Een ‘hele goede morgen’? Liever zegt Buma: we worden bedrogen, mensen

Deze week: een geslaagde spinoorlog van het CDA.

Ofwel: hoe Buma het klimaatakkoord steeds verder weet te ondermijnen.

Politiek is momentenwerk geworden. Snelheid, handigheid, mediawijsheid: alles voor de instant beeldvorming.

Het CDA liet er deze week een knap staaltje van zien.

Dinsdagmiddag kon je nog denken dat staatssecretaris Keijzer (Economische Zaken, CDA) een probleem had.

In december zei ze in de Kamer dat de energierekening dit jaar slechts met honderd euro zou stijgen. De Telegraaf had kort ervoor gemeld dat het driehonderd euro werd. Onzin, vertelde Keijzer, die destijds optrad namens minister Wiebes (VVD). „Laten we elkaar niet bang maken.”

Toen kwam het CBS vorig weekeinde met cijfers die De Telegraaf gelijk gaven.

Maar nog voordat Wiebes dinsdagmiddag in de Kamer verantwoording aflegde, merkte je dat CDA-fluisteraars hier een eigen draai aan gingen geven.

Dit was, hoorde je, de zóveelste keer dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de mist inging.

Het PBL: een cruciaal instituut, omdat het 13 maart, een week voor de Statenverkiezingen, de doorrekeningen levert voor het ontwerp-Klimaatakkoord.

Het basismateriaal voor de zwaarste klus die deze coalitie na de Statenverkiezingen wacht: de vaststelling van een definitief Klimaatakkoord.

Het akkoord waartoe het CDA en een deel van de VVD zich in de formatie met tegenzin verplichtten. Het akkoord waarvan het CDA en een deel van de VVD het liefst af willen.

Maar uitstel, bijvoorbeeld wegens twijfel over de PBL-data, zouden ze ook heel mooi vinden.

En zo belandden we vanaf dinsdagmiddag, mede gedragen door publieke uitlatingen van Omtzigt (CDA) en Buma (CDA), in een discussie over de betrouwbaarheid van het PBL. Een nog jong instituut met een goede academische reputatie, dat in enkele recente prognoses inderdaad de plank missloeg.

Maar in dit geval was er één probleem: die fout in december met de energierekening was op het ministerie van Wiebes en Keijzer gemaakt, zoals Rutte vrijdag beaamde. Niet op het PBL.

Wiebes’ ambtenaren hadden zélf een achterhaalde PBL-prognose uit 2017 slonzig geëxtrapoleerd naar 2019.

Alleen: dit deed er niet meer toe. Door de verplaatsing van de discussie naar het PBL sprak bijna niemand in Den Haag nog over Keijzer (CDA) die in de Kamer namens Wiebes (VVD) kletskoek had verkocht.

De gevolgen waren niet gering. Nieuwe twijfel over de grondslag van het aanstaande klimaatbeleid, en verdere ondermijning van Haagse instituties: ideale omstandigheden voor politici als Baudet en Wilders.

Een hele goede morgen?

Dit was geen incident. In het klimaatdossier heeft het CDA al sinds de vorming van Rutte III een Januskop.

De officiële positie is: wij steunen de formatieafspraken. Wij gaan de normen halen, om te beginnen: 49 procent minder CO2-uitstoot in 2030.

Maar je ziet een voortdurend geschipper. Nadat Wiebes de vijf klimaattafels inrichtte, reageerde de CDA-fractie februari vorig jaar neutraal in de Kamer.

Pas maanden later zette Buma in Elsevier vragen bij de opzet. Eind vorig jaar vertelde hij de Volkskrant dat de gele hesjes zouden moeten meepraten aan de klimaattafels. Toen waren de tafels bijna klaar.

Nog zoiets: de Klimaatwet, die genoemde 49 procent CO2-reductie wettelijk vastlegt, is formeel mede-ingediend door het CDA.

Maar de vertrekkende fractievoorzitter in de Eerste Kamer, Elco Brinkman, noemde de wet vorig jaar in NRC „politieke zelfoverschatting”. En nu de wet voorligt in de senaat, bleek laatst uit de schriftelijke inbreng van zijn CDA-fractie dat de scepsis bepaald niet weg is.

