Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Intertoys

Bij de dichtstbijzijnde Intertoys hing zaterdag een briefje op de ruit dat de cadeaubonnen er tot 17.00 uur ingeleverd konden worden. Jammer voor mij wel, want na de eerste berichten over bedreigingen van het winkelpersoneel in filialen van de failliete speelgoedwinkelketen waar dat niet kon, had ik mijn gezin achtergelaten en was ik op de fiets gesprongen om een column op te halen.

Ik was twee keer eerder in die winkel geweest – twee keer voor bellenblaas – en trok hardop de conclusie dat het er nu veel drukker was dan normaal. Dat klopte, beaamde de vrouw achter de toonbank, die door de laatste ontwikkelingen heus niet slechter sliep dan anders. Ze sliep al maanden slecht.

„Het zijn deels ramptoeristen.”

Er waren nog geen noemenswaardige spanningen, behalve dan een enkele irritatie vanwege een ander stencil waarop stond dat eerder gekochte producten alleen nog konden worden geruild voor ander speelgoed.

„We mogen geen geld meer teruggegeven. We hebben een klant gehad die het daar moeilijk mee had.”

Ik vroeg om welk product het ging.

„Het spel De Kolonisten van Catan, de big box jubileumeditie.”

Een vrouw informeerde wanneer de hoge kortingen begonnen, want bij de V&D waren destijds toch ook ‘alles-moet-weg-dagen’. Daar had ze toen geurkaarsen gekocht waar ze nu nog plezier van had.

Ik maakte een korte ronde door de winkel.

Bij de Playmobil werd ik aangesproken door een jongen.

„Mag ik u wat vragen? Had u thuis nog een cadeaubon liggen?”

In zijn hand een kladblok.

Was meneer soms ook columnist?

Hij: „Nee, freelancer voor onder andere de regionale kranten.”

Hij wilde zijn naam niet zeggen, hij had allang spijt dat hij me had aangesproken. Ik zei dat ik onder pseudoniem niet te beroerd was om de meest verschrikkelijke dingen te zeggen over Intertoys.

Even later kwam de bedrijfsleider hem zeggen dat hij liever niet had dat zijn filiaal werd opgevoerd.

„Ja, kom nou”, zei de jongen zonder naam verontwaardigd, „persvrijheid toch?”

Hij keek me haast vragend aan, alsof hij steun verwachtte. Er volgende een discussie over persvrijheid, de dozen Playmobil trilden ervan. Later stond de journalist zonder naam die zich luidkeels had beroepen op de persvrijheid buiten op me te wachten om te zeggen dat ik hem, ook als ik zijn naam zou achterhalen, alleen anoniem mocht opvoeren. Van mij hoefde hij verder onder pseudoniem geen verschrikkelijke citaten over Intertoys.

Zo werkte hij liever niet, bovendien had hij genoeg materiaal.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.