‘Wij hebben zelfgemaakte bommen’

Crisis Venezuela Na een gewelddadig weekend aan de grens proberen veel jonge Venezolanen vanuit Colombia terug te keren naar hun land.

Demonstrant bij Cúcuta, op de grens van Venezuela en Colombia.
Demonstrant bij Cúcuta, op de grens van Venezuela en Colombia. Foto Raul Arboleda/AFP

‘We hebben benzine nodig, haal meer stenen, kom ons helpen, we gaan wapens maken!”

Zo’n 20 jongens zitten onder een grote schaduwboom rondom de Francisco Paula Santanderbrug in Cúcuta, een van de grensovergangen richting Venezuela. Ze vullen vliegensvlug kleine frisdrankflesjes met stenen en benzine en stoppen die in een grote zak. „Het leger van Maduro wacht ons straks op met kogels en traangas, maar wij hebben zelfgemaakte bommen”, zegt Jorge Rios (24) die naar eigen zeggen een expert is in het maken van molotovcocktails en de andere jongens tips geeft.

Het is de dag na de heftige escalatie van zaterdag toen geprobeerd werd de Amerikaanse humanitaire hulp de grens naar Venezuela over te krijgen, daarbij vielen vier doden en meer dan driehonderd gewonden. Een paar duizend gestrande Venezolanen, vooral veel jongeren, verzamelen zich rondom de verschillende grensovergangen. Velen zijn eind vorige week al vanuit de Venezolaanse kant lopend de grens over gekomen, om mee te helpen met het binnenbrengen van de humanitaire hulp. Dat liep uit op een gewelddadige confrontatie met het Venezolaanse leger dat veelvuldig traangas inzette en schoot met rubberen kogels.

Lees ook het opiniestuk: Honger is Venezuela niet overkomen, Maduro

‘We kunnen geen kant op’

De hulp kwam uiteindelijk niet binnen en sindsdien is zowel aan Venezolaanse als Colombiaanse zijde de grens op slot gegaan. „We zijn hier nu, maar we kunnen geen kant op. We hebben geen geld voor eten en drinken, we slapen op straat. We willen terug naar de overkant, naar Venezuela en doorgaan met Maduro verslaan”, zegt Jorge Rios verhit. Hij draagt nog steeds het gasmasker dat hem beschermde tegen de traangasaanvallen. Sommige jongens hebben ter bescherming hun T-shirts rondom ogen en mond gebonden. Ze lopen onrustig en opgefokt rond, op zoek naar van alles waar ze wapens van kunnen maken, stokken, stenen, glasscherven.

Na de escalatie van zaterdag is de spanning in Cúcuta nog altijd voelbaar en de gestrande Venezolanen proberen ondanks de gesloten grens naarstig via illegale toegangswegen, de zogeheten trochas, over te steken. Onder de Simón Bolívarbrug, tussen het dorre gras en vuilnis dat hier gedumpt is, hebben zich in de namiddag een paar honderd Venezolaanse jongeren verzameld als er plotseling gegil klinkt. „De colectivos zijn er! Kijk uit, ze zijn bewapend!” Colectivos zijn zeer gevreesde, gewapende Venezolaanse burgermilities, aanhangers van Maduro. Zij verschuilen zich aan Venezolaanse zijde tussen het gras rondom de brug.

Na de eerdere escalatie is de spanning in grensplaats Cúcuta nog altijd voelbaar

Snel rennen de jongeren terug richting het kantoor van de migratiedienst. Colombiaanse militairen staan op afstand zwijgend toe te kijken terwijl de Venezolanen illegaal proberen de grens over te komen die ook vanaf de Colombiaanse kant is gesloten.

Iwan Gómez, een Venezolaanse hulpverlener uit Merida probeert de groep verhitte jongeren onder controle te krijgen. „We zijn te gast in dit land jongens, laten we het niet verpesten, dit is niet ons land. We kunnen de grens pas over als die open is”, zegt hij. Er wordt niet naar hem geluisterd.

Winkelier Oscar Márquez, die bij de Simón Bolívarbrug een kleine supermarkt runt, heeft begrip voor de Venezolanen en hun strijd maar maakt zich ook grote zorgen. „Ik snap dat dit voor hen het moment is om van Maduro af te komen, maar wij Colombianen worden nu meegesleept in een conflict waar we niets mee te maken hebben. Dit weekend leek het wel oorlog, nooit eerder hebben we zoiets meegemaakt.”

Marquez bleef zaterdag met opzet ver van de onlusten maar had vervolgens toch dagen last van zijn ogen door het vele traangas. „Ik ben bang dat de rust in onze vreedzame stad nu voorbij is. Laat de Venezolanen hun strijd op eigen grondgebied uitvechten, we willen niet als oorlogslinie dienen”, zegt de winkelier. Hij hoopt vooral dat de grens weer snel opengaat, want zolang die dicht is, verkoopt hij niets.