Recensie

‘Turks Fruit’ blijft het verhaal van een hitsige kunstenaar

Theater De talloze vrijpartijen waren te verwachten in de toneelversie van Jan Wolkers’ ‘Turks Fruit’, maar een vrouw die de hitsige hoofdpersoon weerwoord geeft?

In de theaterbewerking van ‘Turks Fruit’ spreekt Olga (Ali Zijlstra) kunstenaar Erik (Chris Peters) aan als hij doorslaat in vunzige fantasieën.
In de theaterbewerking van ‘Turks Fruit’ spreekt Olga (Ali Zijlstra) kunstenaar Erik (Chris Peters) aan als hij doorslaat in vunzige fantasieën. Foto Annemieke van der Togt

In de theaterversie van Turks Fruit is nauwelijks een borst(kas) te zien. Dat is een prestatie op zich bij een verhaal waarin je struikelt over de vrijpartijen. Sophie Kassies bewerkte de roemruchte roman van Jan Wolkers uit 1969 over de obsessieve liefde van kunstenaar Erik voor Olga. De lust van Erik (Chris Peters) stuwt, ook in de voorstelling, het verhaal voort: seks spat voortdurend van de bühne. Om de haverklap rukken de kunstenaar en zijn vlam (Ali Zijlstra) elkaar de kleren van het lijf. Of spreekwoordelijk dan, want regisseur Hanneke Braam heeft manieren gevonden om de lust weer te geven zonder haar acteurs halfnaakt over het toneel te laten rollen. Er wordt gebeukt met tafels, sinaasappelsap en bruiswater spuiten in het rond.

Peters speelt Erik met een jonge-honden-enthousiasme dat steeds uitschiet in onstuimigheid. Hij is lekker vulgair en uitgesproken, flirt met het publiek en heeft de lachers op zijn hand. Vol overgave stort hij zich op zijn object van begeerte, maar de liefde is vooral vleselijk – iets wat Olga steeds meer dwars gaat zitten. Ondertussen bonken haar ouders (Bart Klever en Debbie Korper), als een verpersoonlijking van het burgerlijk leven, op de deur van het atelier waar de geliefden zich hebben verschanst.

Lees ook dit interview met Chris Peters over rol in Turks Fruit: ‘De seks speelt zich nu af in de verbeelding’

In Kassies’ bewerking is Olga een vrouw die haar mannetje staat. Ze zweeft tussen losbandigheid en burgerleven. Zijlstra speelt dit overtuigend. Olga geeft Erik weerwoord als hij doorslaat in vunzige fantasieën en geeft haar grenzen aan, maar zet soms ook haar tegenzin opzij om het vriendje te plezieren. Begint daar het #MeToo-alarm te loeien? Niet meteen: in deze Turks Fruit zijn de rollen verder redelijk gelijkwaardig. Het blijft een verhaal vanuit het perspectief van een hitsige kunstenaar, maar Olga spreekt zich uit en heeft kleur. In het eerste deel van het stuk althans; dit verandert zodra de relatie is beëindigd. In een sneltreinvaart wordt dan het slot van het verhaal erdoorheen gejast.

De scènes na de breuk lijken minder uitgewerkt en voelen soms afgeraffeld. De ooit zo sprankelende Olga is nu een treurig hoopje mens, waarvan je je afvraagt of zij überhaupt iets te maken heeft met het meisje dat we eerder zagen. Ze is alleen nog hulpeloos en bezit geen enkele kracht meer, behalve om zichzelf af te kraken. Erik steekt na de breuk opeens bij haar af als een heilige, die haar aanhoudend vertelt dat ze nog steeds prachtig is. Hier wordt pijnlijk duidelijk dat Olga’s glans vooral gold in haar verbintenis met de kunstenaar en dat de focus altijd op haar uiterlijk heeft gelegen. Dat wringt. Niet ieder toneelstuk hoeft een feministisch pamflet te zijn, maar hier schort het gewoonweg aan consistentie.

In het portretteren van de liefdesrelatie is deze bewerking van Turks Fruit fris en gewaagd. Daar heeft de voorstelling een prettige energie. Jammer dat deze schwung en humor in de loop van de voorstelling naar de achtergrond verdwijnen. Als de relatie achter de rug is, is het doorbijten en moeten we het – net als Erik – doen met de herinneringen aan vervlogen tijden.

    • Elisabeth Oosterling