Psychiatrische zorg Ggz-instellingen proberen suïcide te voorkomen, maar het aantal psychiatrische patiënten dat zelfmoord pleegt, daalt niet. Het lijkt zelfs te stijgen.

Isoleerruimte in een ggz-instelling.
Isoleerruimte in een ggz-instelling. Foto David van Dam

Hangen er netten onder de balkons en in de trappenhuizen? Alleen al fysiek zijn er tal van maatregelen die ggz-instellingen kunnen treffen om het aantal patiënten dat zelfmoord pleegt, te beperken, vertelt Renske Gilissen. Zij is onderzoeker bij Stichting 113 Zelfmoordpreventie en zoekt sinds een paar jaar naar best practices : ggz-instellingen die erin slagen het aantal suïcides onder hun patiënten relatief laag te houden. De inzichten die dat oplevert, delen de grote ggz-instellingen met elkaar. Een aantal instellingen (15 grote) is sinds 2016 aangesloten bij Supranet GGZ (suïcidepreventie-actienetwerk), dat voortkomt uit 113.

Het aantal psychiatrische patiënten dat in behandeling is en toch zelfmoord pleegt, daalt niet. Dat is sinds enkele jaren wel de bedoeling van ggz-professionals en het kabinet. Het aantal lijkt zelfs te stijgen, al is er veel op de cijfers aan te merken. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verzamelt die cijfers bij de instellingen. Feit is dat in 2017 (de nieuwste cijfers) 759 patiënten zelfmoord pleegden terwijl ze in behandeling waren bij een ggz-instelling. In 2016 waren dat er 724, het jaar ervoor 684.

Lees ook De dochter van Inge wacht al twee jaar op behandeling voor anorexia

Populatie

De cijfers van de instellingen zijn niet met elkaar te vergelijken, zegt de inspectie, omdat de ene instelling veel groter is dan de andere (variërend van een paar duizend tot wel 19.000 patiënten) en dus meer met zelfmoorden te maken krijgt. Soms stoten instellingen een bepaalde afdeling (‘jeugd’ of ‘persoonlijkheidsproblematiek’) af waardoor er in hun patiëntenpopulatie een jaar later volgens de boeken minder suïcide voorkomt. Na een overname kan een instelling opeens veel meer suïcidale patiënten hebben. Statistisch gezien plegen mannen van middelbare leeftijd (40 tot 65 jaar) het meest zelfmoord.

Landelijk stijgt het aantal suïcides ook gestaag sinds 2014: in 2017 beroofden 1.917 mensen zich van het leven – 60 procent was dus níét in behandeling bij een psychiater. In 2014 ging het nog om 1.835 mensen. Stichting 113 wijst erop dat de bevolking als geheel groeit en dat de stijging in die zin niks zegt.

Toch probeert Supranet GGZ met grote ggz-instellingen de suïcide terug te dringen. Gilissen: „Supranet verzamelt data over de suïdices, het soort patiënten en voorbeelden van hoe je het misschien kunt voorkomen.” Bij instellingen met (relatief) de minste zelfmoorden wordt bekeken wat zij ánders doen . Bijvoorbeeld bij elk ‘contact’ met de patiënt vragen of hij of zij zelfmoordgedachten heeft. Of de naasten erbij betrekken, ouders, broers, zussen, partners. Gilissen: „Je moet ook altijd een ‘veiligheidsplan’ opstellen, per patiënt. Wat doe je als je je somber voelt? Wie bel je? Is die persoon te bereiken?” Er is zelfs een app met zo’n veiligheidsplan voor patiënten.

Wachttijden

En de wachttijden in de psychiatrie? Vorig jaar bleek uit onderzoek van MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid dat bijna eenderde van de psychiatrische patiënten die thuis wonen en in een ‘crisis’ verkeren, langer dan twee weken moet wachten op zorg aan huis. En bijna eenvijfde van de patiënten die in crisis zijn, wacht langer dan twee weken op een crisisopname. Vooral buiten kantooruren, zegt MIND, krijgt een kwart van de patiënten geen zorg, terwijl ze dit wel nodig vonden.

Supranet GGZ wil verder bij de instellingen in kaart brengen hoe lang iemand, die vervolgens toch zelfmoord pleegde, moest wachten voordat hij hulp kreeg.

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl.