Waar nu de Westerschelde is, zwommen ooit walvissen

Paleontologie Vanaf de bodem van de Westerschelde zijn walvisbotten opgevist. Twee schedels waren van een nog onbekende soort.

Op de bodem van de Westerschelde is een nieuwe, maar uitgestorven, baleinwalvissoort ontdekt. Onderzoekers van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam visten de fossiele walvisschedels op. Samen met een team van internationale wetenschappers beschrijven ze de nieuwe soort in het wetenschappelijke tijdschrift PeerJ.

De bodem van de Westerschelde ligt vol met fossielen van uitgestorven diersoorten. In 2014 en 2015 organiseerde het Rotterdamse museum daarom een speciale expeditie in de vaargeul, nabij de haven van Antwerpen. Tussen de voorbijvarende containerschepen mocht een garnalenkotter, uitgerust met zware boomkorren, over de bodem schrapen. De onderzoekers visten tien fossiele walvisschedels op, waarschijnlijk afkomstig van 6 of 7 verschillende soorten. Twee op elkaar lijkende schedels geven ze nu de naam Tranatocetus maregermanicum, vernoemd naar het Latijnse woord voor Noordzee. Eerder hadden ze al gepubliceerd over een dolfijnenschedel.

De schedels waren gefossiliseerd in grote stukken zandsteen, dat voorzichtig weggehakt moest worden. Het meest compleetste exemplaar was 90 centimeter breed.

Bijzonder aan deze schedels is dat de onderkaken nog aan de kop vastzitten en dat ook de gehoorbeentjes nog aanwezig zijn, evenals een aantal halswervels.

Waarschijnlijk zag T. maregermanicum er van de buitenkant bijna hetzelfde uit als een vinvis die nu leeft. Alleen was hij, met zijn 8 meter lengte, wat kleiner. „Het is niet duidelijk of hij overal baleinen had, of alleen achter in zijn bovenkaak”, vertelt Bram Langeveld, conservator van het museum aan de telefoon. „Zijn bek kon niet zo wijd open als die van andere, nu levende, baleinwalvissen. Het kan dus zijn dat hij dicht bij de zeebodem zwom en daar platvissen at. Maar zeker weten we dat niet.” Waarom en wanneer het dier is uitgestorven is ook niet te zeggen.

De soort leefde in het Mioceen, ongeveer 7,8 miljoen jaar geleden. De Westerschelde maakte toen nog deel uit van een oer-Noordzee. De zeespiegel lag hoger en het grootste gedeelte van Nederland bestond nog niet. Baleinwalvissen kwamen toen over de hele wereld voor, van de Noord-Atlantische tot aan de Zuidelijke Stille Oceaan. Maar of dat voor deze soort het geval is, is pas te zeggen als er meerdere vondsten gedaan worden.

De schedels staan momenteel tentoongesteld in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, naast andere fossiele walvissen en dolfijnen uit Zeeland.

Lees ook het interview met amateur-onderzoeker Klaas Post die graag botten vangt