Het waterschap floreert, na jaren van diepe dalen

Verkiezingen Tien jaar geleden dreigde afschaffing van de waterschappen, maar met de klimaatverandering zijn ze weer belangrijk geworden. „De waterschappen zijn sterker dan ooit.”

Foto's: Waternet uit het boek ‘Waterdragers. Werken in onze delta’

‘Ik heb eerst beken rechtgetrokken. En later heb ik ze weer kromgetrokken.” Jack Rombouts (1961) werkt al meer dan dertig jaar bij waterschap Brabantse Delta. Toen hij eind jaren tachtig begon, waren er tien waterschappen in deze regio. Nu nog maar één.

De fusiegolf is maar een van de vele veranderingen die zich de afgelopen decennia hebben voltrokken in ‘waterschapsland’, vertelt Rombouts tijdens een wandeling in het dal van de Mark, een rivier die vanuit Vlaanderen Breda binnenstroomt. Was het tot in de jaren negentig gebruikelijk bochtige rivieren en beken recht te trekken – zodat het water snel kon worden afgevoerd en boeren vroeg en lang hun land op konden om met grote machines te zaaien en te mesten – inmiddels doet het waterschap meer, véél meer. Rombouts: „We vangen muskusratten. We moeten er voor zorgen dat de watergangen in ons gebied niet verstopt zijn en dat oevers niet zijn ingezakt. Er komt weer een spannende tijd aan, straks willen fruittelers in West-Brabant voldoende water hebben om hun fruitbomen te besproeien zodat de bloemen niet door de nachtvorst worden beschadigd.”

Er zijn óók veel plaatsen waar Brabantse Delta de beken en rivieren weer laat meanderen, vertelt Rombouts. „Zo houden we water vast, zorgen we dat er weer verbindingen ontstaan tussen natuurgebieden. Daarmee voorkom je natte voeten in stedelijk gebied, is er voldoende water tijdens droge perioden, én help je de natuur een handje.”

Poelen vol amfibieën

Rombouts, afdelingshoofd onderhoud en muskusrattenbeheer bij het waterschap, kijkt naar een stuw in de Mark, waarlangs een vispassage is aangelegd, compleet met een lokstroom. Hij herinnert zich hoe hij eind jaren tachtig beken in de omgeving van Baarle-Nassau rechttrok en verdiepte, en vervolgens met het vrijgekomen zand natte stukken ophoogde en poelen vol amfibieën moest dichtgooien. „De boer zei: ik heb niks aan die poel. Op dat moment dacht ik eigenlijk al: ik ben niet goed bezig.” Hij heeft de poel dichtgegooid en liet de aanwezige dieren via een sloot ontsnappen. „Maar die poel was weg.”

Inmiddels graaft het waterschap regelmatig poelen. Goed voor de biodiversiteit. Goed voor de recreatie. „Ik hou van de natuur. Ik heb zelfs een poel tegenover mijn eigen woning gegraven.” Het waterschap, zegt hij, heeft „een brede kijk” op water gekregen.

Lees ook het opiniestuk van Jaffe Vink: Woedend water smeekt om ingenieurs

De Groote Zeesluis in Muiden

Door diepe dalen

De waterschappen zijn de afgelopen decennia in politieke discussies door diepe dalen gegaan. Waren er in de jaren vijftig van de vorige eeuw nog 2.600 waterschappen, sommige zo klein als één poldertje en bestuurd door een voorzitter die als boer zelf met de tractor de stuwen en het gemaal bediende, met de mechanisatie van de landbouw en het efficiënt beheer van water in verstedelijkt Nederland werden de waterschappen steeds vanzelfsprekender – als iets waar vrijwel niemand zich meer om bekommerde. Omdat er vrijwel nooit iets fout ging. Omdat de grachten en singels in steden niet meer stonken. Omdat de waterkwaliteit is gestegen door de zuiveringen van de waterschappen. Omdat hoosbuien zeldzaam waren. De waterschappen werden voor lief genomen.

