De ene uitreiziger is de andere niet

Onderzoek | Jihadisten President Trump dreigt de jihadstrijders in Koerdische kampen vrij te laten als Europa hen niet ophaalt. Hoe groot is de dreiging die uitgaat van Nederlandse Syriëgangers?

Illustratie Fokke Gerritsma, studio NRC

Ze hebben namen en initialen als Thijs B., Victor D. of Marouane B.. Thijs bracht zijn jeugd door tussen ‘kakkers’ met rode broeken en gespschoenen in Rotterdam-Kralingen. Victor bezorgde post in het Overijsselse Salland. Marouane maakte rapmuziek in een buurthuis in Arnhem.

Vanaf 2013 reisden ze, los van elkaar, naar het strijdgebied in Syrië en Irak. Ze overleefden, voor zover bekend, de bombardementen van de coalitie, en de ineenstorting van het Kalifaat. Nu verblijven ze in het gebied rond Idlib, bij Aleppo, of zwerven met andere desperado’s rond in het grensgebied van Syrië en Irak.

Inlichtingendiensten als de AIVD noemen uitreizigers als Thijs, Victor en Marouane ‘een gevaar voor de nationale veiligheid’. Ze kunnen goed met wapens overweg, zijn gruwelijk geweld gewend, en vervuld van haat tegen het Westen. Eerder pleegden uitreizigers aanslagen op het Joods Museum in Brussel (2014) en in Parijs (2015). Nederlandse uitreizigers pleegden tot op heden overigens geen aanslagen in Europa.

Lees ook: Van gewone Rotterdamse jongen tot jihadstrijder

NRC brengt de Nederlandse uitreizigers in kaart. Om wie gaat het? Waar zitten ze? Hoe gevaarlijk zijn ze?

Er zijn, grofweg, vier soorten uitreizigers: overlevers, terugkerenden, reeds teruggekeerden en Syriëgangers die het niet overleefd hebben.

De overlevers (135) in het strijdgebied

Eind december 2018 gaf hij nog een teken van leven. Victor D. (1987) – de voormalige postbode uit Salland – werd toen geïnterviewd door dagblad De Stentor. Hij wilde, bijna zes jaar na zijn vertrek naar Syrië, best terug naar Nederland. Wel zag hij op tegen de gevangenisstraf van meer dan zes jaar. Bij nader inzien besloot hij daarom te blijven, vermoedelijk in het strijdgebied van Idlib in Midden-Syrië, temidden van strijdmakkers. De kans dat hij niet naar Nederland zou terugkeren, schatte hij op 95 procent.

D. behoort tot de selecte groep van, vermoedelijk, enkele tientallen Nederlanders in Syrië en Irak met veel gevechtservaring. D. zat eerst bij IS, daarna bij Al Nusra. De zusterorganisatie van Al Qaeda vond hij effectiever optreden tegen de Syrische dictator Assad, dan IS. „Als jij kunt kiezen tussen PEC Zwolle en Barcelona, is de keuze snel gemaakt”, zei hij in De Stentor.

De geharde overlevers, voor zover niet gevangengenomen, opereren samen met minder ervaren strijders in zowel oude als nieuwe guerrilla-achtige netwerken, en zwerven door de regio (inclusief Libië en Afghanistan). Ze kunnen de strijd elders oppakken, een aanslag voorbereiden, of proberen anderen in Europa of Nederland daartoe aan te zetten, aldus de AIVD in de brochure De Erfenis van Syrië. Deze groep wordt belangrijker na het vertrek van de Amerikaanse militairen, waarschuwde de Amerikaanse legertop onlangs.

Overlevers zijn gevaarlijk omdat ze intensief zijn gehersenspoeld

Overlevers zijn mede gevaarlijk omdat ze intensief zijn gehersenspoeld. Een uitreiziger uit 2013, Jordi de J. uit Delft, vertelde maandag in de Rode Hoed over zo’n ‘brainwash’: „Bij een cursus werd de vraag gesteld: Mag je een aanslag plegen op de Haagse markt, waar ook veel moslims komen? Ja dat mag, luidde het antwoord, want dat zijn geen goede moslims. Ze zijn niet hierheen gekomen om ons te helpen.”

Een ander belangrijk risico belichten de AIVD-rapporten niet: dat overlevers als Victor D. uit het zicht van de diensten raken, contact met vrienden en familie mijden, verdwijnen van Facebook. Tot nu toe gaat het goed, zegt de Leidse hoogleraar contra-terrorisme Edwin Bakker. „De AIVD zegt dat ze goed op de hoogte is. Ik ben geneigd ze te geloven, al was het maar omdat dit een riskante uitspraak is voor een inlichtingendienst.”

