Opinie

Een mamadag, ik moet er niet aan denken

Rosanne Hertzberger

Ik heb er wel bewondering voor, al die ouders met jonge kinderen die zich aan een ‘mamadag’ of ‘papadag’ wagen. Ik moet er eigenlijk niet aan denken. Niet dat mijn kinderen niet leuk zijn, of lief. Maar gek genoeg kan ik toch een tiental dingen bedenken die ik liever op een dinsdagochtend doe dan op de grond een legokasteel met ze te bouwen. Ik wil op een doordeweekse dag niet de grote Dinosaurus-atlas doornemen. Ik wil het Internet uitlezen over glycogeen synthase kinase 3β in het endometrium. Ik wil mijn nieuwe boekje schrijven, ik wil bijslapen. Dat vooral.

Misschien als ik moeder was geweest in de jaren zeventig, had ik wel een mamadag of twee gewild. Eerst een roedel kinderen baren, die dan de hele dag op straat spelen. Idle parenting, zoals beschreven in het boek van Tom Hodgkinson: wel het gezelschap van je kinderen maar niet die permanente aandacht en energie die op één of andere manier in het moderne ouderschap is geslopen.

Hoe is dat eigenlijk gekomen? Ouders brengen vandaag anderhalf keer zoveel tijd door met hun kinderen dan ouders in de jaren 70 (en toen werkten moeders nog nauwelijks). Een gemiddelde mamadag is, gezellig samen met je anderhalve kind puzzels maken, waterverven, juichen als er een toren staat, koekjes bakken, muziek maken en uiteraard zo ongeveer elk uur een boekje lezen, want dat is goed voor de woordenschat, de veilige hechting, de creativiteit, cognitieve ontwikkeling.

Modern ouderschap is stimuleren, stimuleren, stimuleren. Elke minuut meer aandacht van papa en mama levert weer een paar iq-punten winst op. We leren het van het consultatiebureau en we lezen het op elk ouderschapsblog. Die hersenen die ontwikkelen zich heus niet helemaal zelf.

Het zijn vooral de hoogopgeleide ouders die het „tijdsintensieve ouderschap” hebben omarmd. Dat was een volstrekt onverwacht economisch effect: de mensen die het meeste geld kunnen verdienen zijn het meest geneigd om die waardevolle tijd met hun kinderen door te brengen.

Is die aandacht een diepte-investering? Wetenschappelijk verantwoord handelen? Evolutie? Of gewoon: plezier? Ik vergeet wel eens dat de meeste mensen hun werk niet zo onredelijk leuk vinden als ik. Ik snap het volkomen wanneer mensen kiezen voor een dagje koekjes bakken en puzzels leggen in plaats van een dagje declarabele uren schrijven en winst maken voor een baas. Waarom zou je in vredesnaam naar netwerkborrels gaan, overwerken, en hoger hoger hoger mikken als je gewoon prachtige leventjes kunt leiden met wat minder ambitie tussen de lego? De vraag is niet waarom al die vrouwen zo weinig werken, maar waarom die mannen in vredesnaam zo hard gaan. Idioten zijn het.

Maar er speelt iets anders. Dat is cultuur. Onze nieuwe tijdgeest. Wij lijken, meer dan eerdere generaties, onze kinderen echt het allerbelangrijkste op aarde te vinden. Het heeft niets te maken met hoeveel we om ze geven, puur hoe centraal hun rol is. Hoe urgent die ene plek op dat allertofste kinderdagverblijf is. Hoe we elke dag twintig minuten extra fietsen voor die basisschool die zo’n perfecte match is met het unieke karakter en de energie van jouw vierjarige. Daarom zitten we op de grond legokastelen te bouwen. Omdat onze kinderen dat graag willen. En wij moderne ouders doen veel, heel veel, om onze kinderen gelukkig te maken. Dat is niet altijd zo geweest. Er waren generaties die niet eindeloos werden voorgelezen. De opvoeding, die vroeger vanzelf leek te gaan, kost vandaag een onredelijke hoeveelheid energie. Is dat misschien waarom we zo weinig kinderen krijgen?

Dan nog een laatste vraag. Wat doet deze intensieve ouderschapsstijl met de kinderen? Millenials wordt weleens verweten dat ze sneeuwvlokjes zijn, unieke kwetsbare wezentjes. Maar als ik zo om mij heen kijk is het straks nog erger gesteld met de nieuwe lichting. Die zijn echt volstrekt gewend om permanent in het middelpunt van de belangstelling te staan. Overtuigd dat zij unieke exemplaren zijn. En dat mensen om hen heen alles uit hun handen laten vallen om hen gelukkig te maken. Dat wordt nog een grote teleurstelling straks.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.