De 21 waterschappen zorgen er voor dat het waterpeil op de goede hoogte blijft. Daarvoor beheren ze niet alleen dijken, maar gebruiken ze allerlei kunstwerken voor het waterbeheer. Van veel kunstwerken is tot op buurtniveau in het Nationaal Georegister terug te vinden waar die zich bevinden. Het gaat om onder meer aquaducten, bodemvallen, duikers, gemalen en sluizen. Op een kaart van bijvoorbeeld de stad Groningen is goed te zien om hoeveel kunstwerken het gaat.

Sinds begin deze eeuw kwam een beweging op gang van mensen die het nut van waterschappen niet meer zagen en vooral niet begrepen waarom je als burger zou moeten stemmen voor een democratisch waterschapsbestuur. Konden de taken van de waterschappen niet even goed door anderen worden overgenomen? Zou dat niet veel geld besparen? Tot ruim tien jaar geleden kon een bestuurder zich individueel kandidaat stellen voor het bestuur, mits je voldoende handtekeningen van sympathisanten had verzameld. De stemming ging per brief. Kon het ouderwetser?

Verschillende politieke partijen eisten opheffing van de waterschappen, vooral na de verkiezingen in 2004 en 2008. Bij die eerste verkiezingen bleek Amsterdammer Hans Bremer zich in zestien waterschappen te hebben ingeschreven als kandidaat en daarbij handtekeningen te hebben vervalst; een fiasco voor de verkiezingen, die trouwens ook een zeer lage opkomst hadden. Vier jaar later was je niet langer verkiesbaar als je niet op een lijst van een partij stond. De opkomst was toen laag, rond de 25 procent.

Nog geen tien jaar geleden, voorjaar 2010, wilden de provincies de waterschappen inlijven om de ‘bestuurlijke drukte’ te verminderen. Enkele maanden later was in het regeerakkoord van het eerste kabinet Rutte te lezen dat voortaan gemeenteraden de waterschapsbesturen zouden kiezen. Twee jaar later stond in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte II dat waterschappen zouden opgaan in vijf ‘landsdelen’, net als de twaalf provincies.

Allemaal niet gebeurd.

Politiek Den Haag besloot de waterschappen te ‘moderniseren’, onder meer door de verkiezingen samen te brengen met die voor de provincies. Waarom iets repareren wat niet kapot is, redeneerde toenmalig VVD-minister Melanie Schultz van Haegen, nadat in 2014 een rapport was verschenen, van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Daarin stond dat de organisatie van het waterbeheer in Nederland juist uitstekend functioneert tegen relatief lage kosten en dat de waterschappen daarin een mondiaal gezien even unieke als essentiële rol spelen. Ze kondigde aan „niks te doen” met de afspraken uit het regeerakkoord.

Tekening Kamagurka

Te snel besluit

„Er is wel vaker discussie over de rol van de overheid. Er is destijds te snel besloten om de bestuurslaag te schrappen”, zegt de voormalige minister nu. Ze werkt tegenwoordig als bestuursvoorzitter van Porticus, een goededoelenstichting van C&A-familie Brenninkmeijer. Schultz van Haegen: „Waterschappen zijn goed functionerende bestuursorganen. Het is goed dat ze over hun eigen geld beslissen, want anders moeten budgetten voor water het in politieke discussies misschien afleggen tegen andere onderwerpen. Zoals in de Verenigde Staten, waar de ramp in New Orleans in 2005 zich kon voltrekken omdat er minder geld ging naar dijken dan naar de inzet van militairen in het buitenland.”

Dat laatste is een terugkerend argument bij veel pleitbezorgers van waterschappen. „We moeten ontzettend blij zijn dat we waterschappen hebben”, zegt Neelke Doorn, hoogleraar ethiek van waterbeheer aan de TU Delft. „Ze hebben ten onrechte een saai, stoffig imago. Je moet er toch niet aan denken dat water moet concurreren met de maximumsnelheid op snelwegen of iets dergelijks? Water heeft altijd een hoge prioriteit.”