Die inbreng kwam van Joop Atsma, tweede op de kandidatenlijst bij de Eerste Kamerverkiezingen, die al in december afstand nam van het ontwerp-Klimaatakkoord. „Ik ben heel kritisch”, zei hij in De Telegraaf.

Zo bulkt het van de aanwijzingen dat het CDA liever vandaag dan morgen uit de klimaatparagraaf van het regeerakkoord stapt.

Een paar weken terug, rond het CDA-congres, las je overal dat de partij verlangde naar een andere Buma. Een leider die niet alleen onbehagen verwoordt maar ook oplossingen benoemt: hoop.

Je merkte er deze week niets van.

Nu kun je wel degelijk vragen hebben bij de omvang van het voorziene klimaatbeleid: overheden slagen er zelden in zo’n grootschalige hervorming probleemloos in te voeren.

Kijk naar de vorming van het ministerie van Veiligheid en Justitie in 2010 of de hervorming van de Belastingdienst: grote operaties die talrijke politieke crises veroorzaakten, maar die qua omvang kinderspel zijn vergeleken met de energietransitie.

Ook van het Planbureau voor de Leefomgeving wordt rond het klimaatbeleid nogal wat verwacht. Een instituut dat nog geen tien jaar bestaat.

CDA’er Omtzigt wees er deze week op dat het op onderdelen werkt met een privaat model dat niet gepubliceerd kan worden: daar hoort een overheid natuurlijk niet op te sturen. Ook GroenLinks kwam met kritiek op aspecten van de PBL-werkwijze.

Evengoed zijn politieke klachten over planbureaus van alle tijden.

Het CPB is nu redelijk onomstreden, maar bijvoorbeeld in de jaren tachtig klaagde premier Lubbers, die stevig bezuinigde, steen en been omdat het CPB betere resultaten toekende aan het Keynesiaanse alternatief van oppositieleider Den Uyl. Alle modellen zijn betwistbaar – altijd.

Wel speelt iets anders zorgelijks: het ministerie van Economische Zaken en Klimaat – ook de leiding – wekt bij andere departementen, bewindslieden en coalitiepolitici de indruk dat het de zaak niet altijd onder controle heeft.

Zo ontstond na het Vragenuurtje dinsdag, waarin Wiebes de fout met de energierekening erkende, eindeloos gedoe met andere ministeries.

Dat zat zo. Wiebes zei in de Kamer dat de fout met de energierekening negatief was voor de koopkracht.

Maar de kenners wisten: in de prognose die het CPB vorig jaar afgaf, koopkrachtstijging voor 96 procent van de burgers, ging het CPB uit van eigen data over energiekosten. Dus de eerdere fout van EZ zat niet in de voorspelling van het CPB: Wiebes had zich (opnieuw) vergist.

En het duurde vier dagen (!) voordat dit vrijdag van officiële zijde werd bevestigd. Oorzaak was ook, begreep ik, dat de relatie tussen Wiebes en Keijzer wel eens beter is geweest.

Het verklaarde waarom het Nibud, geleid door oud-SP-politicus Vliegenthart, dinsdag al zei dat er met de koopkracht niets aan de hand was, terwijl tot vrijdag in die hele coalitie niemand openlijk tegen de hype in durfde te gaan.

Liever meebuigen dan moed tonen: lafheid als nieuwe norm.

Het schiep de ruimte het PBL dagenlang te ondermijnen, en nu is de vraag of de reputatieschade nog tijdig hersteld kan worden.

Want elke oppositiepartij die 13 maart de PBL-prognoses in twijfel trekt, kan na deze week zeggen: Buma vertrouwt het ook niet.

Mij viel aan het einde van de week dan ook op dat ze in de coalitie nu zelf al praten over een second opinion over het PBL-advies van 13 maart.

Het brengt uitstel van een klimaatakkoord dichterbij – en het illustreerde wat je met slim spinnen op een dinsdag in Den Haag kunt bereiken.

Je wist alleen niet of het CDA de burger die dag daadwerkelijk een hele goede morgen had gewenst. Het klonk eerder als: uitkijken mensen, we worden weer bedrogen.