Opinie

Dick Cheney: komedie of drama?

Coen van Zwol Politiek als komedie spoort met de tijdgeest. Maar kan ‘Vice’ het abjecte falen van Bush en Cheney daarmee verklaren?

Coen van Zwol

Drama gaat over politiek zoals het moet zijn, komedie over politiek zoals het is. Dat vertelde de Britse regisseur Armando Iannucci me vorig jaar in een gesprek over zijn zwarte komedie The Death of Stalin . Wat biedt meer inzicht in de werking van de macht? Yes Minister of het verheven drama van Aaron Sorkins The West Wing ?

Politiek als komedie spoort met de tijdgeest. Onder Donald Trump is Washington een bizarre sitcom, politici gedragen zich als kleuters en de komieken van ‘late night shows’ zijn de invloedrijkste opiniemakers.

De Amerikaanse regisseur Adam McKay (50) verstopt al heel lang bijtende kritiek in zijn hyperbolische lachfilms met komiek Will Ferrell: Anchorman , The Other Guys. Maar in 2015 legde hij de kredietcrisis helder, bitter én grappig uit in The Big Short. Sindsdien wordt McKays humor serieus genomen.

McKay kende „het grappencanon rond Dick Cheney”, vertelt hij in Beverly Hills. Darth Vader die aan George W. Bush’ touwtjes trok. De iezegrim die een vriend in zijn gezicht schoot maar geen sorry wilde zeggen. Maar ook oud, kaal, dik en non-descript. „Toen ik ziek was, las ik een biografie over Cheney en zag opeens een epische dimensie. Hij had de controle na 9/11 en faalde volledig. Wij lijden daar nog steeds onder.”

Kom bij McKay niet aan met Bush-nostalgie, ietwat in de mode onder Trump. Het Witte Huis was toen in elk geval competent en stabiel, zo heet het. McKay: „Kijk hoe Cheney ons achterliet! We vielen Irak binnen op basis van leugens, het Midden-Oosten is nog altijd in chaos. De wereldeconomie ging kopje-onder en onze morele autoriteit ging op de helling door systematische surveillance, kidnapping en marteling.”

McKays biopic Vice belicht een halve eeuw Republikeins Washington. „Een logische escalatie van Nixon via Reagan naar de Bushes.” Alleen geld en macht tellen: mentor Donald Rumsfeld krijgt de slappe lach als de jonge Cheney vraagt: ‘Maar waarin geloven wij?’ Dat wordt Vice ook verweten: ideologie speelt geen rol. De jonge lamstraal Cheney wil alleen indruk maken op zijn veeleisende echtgenote Lynne. Zijn ideologie is winnen. Niet virtueel, zoals Trump, maar echt winnen. Zo wordt hij de stille bureaucratische schaker die meer zetten vooruit denkt dan de rest. De enige constante in zijn denken, aldus McKay, is de ‘unitary executive theory’ die het Witte Huis – en dus Cheney – despotische macht toekent.

McKay ging vaak in debat met historici en journalisten die stellen dat Cheney juist faalde omdat hij zo’n onwankelbare neocon, conservatief en neoliberaal was. McKay benadrukt juist zijn soepele ruggengraat en cynisme. Hij denkt zelfs dat Cheney de invasie in Irak doordrukte omdat het grote publiek zijn ‘War on Terror’ – met bijbehorende volmachten – niet had geslikt zonder een tastbare vijand om te bombarderen.

Het illustreert een blinde vlek in de politieke humor van McKay en Iannucci. Alles draait bij hen om macht, status, geld en eigenbelang. Dat volstaat niet om het abjecte falen van Bush en Cheney te verklaren. Zo realistisch is politieke komedie dus ook weer niet.

Coen van Zwol is filmrecensent.