Sturen is er niet bij tijdens de koers in je woonkamer

NK Zwift Op bezoek bij Paul de Haan, een van de favorieten voor het Nederlands kampioenschap Zwift, software waarmee wielrenners het zondag op een hometrainer virtueel tegen elkaar opnamen.

Paul de Haan nam zondag in de woonkamer van zijn appartement in Groningen deel aan het NK Zwift. Zijn vader Bert (foto rechtsonder) zorgde voor de koffie en de bidons.
Paul de Haan nam zondag in de woonkamer van zijn appartement in Groningen deel aan het NK Zwift. Zijn vader Bert (foto rechtsonder) zorgde voor de koffie en de bidons. Foto’s Siese Veenstra

Paul de Haan (28) snuift nog één keer het snot zijn neusgaten uit, door het wagenwijd openstaande raam van zijn appartement op tweehoog zo de Groningse Tuinbouwstraat op, maar de fluim kan ook aan de vensterbank zijn blijven kleven, of aan de radiator. Kan hem het verrotten. Hij woont er alleen en bovendien moet de ballast overboord zodat de luchtwegen vrij zijn voor de krachtsexplosie die aanstonds is.

Er zijn avonden dat hij de ramen moet lappen nadat hij zich vanuit zijn tweekamerappartement weer binnenstebuiten heeft gekeerd op zijn Elite Turbo Muin Fluid Direct Drive Trainer. Het apparaat, waar hij het achterwiel en de ketting van zijn racefiets op heeft gemonteerd, staat pontificaal in zijn woonkamer, op veertig centimeter van zijn tv, met naast hem een salontafeltje met energierepen en bidons met sportdrank. De ventilator aan de andere kant zorgt voor verkoeling, maar de slijmvliezen gaan bij kamertemperatuur toch tegensputteren als de hartslag richting maximaalwaarden kruipt.

Als op zijn tv-scherm een bordje aangeeft dat de finish op 300 meter ligt, begint Paul te snuiven. Zijn handen knijpen zo hard om weerszijden van zijn stuur dat zijn knokkels wit uitslaan. Hij grimast, het zweet gutst op zijn hoogpolig tapijt, zijn rug bolt als een kat in het nauw.

Zijn vader roept „kom op jong”, terwijl de digitale coureur die zijn zoon moet voorstellen in het midden van het tv-scherm op de pedalen is gaan staan en over een virtuele asfaltweg op een finishboog afstormt. Een metertje links loopt op tot 1.500 Watt, het vermogen dat Paul duwend op zijn trappers ontwikkelt. Een voor een haalt hij zijn tegenstanders in, hij rijdt vierde, derde, tweede, en vlák voor het passeren van de lijn springt de klassering op ‘1st’. Dan is de wedstrijd voorbij. Een oerkreet vult het appartement in het Noorderplantsoen, waar deze zondag geen mens op straat is. Het lijkt dat De Haan gewonnen heeft en een jaar de digitale driekleur in bezit heeft.

Hopen op World Cup League

De derde Nederlands kampioen op Zwift, een gameachtig softwareprogramma waarmee wielrenners het op een hometrainer gekoppeld aan een vermogensmeter met Bluetooth tegen elkaar opnemen, mag net als de winnaar van vorig jaar hopen op uitnodigingen voor de CVR World Cup League, in steden als Los Angeles en Vancouver. Daar acteren ‘professionele’ e-bikers, die van digitaal fietsen hun beroep aan het maken zijn – Zwift is sinds de oprichting in 2014 in opkomst. Op dat niveau ontmoeten deelnemers elkaar fysiek in sporthallen of op overdekte wielerbanen, waar ze in rijen achter elkaar op een hometrainer plaatsnemen en zich voor een reusachtig beeldscherm het snot voor de ogen trappen. Sturen is er niet bij, het gaat om hard en lang trappen. Prijzenpotten kunnen soms wel 100.000 dollar bevatten, meer dan bij sommige wielerkoersen in de buitenlucht. Mocht De Haan die kans krijgen, dan zou hij zijn baan als verkoopadviseur van kantoormeubilair best eens kunnen opzeggen.

Vader Bert zorgde voor de koffie en de bidons. Foto Siese Veenstra

De Haan is vooraf een van de favorieten voor de zege bij het NK, want het parcours is niet te zwaar: 60 digitale kilometers met vier keer een klim van 2 kilometer. Die moet hij overleven met zijn 85 kilo zware lijf. In goeden doen moet hij daar zonder kleerscheuren overheen kunnen. De 125 deelnemers aan het open NK zijn gewaarschuwd: als het op een eindsprint aankomt, is Paul zowat onverslaanbaar. Dat blijkt uit de powerfiles die Zwift bijhoudt: daarin worden zijn beste prestaties zichtbaar over één seconde tot twintig minuten. Er zijn niet veel wielrenners van dat gewicht die zoveel piekkracht ontwikkelen als De Haan.

