Vader Moesa wilde zijn kinderen ‘Kaukasisch knechten’

Wie : Moesa (45)

Kwestie : mishandeling kinderen en ex plus bedreiging

Waar : rechtbank in Arnhem

De officier van justitie bijt op haar lip. Aan de lijst mishandelingen lijkt geen eind te komen. Dochters kregen klappen zodra ze vergaten de tafel af te ruimen. Zoon werd jarenlang met gebalde vuisten geslagen als het op school niet goed ging. Moeder incasseerde vier hersenschuddingen en kreeg een evenwichtsstoornis nadat ze herhaaldelijk de trap af was geschopt. Oudste dochter werd zo stevig met een riem bewerkt, dat ze zich twee weken met haar verwondingen op zolder moest schuilhouden.

Uiterlijk onbewogen hoort de verdachte vader de opsomming aan. Een pezige man met grijze krullen, vijftien jaar geleden met zijn gezin uit Tsjetsjenië naar Nederland gekomen. „Allemaal onzin”, reageert de 45-jarige inpakker op wat gezinsleden over de mishandelingen hebben verklaard. „Ik was een gouden vader.”

Maar de officier is nog niet klaar: dezelfde Moesa, wijst ze, heeft gedreigd zijn ex, drie dochters en twee zonen de tong uit de mond te trekken en hun keel door te snijden als „jullie mijn naam te schande maken of mijn eer aantasten”.

De neus van de verdachte gaat de lucht in. „Mijn woorden moet niemand letterlijk nemen.” En welk jaartal noemde de officier? Haha, dat kan niet, toen zat Moesa vast.

Als het allemaal onzin is en u heus zo gek met uw kinderen was, zegt de rechtbankvoorzitter, waarom vraagt u dan steeds naar data? Omdat liegende mensen zich vergissen, weet de verdachte, hij werkte in Tsjetsjenië „zelf bij de politie”. Bovendien, als zijn ex vertelt dat hij haar in 2004 met het hoofd tegen de muur sloeg, dan is dat toch verjaard? De aanklager knikt: op mishandeling staat een verjaringstermijn van 12 jaar. Daarom beperkt ze zich tot de periode tussen 2006 en 2018.

De gesp had hij in zijn hand

Over zijn leven in Tsjetsenië wil vader Moesa weinig kwijt. De Sovjettijd was „mooi en goed”, daarna werd hij „bedreigd door slechte mensen”. Thuis in Emmeloord viel „een enkele keer” een klap, geeft hij toe. Zijn oudste dochter sloeg hij „met een riem op de rug” toen ze een joint had gerookt, „maar de gesp had ik in mijn hand”.

Zelf vertelt zij wat anders. Ik moest mijn handen op de commode leggen, leest de voorzitter voor. De verdachte maakt een wegwerpgebaar: „Welnee, we hadden boven geen commode.” En dit was „de enige en laatste keer” dat hij een riem heeft gebruikt.

Daar gelooft de voorzitter niks van: „Uw oudste zoon hebt u ook met een riem geslagen. En met snoeren en kabels.” Nee, houdt de verdachte vol: „Ik heb hem alleen met de hand klappen gegeven.” Wat is het verschil, vraagt de rechter. De pijn, zegt vader Moesa. „Ik sloeg hem in de nek, hij moest luisteren.”

„Zo’n corrigerende tik” paste bij de Kaukasische opvoeding, kwalificeert de advocaat. Hij ziet twee culturen botsen. In Nederland geldt een vader als ‘vriend’ voor de kinderen, in Tsjetjsenië is hij de baas over hen. Jongens moeten dapper en sterk zijn, meisjes zorgzaam. „Mijn cliënt zegt: ik heb me zoveel mogelijk aangepast aan Nederlandse tradities, maar de kinderen mogen nooit vergeten waar ze vandaan komen.”

Nog steeds beheerst angst de levens van de nu volwassen dochters, blijkt uit hun slachtofferverklaringen. Vader Moesa sloot ze af van de buitenwereld. Zijn wil was wet . Als ze niet gehoorzaamden, werden ze geslagen of moesten ze gedwongen toekijken hoe andere gezinsleden „tegen de muur werden gegooid”. Een dochter deed een zelfmoordpoging, een ander zegt dat „vaders geen liefde kunnen voelen”, de oudste vreest voor haar leven.

„Ik ben geen beest”, schampert de vader. Toen de oudste van huis wegliep, is hij er toch niet achteraan gegaan?

De voorzitter: „U bedoelt dat u haar verstoten hebt?”

Moesa: „Ja.”

De rechtbank veroordeelt Moesa tot twee jaar cel voor het mishandelen en bedreigen van zijn vijf kinderen en ex. Ook moet hij zich verplicht laten onderzoeken en behandelen. Omdat het Veiligheidshuis vreest voor „ernstige recidive”.