Minder gevaarlijk dan de mannelijke overlevers zijn de gezinnen of vrouwen met kinderen, die door het strijdgebied zwerven. Deze week dook ineens een bekende naam op: Meryam, de vrouw van de (overleden) jihadist Jermaine Walters, broer van Jason Walters van de Hofstadgroep. Meryam en haar drie kinderen (van ongeveer zeven tot elf jaar) zouden in het allerlaatste stukje IS-gebied zitten, dat over is rond het Syrische stadje Baghouz.

Zwervend buiten het strijdgebied (40)

Begin deze week kwam in het nieuws dat de Turkse politie in de noordwestelijke stad Bursa vier verdachten heeft opgepakt, onder wie drie Nederlanders, volgens het Turkse persbureau Anadolu.

De vier worden verdacht van betrokkenheid bij IS. Het zou gaan om twee vrouwen en twee mannen. De vrouwen hadden bij hun aanhouding valse identiteitspapieren bij zich, maar bleken een Nederlands-Marokkaanse achtergrond te hebben. Een van de mannen is Nederlands, maar komt oorspronkelijk uit Irak.

Voorbeelden als deze van – mogelijke – terugkeerders in Turkije zijn er niet veel meer. De poorten van Turkije, waardoor veel uitreizigers in 2013 en 2014 naar huis glipten, gingen dicht. De Turkse politie werd actiever. Medewerkers van de AIVD en de NCTV (de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) liepen het consulaat van Istanbul plat om de coördinatie met Turkse diensten te vergroten. Enkelen druppelden er nog door, of gingen via Erbil, het Nederlandse consulaat in Irak, naar huis – begeleid door marechaussees.

De AIVD schat de totale omvang van deze groep op circa veertig. Het gaat om „uitreizigers die niet meer in strijdgebied verblijven”, maar ook nog niet daadwerkelijk zijn teruggekeerd.

Syrië-gangers in de Koerdische detentiekampen met achthonderd gevangen genomen jihadisten, waarover deze week veel te doen was, vallen ook in deze categorie. President Trump dreigde het Amerikaanse aandeel in de bewaking van de kampen te stoppen, waardoor de jihadisten zouden kunnen vluchten. De AIVD publiceert komende week meer informatie over de Nederlandse uitreizigers in deze kampen. Mogelijk gaat het vooral om gezinnen die een goed heenkomen zochten. Zij worden over het algemeen minder gevaarlijk geacht dan de eenlingen die door het strijdgebied zwerven.

Teruggekeerd in Nederland (55)

Laura H. heeft het beeld van de teruggekeerden in Nederland sterk bepaald. De vrouw uit Zoetermeer reisde in 2015 met haar man Ibrahim uit naar Syrië. Daar kreeg ze al snel spijt, en keerde zonder man en met hulp van haar vader terug tijdens een spectaculaire ontsnappingstocht. Ze zat meer dan een jaar vast in de extra beveiligde inrichting in Vught en heeft inmiddels haar leven weer opgepakt.

Maar het zijn niet alleen teruggekeerde vrouwen als Laura die tot deze groep behoren. In extra beveiligde inrichtingen zitten meer dan tien mannen (het OM geeft geen cijfers) vast op verdenking van deelname aan een terroristische organisatie. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om ex-strijders als Reda N. uit Leiden en zijn strijdmakker Oussama O. uit Utrecht. Zij zaten tweeëneenhalf jaar (zomer 2014-eind 2016) in het Kalifaat en vochten mee met IS.

Laura H. deelde haar verhaal met NRC-journalist Thomas Rueb. Lees ook: ‘Vertrekken was de grootste fout van mijn leven’

Reda kwam in het nieuws nadat een BBC- ploeg hem in 2016 in een heropvoedingskamp in Noord-Syrië had geïnterviewd. Hij bleek vooral boos op IS omdat IS mensen als hem en Oussama niet liet gaan. „Het leven daar bevalt me niet”, zei hij over het kalifaat. „Ze zijn slecht voor de mensen. Ze laten niemand weggaan. Mensen die het proberen, worden gepakt en opgesloten. En dan zeggen ze: ‘als je het nog een keer probeert, vermoorden we je’.”

In 2017 waarschuwde de AIVD voor het gevaar van terugkeerders als Reda. „Tegenvallende ervaringen in het strijdgebied leiden er meestal niet toe dat jihadistische denkbeelden de rug worden toegekeerd”, aldus de dienst in de brochure Terugkeerders in beeld.

