Opinie

Zo werkt ‘attack politics’

In Europa

Boedapest is volgehangen met posters van Jean-Claude Juncker en George Soros. Eronder de tekst ‘U heeft het recht om te weten wat Brussel bekokstooft’, en de klacht dat Brussel Hongarije migratiequota oplegt; migrantenvisa wil om immigratie te vergemakkelijken; en Hongarije verbiedt om grenzen te bewaken.

Hiermee is het sein gegeven dat premier Orbáns campagne voor de Europese verkiezingen in mei begonnen is. Het betekent ook dat attack politics voor het eerst Europees wordt ingezet.

Wie wil begrijpen hoe attack politics werkt, moet ‘The Unbelievable Story of the Plot Against George Soros’ op Buzzfeed eens lezen. Een eerdere versie verscheen in het Zwitserse blad Das Magazin. Het stuk gaat over twee mannen die in 2013 de haatcampagne tegen Soros bedachten. Zij maakten van de Hongaarse miljardair, bekend als sociaal-liberaal weldoener, ’s lands meest gehate man. Waarom? Om te zorgen dat Viktor Orbán, die zelf ooit op een Soros-beurs in Oxford had gestudeerd, de Hongaarse verkiezingen zou winnen.

Deze twee mannen, de Amerikaanse spindokters Arthur Finkelstein en George Birnbaum, werkten met een simpel idee: als je verkiezingen wilt winnen, moet je in de aanval. Veel kiezers weten op wie ze gaan stemmen. Het is lastig om hen te motiveren op een andere kandidaat te stemmen. Hen demoraliseren is echter makkelijk. Je maakt je politieke opponent zwart, desnoods met leugens, zodat diens aanhangers gaan twijfelen. Sommigen zullen daardoor niet gaan stemmen. Anderen lopen naar jou over. Rejectionist voting, heet dat.

In 1995 werd de Israëlische premier Rabin vermoord. Er kwamen verkiezingen. Gedoodverfd winnaar was de socialist Shimon Peres. De onbekende Likudnik Benjamin Netanyahu, die 20 procentpunten achter lag, contracteerde Finkelstein en Birnbaum. Zij verspreidden overal geruchten dat Peres half Jeruzalem aan de Palestijnen wilde geven. Peres wilde dat helemaal niet, maar elke interviewer vroeg hem ernaar. Al snel ging de hele campagne alleen dáárover. Zo lokte Netanyahu Peres in de val. Hij won met 50,49 procent, een complete verrassing. Hier begon de spectaculaire opmars van Netanyahu.

Na 2003 hielp het duo met haatcampagnes Bulgaarse en Roemeense politici aan de macht. Toen introduceerde Netanyahu hen bij Orbán. Met een keiharde campagne tegen de bureaucratie en buitenlandse investeerders won Orbán in 2010 een tweederde meerderheid. De socialisten hingen in de touwen. Bij de verkiezingen erna was er weinig oppositie meer. Maar Orbán wilde een boksbal. Een monster met mythische macht en liefst een bekend gezicht. Zo kwamen Finkelstein en Birnbaum op Soros. Ze zetten hem neer als joodse geldschieter met geheime agenda’s, die Hongarije wilde verzwakken en overheersen. De campagne deed wonderen. Orbán schoof alles wat tegenzat – de economische crisis, de migratiecrisis – op Soros met zijn ‘tentakels’, en scoorde enorme verkiezingszeges in 2014 en 2018. Wereldwijd begonnen mensen Soros óók te verketteren. „Soros is de perfecte vijand”, zegt Birnbaum in het Buzzfeed-artikel. Soros kon niets doen. Als hij terugvocht, zwengelde hij de geruchtenmachine aan. Als hij de Hongaarse politiek inging, kon Orbán zeggen dat Soros inderdaad op macht belust was.

Birnbaum is een orthodoxe jood. Zijn vader overleefde Auschwitz. Ook Finkelstein, die in 2017 overleed, was joods. Dat hun campagnes tot antisemitische hetzes leidden, deert Birnbaum niet: „Kan ik iemand niet aanvallen omdat hij joods is?”

Juncker weerlegde de aanklachten op de poster meteen. Brussel doet niks geheims, Hongarije stemt gewoon mee, er komen geen migrantenvisa, enz. Tot zover loopt Orbáns strategie dus helemaal volgens plan. Hij heeft Hongarije in zijn zak en wil nu het continent domineren. Europa mag wel uitkijken.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.