Opinie

Alle dagen kindermeisje

Frits Abrahams

Op het moment dat ik dit schrijf, is nog niet bekend welke film de Oscar voor Beste Film gaat winnen, maar ik hoop en verwacht dat dit Roma zal zijn, het meesterwerk van de Mexicaanse regisseur Alfonso Cuarón. Het is de film die het afgelopen jaar verreweg de meeste indruk op mij maakte.

Cold War van Pawel Pawlikowski was ook erg goed, maar vergeleken met een sensitieve film als Roma toch meer een cerebrale constructie. Weken na het bezoek aan beide films herinner ik me meer van Roma dan van Cold War . In Roma draait alles om dat ene personage, het kindermeisje Cleo, in een gegoed middenklassegezin in de wijk Roma in Mexico-Stad, die door de camera op de voet wordt gevolgd.

In Cleo, zeer naturel gespeeld door de debutant Yalitza Aparicio, worden alle kinder- en dienstmeisjes van de wereld belichaamd. Hun lage plaats in de hiërarchie van zo’n gezin, hun permanente geploeter in en rond het huis, hun eindeloze geduld, hun probleem om iets van een gelukkig privéleven op te bouwen, hun absolute anonimiteit. De vergeefsheid van haar bestaan wordt gesymboliseerd door de dagelijkse portie hondendrollen die ze op de binnenplaats moet opruimen en die ze volgens haar baas te lang laat liggen.

De grootste verdienste van Cuarón is dat hij geen karikatuur van dit middenklassemilieu heeft gemaakt. Cleo wordt over het algemeen goed behandeld door de moeder van het gezin – die steunt Cleo zelfs als ze grote emotionele problemen krijgt. Maar Cleo beseft terdege dat ze voor een dubbeltje geboren is – niet minder, maar zeker ook niet meer.

Ze aanvaardt haar lot; de protesten ertegen – zie de neergeslagen studentendemonstratie – beziet ze meer met verbazing dan met instemming. Toch behoudt ze haar waardigheid en ook een zekere trots; ze weet dat ze moeilijk misbaar is. Omdat tussen de echtelieden – haar bazen – veel misgaat, wordt haar rol steeds belangrijker.

Het schijnt dat Cuarón Cleo heeft gemodelleerd naar een kindermeisje uit zijn eigen jeugd in Roma. Zelf zag ik in Cleo veel terug van het dienstmeisje dat ik in mijn eigen jeugd heb meegemaakt. Ze kwam op vaste dagen, een of twee keer per week, ze werkte keihard zonder te klagen, haar privéleven bleef schimmig (ze woonde bij haar ouders en had vermoedelijk nooit een relatie van betekenis), ze werd door mijn ouders weliswaar vriendelijk bejegend, maar haar arbeidsrechtelijke positie was zwak, ze hield zich zoveel mogelijk op de achtergrond.

Als kind ben je je niet bewust van al die aspecten van iemands bestaan, ook al groei je met haar op. Pas later besefte ik hoe zwaar haar leven moet zijn geweest, alleen al doordat ze elke dag door weer en wind een kilometer of dertig naar haar werkadressen moest fietsen.

Mijn schoonmoeder werkte in de jaren twintig (Roma speelt zich af in 1971) als dienstmeisje in een rijk gezin in ‘de stad’; net als Cleo was ze afkomstig van het platteland en woonde ze bij het gezin in. Onder het huispersoneel heerste een zekere hiërarchie: mijn schoonmoeder kookte en serveerde de maaltijden, andere meisjes, lager in de pikorde, waren er vooral voor het poetswerk.

Ik heb mijn schoonmoeder nooit horen klagen over deze werkgever. De Cleo’s van de vorige eeuw deden wat van hen verlangd werd. Dat was veel – te veel voor te weinig zekerheid en te weinig geld.