Opinie

De pijlers van de rechtsstaat voelen zich terecht verwaarloosd

Rechtspraak

Commentaar

‘Kabinetten lijken al jaren de rol van de rechter ‘sluipenderwijs’ terug te dringen”, zei de president van de Haagse rechtbank vorige week bij een persbijeenkomst . De huidige minister voor Rechtsbescherming, Sander Dekker (VVD) verergert dat door de effectiviteit van de rechtspraak „negatief te framen”. Duidelijke taal. Bovendien: dit leeft breder, zowel binnen de rechtspraak, het Openbaar Ministerie als de advocatuur. Men voelt zich verwaarloosd. Vorige week liet de NVvR, de beroepsorganisatie van rechters en officieren van justitie in een brief aan de Eerste Kamer hetzelfde geluid horen . Dekker wil de rechtspraak eerder beperken dan erin investeren. Terwijl juist verbetering van toegang tot het recht en de rechtspraak nodig is, die zich immers in „moeilijk vaarwater” bevindt.

Dat laatste geldt niet alleen de rechtspraak. Geen van de pijlers van de rechtsstaat is in vorm. Politie, Openbaar Ministerie, rechtspraak en rechtshulp hebben een periode van ruim tien jaar stagnatie achter de rug. Gekenmerkt door fuseren, inkrimpen, bezuinigen en reorganiseren. Wat veelal gepaard ging met financiële verwaarlozing, uitblijvende innovatie en, bij de rechtspraak, geheel onder eigen regie mislukte digitalisering. In datzelfde decennium nam zware criminaliteit toe, evenals mediatisering, mondigheid, polarisatie en daarmee het wantrouwen tussen burger en overheid.

Dekker en zijn collega Ferdinand Grapperhaus (Veiligheid en Justitie, CDA) kijken dus overal aan tegen investeringsachterstanden, overwerkt personeel, gespannen bestuurlijke verhoudingen en acute tekorten. Het gros van de rechtbanken is vorig jaar in de rode cijfers gekomen en heeft financieel voorlopig dus geen enkele ruimte. Intussen daalt het aantal rechtszaken overal structureel.

Tel daarbij op, zoals de Haagse rechtbankpresident deed, Oost-Europese toestanden, waar ‘de’ politiek onverhoeds rechters blijkt te kunnen ontslaan, terwijl de bevolking onverschillig toeziet. En dan is een crisissfeer wel te begrijpen, althans het gevoel dat de rechtspraak in een onzekere politieke context snel op achterstand komt, aansluiting verliest, aan relevantie inboet. Maar vooral niet echt op waarde wordt geschat. Daarbij valt op hoe bijzonder weinig krediet de juridische leek Sander Dekker, een liberale marktdenker, als minister krijgt van de juridische professionals, die elkaar breed bevestigen in hun afkeer. Hier broeit dus een interne vertrouwenscrisis, waarin men elkaar niet meer kan of wil vinden. Wat contraproductief is in een omgeving waarin een betere toegang tot het recht juist om creativiteit en innovatie vraagt.

De drempel naar het recht lijkt immers hoger te worden, met ingewikkelde, meestal dure en onvoorspelbare procedures. Inmiddels geeft de rechtspraak tegengas met pilots over spreekuur-, buren-, bouw- of andere laagdrempelige rechters, die eenvoudig, vlot en goedkope oplossingen bieden. Dat is toe te juichen. Tegelijk is de vraag die de politiek stelt ook relevant: hoeveel overheidsrechtspraak is er écht nodig? Maar in ongeveer 4 procent van alle geschillen plegen burgers en bedrijven immers een gerechtelijke procedure te starten. De rest verloopt via talloze andere beslechtingsmechanismen . Van de rechtspraak is vooral de schaduwwerking belangrijk. Oftewel de belofte van de doorgehakte knoop, de zekerheid over ‘hoe het zit’ en de gedachte dat de deur ernaartoe open kan. Het is dát recht dat mede een rechtsstaat definieert. En waar ieder kabinet enorm zuinig op moet zijn. Door ook op tijd te investeren.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.