Primitief met z’n allen in een groot bed

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: ook het negeren van je huilende kind kun je uitbesteden.

Illustratie Eliane Gerrits

En, slaapt de baby al door ’s nachts? Dat vond ik een van de irritantste vragen in de tijd dat we drie kinderen onder de vier hadden. Hallo, natuurlijk niet! Alle drie werden om de haverklap wakker. De oplossing kwam van de vroedvrouw, die ons na de zoveelste doorwaakte nacht met onze oudste uitgeput aantrof en suggereerde: waarom neem je hem niet bij je in bed?

Dat werkte. De wieg ging de deur uit en we timmerden een stuk aan ons ledikant. Twee kinderen verder sliepen we met ons vijven in een bed. Alhoewel slapen niet altijd de lading dekte. Er was er altijd wel één ziek, zwak of misselijk, had een boze droom of moest plassen. Ik denk aan die jaren terug vol vertedering, maar weet nog heel goed hoe moe we vaak waren.

Maar vermoeidheid paste niet in het plan van de bankier en haar consultant-echtgenoot. Ik ontmoet de jonge ouders op een receptie in New York. Het stel ziet er fris uit. Geen bleke gezichten van uitputting. Geen enkele spuugvlek te ontdekken op haar zwarte jurkje en zijn smoking. Er wordt een foto van de kleine meid getoond. Nog geen half jaar en nu al een toonbeeld van voorbeeldigheid. Ook de baby straalt, in haar designerjurkje en Mary Janes, de lakschoentjes met gespen.

„Ze slaapt vast door ’s nachts”, constateer ik hardop.

„In het begin niet, hoor”, zegt de moeder, alsof ze daar volledig door verrast was. „De hele nacht huilde ze. Onze live-in nanny hield het niet vol. De schrik sloeg me om ’t hart. Hoe zou ik nog kunnen werken en een normaal sociaal leven kunnen leiden?”

Maar geen probleem zo groot of mensen met geld hebben er een oplossing voor. Ze huurden een babyslaapcoach in, die dag en nacht in huis kwam wonen. „Toen die mevrouw binnenkwam, wist ik dat haar aanpak zou gaan werken”, vertelt ze. „Ze had ervaring en bleek ons kind beter te kennen dan wij. Ze leerde ons de verschillende huiltjes te onderscheiden. De huil van verveling en de huil om aandacht. Een eyeopener. Voor ons klonk het allemaal hetzelfde. Elke huil moesten we negeren.”

„Was dat niet moeilijk?”, vraag ik. Dat was nu net wat wij destijds niet over ons hart konden verkrijgen. Onze kinderen te laten huilen.

„Nee”, zegt ze. „De mevrouw sliep in ons huis en verbood ons inwonend kindermeisje haar op te pakken. Die kreeg oordopjes. Er waren maar een paar weken voor nodig. De baby slaapt sindsdien ’s nachts door.”

Ze haalt haar mobieltje tevoorschijn. Ik kijk naar een rechtstreekse videoverbinding met de babycam. Daar ligt de kleine heerlijk te slapen in haar design slaapkamer. Mary Poppins slaapt in de kamer ernaast. Zonder oordopjes. De ouders nippen aan de champagne. Zo kan het ook.

„Hoe deden jouw ouders dat met jou destijds?”, vraag ik.

„In Italië, waar ik vandaan kom, sliepen we met z’n allen in een groot bed”, vertelt ze. „Ik kan me daar nu helemaal niets meer bij voorstellen. Ik vind dat allemaal wel erg primitief nu. Echt middeleeuws.”

Ik krijg ineens een grote behoefte aan oordopjes.

Reacties naar pdejong@ias.edu.