Als zijn concurrenten wat willen deze zondag, moeten ze hem er onderweg op een van die klimmetjes afrijden. Maar hij kan ook rekenen op hulp: De Haan rijdt voor het Dutch Racing Team, een virtuele wielerploeg waar je alleen op uitnodiging lid van kunt worden. Er was vooraf een teambespreking, via Whatsapp en de chatfunctie van Zwift: bij een demarrage van een ploegmaat zouden de andere leden van Dutch Racing de benen stilhouden. Kwam het op een eindsprint aan, dan zou De Haan worden uitgespeeld.

Toen hij vorig jaar voor het eerst ging Zwiften om de winter fit door te komen moest hij eerst steeds lossen. Het grote verschil met buiten fietsen is dat je op Zwift geen moment je benen stil kan houden. Doe je dat wel, dan registreert de trainer geen vermogen meer en zak je weg, terwijl je op straat nog even doorrolt. Hij moest ook léren Zwiften; ontdekken hoe je zonder rijwind toch in iemands slipstream energie kan besparen door er op je scherm pal achter te gaan rijden, uitvogelen dat er een paar seconden vertraging in het programma zit waardoor je bij een demarrage steviger in de achtervolging moet. In het begin vond De Haan er „geen reet aan”; verliezen vindt-ie moeilijk. „Ik zie de dobbelsteen van Mens erger je niet! nog door de kamer vliegen”, zegt vader Bert, die zijn zoon van koffie en bidons voorziet.

Op een goed moment kreeg De Haan toch schik in het Zwiften. Het is ideaal te combineren met een baan of gezinsleven: als hij uit zijn werk komt, eet hij wat, en springt hij op de fiets om een wedstrijdje te rijden. Joakim Pluijmers, de Nederlands kampioen van vorig jaar, maakt vaak ’s ochtends om 6 uur een virtueel rondje, voordat zijn dochters aan de ontbijttafel zitten. En zo heb je wereldwijd zo’n 600.000 Zwifters.

Foto Siese Veenstra

De Haan is een uur onderweg op het NK Zwift als hij met ene Yoeri M. aan de leiding gaat. De twee zijn ervandoor gegaan op een venijnig klimmetje met een stijgingspercentage van 8 procent. Pauls hartritme schiet omhoog naar meer dan 190 slagen per minuut. De Haan is bij die intensiteit nog in staat te praten. Nu en dan veegt hij het zweet uit zijn gezicht, hij puft, maar pijn lijkt hij niet te hebben. Met M. rijdt hij zich 13 seconden los.

Wat doet-ie, verdomme?

Maar ineens loopt de voorsprong terug. Paul begint te schelden. Een ploeggenoot rijdt het gaatje dicht, tegen de afspraken in. „Wat doet-ie, verdomme?”, gevolgd door meer verwensingen. Een kilometer voor de finish is iedereen weer bij elkaar.

Grommend van frustratie bolt De Haan zijn rug. Hij stampt de pedalen zowat door zijn tapijt. Vader Bert heeft zijn smartphone op zijn zoon gericht. Een „JAAAAA” zwermt door de woonkamer, twee seconden later gevolgd door een nog veel intenser „NEEE”. De Haan blijkt tweede te zijn geworden, achter ene Niels Grote Beverborg.

De Haan grijpt naar zijn smartphone, en neemt een gesproken bericht op, gericht aan de gewraakte ploegmaat: „Waarom dééd je dat? Als je ons had laten rijden had ik gewonnen!” De collega antwoordt ontwijkend. Hij reed wellicht voor eigen kansen, want waarom zou hij zich opofferen voor iemand die hij nog nooit heeft ontmoet? De Haan is in alle staten, en zo stapt hij ook onder de douche.

Later op zondag stuurt hij een appje. Niels Grote Beverborg blijkt een triatleet, en is geen lid van wielerbond KNWU, een vereiste om mee te dingen voor de titel. Bovendien reed hij zo weinig Zwift-wedstrijden dat zijn getrapte wattages moeilijk op waarde zijn te schatten. Daarover wordt na afloop op Facebook gediscussieerd. Ziedaar een verbeterpunt van races op Zwift: gegevens als gewicht en wattages zouden vooraf in het echt gecontroleerd moeten worden. De officiële uitslag van het NK wordt later deze week verwacht.