Lees ook: Schaf de waterschappen af

Weinig discussie meer

Er is voorafgaand aan deze verkiezingen opmerkelijk weinig discussie over het voortbestaan van de waterschappen, signaleert waterstaatkundige en voormalig dijkgraaf Alfred van Hall. „De waterschappen zijn sterker dan ooit.”

Niet dat de vorige verkiezingen nu zo ontzettend succesvol verliepen; de opkomst was wel iets meer dan 40 procent, maar lager dan die voor de provincies. Veel kiezers vragen zich nog steeds af wat nu eigenlijk de verschillen tussen de partijen zijn. Van Hall: „Je kunt kiezen uit landelijk bekende partijen maar ook uit typische waterpartijen. Dat wringt een beetje.”

Het belang van waterschappen lijkt toe te nemen naarmate het thema klimaatverandering aan belang wint. Want waar zit de meeste kennis van water, met achthonderd jaar ervaring? Wie weet wat verstandig is bij het inrichten van een land in steeds extremer weer? De droogte van vorig jaar heeft bewezen hoe nuttig het werk van de waterschappen is, zegt dijkgraaf Rogier van der Sande van het Hoogheemraadschap van Rijnland, tevens voorzitter van de Unie van Waterschappen. „Mensen ontdekten tijdens die droogte dat het managen van water een vak apart is. Ik hoefde voor het eerst niet uit te leggen wat voor werk ik doe. En het is goed verlopen. De gevolgen van de droogte zijn beperkt gebleven. Weinig mensen hebben er echt last van gehad.”

Toegevoegde waarde

Ten slotte toch wat kritiek. Van Theo Dersjant, de journalist die vijf jaar geleden het vernietigende boek Oud bestuur publiceerde na een jaar lang een waterschap – Rivierenland – te hebben gevolgd: „een wat in zichzelf gekeerde, in communicatief opzicht defensief opererende organisatie”.

Hij is niet van mening veranderd. „Ik bestrijd niet dat de waterschappen belangrijk werk doen. Net als de zorg en het onderwijs. Maar wat is de toegevoegde waarde van deze bestuurslaag? Ik zie het niet. Er wordt gezegd dat als je belasting heft, je ook gecontroleerd moet worden. No taxation without representation. Maar in de praktijk hebben de gekozen leden van het algemeen bestuur weinig te vertellen. Ik zeg: nihil. Als je hun vraagt wanneer ze ooit een voorstel van het dagelijks bestuur hebben weggestemd, dan moeten de meeste bestuursleden twintig jaar terug gaan in de tijd.”

De Ipensloterspuisluis in Amsterdam.

Er valt ook vaak weinig invloed uit te oefenen, zegt Dersjant, want het zijn vaak „ingenieursdossiers en ook nog eens veel Europese regels”. En hebben de waterschappen tijdens de droogte vorig jaar hun nut bewezen? „Niet als bestuurslaag”, meent hij. „De droogte was een uitgelezen kans om te laten zien welke discussies speelden. Maar wat hebben we er over gehoord? Vrijwel niets. Dat is een communicatieve blunder.”

Ach ja, waterschappers moeten niet zo veel van politiek hebben. Het zijn doeners, zeggen ze vaak zelf. Dijkgraaf Van der Sande, die eerder gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland was, is getroffen door het „hechte clubgevoel” onder waterschappers. „Hun inhoudelijke gedrevenheid is enorm. Als het september is, zie ik de glinstering in hun ogen omdat ze denken: we mogen weer, we mogen weer water wegpompen.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Haagse Zaken: Dit doen de Waterschappen en de Provinciale Staten
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.
    • Arjen Schreuder