Deradicaliseringsprogramma’s krijgen slecht vat op deze groep. Treffend voorbeeld is Hardi N. uit Arnhem. Hij deed in 2014 een poging tot uitreizen, werd bij de Turks-Syrische grens tegengehouden, gearresteerd en deed mee aan een deradicaliseringstraject van de reclassering. N. was „positieve stappen aan het zetten”, zei de reclassering. Dezelfde N. werd september vorig jaar aangehouden als spil van een uitgebreid terreurnetwerk.

Naast de recent teruggekeerden, is er een groep van pakweg dertig mannen en vrouwen die nooit of slechts korte tijd heeft vastgezeten. De meesten gingen in 2013 of begin 2014 naar het strijdgebied, zoals de eerder genoemde Jordi de J. uit Delft. Hij houdt tegenwoordig lezingen. De vroege terugkeerders waren veelal mensen die gedesillusioneerd waren over het harde en wrede leven in het kalifaat, of ze keerden terug onder druk van familie. Zo ging in de zomer van 2013 een moeder uit Delft twee jeugdvrienden van haar zoon persoonlijk ophalen in de Syrische regio Idlib.

Een speciale categorie vormen de kinderen van de teruggekeerden. Zij worden opgevangen bij familie of in een pleeggezin omdat hun moeder in de gevangenis zit. Het gaat volgens een ruwe schatting om ongeveer 25 kinderen (van in totaal 175 minderjarigen in het strijdgebied) Kinderen vanaf negen worden door de AIVD ook tot de 315 uitreizigers gerekend.Die groep wordt door de dienst geacht gevechtshandelingen te kunnen uitvoeren.

De kinderen krijgen na terugkeer een behandeling bij De Horizon in Zuid-Holland, gespecialiseerd in jeugdzorg. „Maar we zien negenjarigen of ouder echt niet als terroristen-in-wording hoor”, zegt Ellis ter Beek, hulpverlener bij De Horizon. „We kijken goed naar het kind, naar eventuele trauma’s en wat het kind nodig heeft aan begeleiding.” Of dat in een open of gesloten tehuis gebeurt, hangt van het kind af.

De gesneuvelden (85)

Marouane B., een uitreiziger uit Arnhem (1995), gaf het begin 2018 toe: hij had zijn dood in scène gezet. Om inlichtingendiensten om de tuin te leiden, had de Syriëganger valse informatie over zijn dood verspreid, zodat hij ongezien naar Europa kon terugkeren. Toen media ontdekten dat hij nog leefde, reageerde B. boos dat zijn tactiek was uitgelekt. Het kabinet pakte begin dit jaar zijn Nederlanderschap af.

Ook van ‘dode’ uitreizigers kan dreiging uitgaan, leerde Marouane. Volgens het OM heeft hij gevechtservaring. Ook zou hij hebben gezegd dat hij iemand heeft onthoofd. Marouane is bevriend met twee Arnhemmers die september vorig jaar in Nederland werden opgepakt omdat ze een terroristische aanslag wilden plegen.

Diensten als de AIVD zijn door hun ervaringen met mensen als Marouane terughoudend geworden om uitreizigers als overleden op te geven. Reden waarom het werkelijke aantal doden onder de uitreizigers wel eens veel hoger kan liggen dan de genoemde 85. Sinds oktober 2014, toen meerdere jihadisten tegelijk omkwamen bij Westerse en Russische bombardementen, werd identificatie heel moeilijk. Er was vaak geen metgezel die de dood van een strijdmakker kon bevestigen.

De zelfmoordactie, november 2014, van de 19-jarige Maastrichtenaar Sultan Berzel op een plein in Bagdad, werd bevestigd met een DNA-match vanuit Nederland. Berzel is verantwoordelijk voor 23 doden en tientallen gewonden. Hij geldt als de enige massamoordenaar uit de recente Nederlandse geschiedenis. Voor de aanslag droeg hij een bomgordel bij zich met spijkers, kogellagers, schroeven en moeren.

Aan de overleden uitreizigers kleeft nog een ander risico: mythevorming onder volgelingen die wraak willen nemen. In deze categorie valt Abdelkarim El A. uit Arnhem. Hij riep in 2014 volgelingen in een videoboodschap op om „een stevige daad” in Nederland te plegen. Zijn dood door een luchtaanval werd september 2015 bevestigd in een speciaal voor hem gemaakte propaganda-video van Al Qaeda.

De video van 16 minuten circuleert op internet onder aanhangers, ook in Nederland. El A. was een van de weinige Nederlanders die het schopte tot commandant van een gevechtseenheid. „Sommige jongemannen bewonderen Abdelkarim om zijn daden en vinden hem een held”, schrijft hoogleraar Bakker in een boek over uitreizigers als Abdelkarim: „In hun ogen is hij een martelaar die zeker een plaats in het paradijs heeft verdiend.”

Lees ook het opiniestuk: Hou controle over jihadstrijders