Woningen Amsterdam massaal als losse kamers verhuurd

‘Verkamering’ De Amsterdamse Rivierenbuurt kampt met een enorme instroom van jonge woningdelers. „Dit tast de leefbaarheid aan.”

De Trompenburgstraat in de Rivierenbuurt.
De Trompenburgstraat in de Rivierenbuurt. Foto Nick Somers

Bijna dertig jaar woont Els Borgesius al in de Hunzestraat, in een rustig hoekje van de Amsterdamse Rivierenbuurt. Haar dochter groeide er op, tegenwoordig wonen Els en haar man Theo er met z’n tweeën.

Het is er goed wonen: mooie, lichte vierkamerappartementen uit de jaren twintig met suite, tegen een betaalbare huur. De huisbaas, Boersma Vastgoed, onderhoudt het woonblok uitstekend. „De buren kennen elkaar en helpen elkaar indien nodig.”

Er is alleen één probleem: sinds een jaar of twee is de populatie van Borgesius’ woonblok aan het veranderen. In hoog tempo. Eigenaar Boersma verhuurt vrijgekomen woningen niet langer aan gezinnen of alleenstaanden, maar deelt ze op in vier losse kamers, die apart verhuurd worden. Het gevolg: een enorme instroom van jonge woningdelers. Van de 42 appartementen van Boersma aan de Hunzestraat, Rijnstraat en Trompenburgstraat zijn er inmiddels 28 ‘verkamerd’, zo becijferde Borgesius. Ook beneden haar woont sinds kort een clubje woningdelers – het derde appartement in haar portiek.

Ingrijpende gevolgen woongenot

De verkamering in de Hunzestraat heeft ingrijpende gevolgen voor het woongenot van de oorspronkelijke bewoners. „Met name in de zomer staan er ’s avonds voortdurend mensen op het balkon te kletsen, te bellen, te roken. Of er is een feestje. De binnentuin werkt als een koker van geluid.” In het weekend komen Borgesius’ portiekgenoten één voor één thuis van een avondje stappen. „Dat hoor je allemaal.”

Wat in de Hunzestraat gebeurt, is volkomen legaal. Sinds eind 2017 is het veel gemakkelijker om een appartement op te delen in vier of meer ‘onzelfstandige woonruimten’. Als de woningen voldoen aan een aantal voorwaarden (gemeenschappelijke ruimte, geluidsisolatie), krijgen huiseigenaren zonder dralen een vergunning. Het stadsdeel controleert vooraf niet of aan de voorwaarden is voldaan. „Boersma heeft helemaal niets gedaan aan geluidsisolatie”, zegt Borgesius.

Wethouder Laurens Ivens (Wonen, SP) besloot destijds tot deze versoepeling om de woningnood onder jongeren in Amsterdam tegen te gaan en een eind te maken aan de wijdverspreide praktijk van illegale verkamering.

Maar de echte winnaars van deze beleidswijziging zijn de huiseigenaren, blijkt nu. Het opdelen van appartementen is een lucratieve zaak: met minimaal 600 euro huur per kamer is de opbrengst zeker twee keer zo hoog als bij een zelfstandige woning. Huurders zijn zo gevonden op de oververhitte Amsterdamse woningmarkt.

Vergunningen vliegen de deur uit

En dus vliegen de vergunningen de deur uit. In de eerste drie kwartalen van 2018 gaf de gemeente 829 keer toestemming om een woning te verkameren. Voor 2019 gaat dat aantal vermoedelijk nog hoger uitpakken: alleen al in de afgelopen maand werden er 162 vergunningen verstrekt. Van de Amsterdamse wijken is de Rivierenbuurt een van de koplopers in verkamering, met gemiddeld zo’n tien verstrekte vergunningen per week.

Dat moet stoppen, vindt Borgesius. Onlangs luidde ze samen met andere buurtbewoners de noodklok bij een vergadering van de gemeenteraad. De nieuwe bewoners in haar blok neemt ze niets kwalijk: het zijn over het algemeen vriendelijke twintigers met een baan, geen lawaaiige studenten. „Onze nieuwe benedenburen zijn zich netjes komen voorstellen, en laatst waren ze ook op de buurtborrel. Toen we een keertje klaagden over harde muziek, hebben ze zelfs de subwoofers weggehaald.”

Maar het hoge tempo van de verkamering tast volgens Borgesius de leefbaarheid en sociale cohesie van haar buurt aan. „Huurwoningen voor gezinnen verdwijnen, de middeninkomens worden de stad uitgejaagd.”

Lees ook: Woningdelen zonder vergunning: het gebeurt massaal in Amsterdam

Wethouder Ivens beaamt dat de verkamering in Amsterdam „de spuigaten uitloopt”. Maar als wethouder, zegt hij, heeft hij óók de belangen te dienen van jongeren die op zoek zijn naar woonruimte. „Er moet meer betaalbare woonruimte komen voor jongeren én er wordt te veel verkamerd. Het is allebei waar.”

Ivens werkt aan strengere regels voor het onzelfstandig maken van woonruimte, die per 1 januari 2020 zouden moeten ingaan. Hij denkt daarbij aan quota per straat of buurt. En per direct een moratorium instellen op het verstrekken van vergunningen, zoals Borgesius en andere buurtbewoners voorstellen? Dat gaat niet, zegt Ivens. „Ik kan niet de rechten van Amsterdammers intrekken. Ook niet van huiseigenaren.”