Opinie

Welke sukkel bekent iets wat hij niet heeft gedaan?

Harald Merckelbach

Dat iemand een misdaad kan bekennen waaraan hij part noch deel had, botst frontaal met onze intuïtie. Toch: Amerikaanse juristen houden sinds 1992 een bestand bij van veroordeelden die op grond van nader DNA-onderzoek onschuldig bleken te zijn. De teller staat op 350 gevallen; 30 procent had een valse bekentenis afgelegd die hen voor jaren achter de tralies bracht. Je bent geneigd om te denken dat het verwarde sukkels zijn, maar in het Amerikaanse bestand zitten ook gewone burgers die op enig moment schuld bekenden aan een misdrijf dat ze nooit pleegden.

Waarom valt het ons moeilijk om te geloven dat zoiets bestaat? Het heeft te maken met onze overtuiging dat wat mensen zeggen voortvloeit uit hun soevereine binnenwereld en niet is ingegeven door de omstandigheden. Maar dat die omstandigheden beslissend kunnen zijn, toonde mijn New Yorkse collega Saul Kassin zo’n twintig jaar geleden met een simpel experiment aan. Het kwam erop neer dat zijn proefpersonen – studenten – achter een computer zaten en letters moesten intikken die een assistent voorlas. Kom nooit aan de alt-toets, want dan loopt de computer vast en ruïneer je het experiment, werd hen verteld. De proefpersonen gingen aan het werk en even later was er dan toch een (in scène gezette) computercrash. Kassin eiste van de proefpersonen dat ze een schuldbekentenis zouden tekenen. De strekking ervan was dat ze de verboden toets hadden aangeraakt (terwijl dat niet zo was). Als je dat experiment zo aan mensen beschrijft en vraagt of zij zelf een handtekening zouden zetten, zeggen de meesten dat onder geen beding te doen. Maar Kassin vond dat zijn proefpersonen wél tekenden, vooral als ‘vals bewijs’ in stelling werd gebracht door de assistent te laten beweren dat hij met eigen ogen zag hoe de proefpersoon de verboden toets aanraakte.

Naïef

Toen ik voor het eerst over Kassins experiment las, haalde ik mijn schouders op. Amerikaanse studenten zijn naïef, dacht ik. Mijn collega’s en ik herhaalden daarom het experiment met Nederlandse studenten. En ja hoor, we vonden hetzelfde: een meerderheid tekende netjes de schuldverklaring. Sommige proefpersonen gingen in hun eigen bekentenis geloven. Ze zeiden dat soort dingen als: ik ben hyper omdat ik te veel koffie heb gedronken en daarom raakte ik die toets aan. De behoefte van mensen om aan zichzelf en anderen dingen uit te leggen, is onbedwingbaar.

Toen dachten we: in het psychologisch laboratorium hangt er nauwelijks een prijskaartje aan zo’n valse bekentenis en daarom zijn ze daar zo makkelijk uit te lokken. Dus voerden we experimenten uit waarin we proefpersonen wijsmaakten dat er forse nadelen aan een bekentenis zaten: een schadevergoeding betalen van 250 euro bijvoorbeeld. Nog steeds waren er die tekenden.

De Amerikaanse politie verstaat de kunst om via vals bewijs verdachten een bekentenis in te rommelen. Hoe zit dat in ons land? Ik heb in de afgelopen jaren wel voorbeelden gezien van Nederlandse rechercheurs die tijdens de verhoren op subtiele wijze met vals bewijs schermen. Neem deze: wat zou u zeggen als we u vertellen dat getuigen u op de plaats delict hebben gezien (terwijl zulke getuigen er niet zijn)? Een door urenlange verhoren uitgeputte verdachte ziet deze hypothetische vraag makkelijk aan voor een feitelijke mededeling die dringend uitleg behoeft.

Wankelend alibi

Is er eenmaal een bekentenis, dan ontstaat een nieuwe dynamiek. Met een bekentenis in de hand kan de politie namelijk een alibi aan het wankelen brengen: u zegt dat u met de verdachte op dat tijdstip koffie dronk, maar de verdachte heeft zelf bekend dat hij toen op de plaats delict was; hoe kan dat? Daarmee geconfronteerd zullen alibi-verschaffers eerder twijfelen aan hun eigen geheugen (hebben we die avond wel koffie gedronken?) dan aan de bekentenis van de verdachte. Want ook zij geloven dat valse bekentenissen niet bestaan.

Sinds enige tijd wordt in ons land een politiemethodiek gebruikt die te boek staat als mr. Big. Daarbij doen agenten zich voor als zakenmensen en pappen ze aan met de verdachte, zogenaamd om hem te betrekken bij lucratieve transacties. De verdachte wordt allerlei fraais in het vooruitzicht gesteld, maar eerst moet hij wel nog te biecht gaan bij de grote baas, mr. Big. Zodat de Organisatie niet voor onaangename verrassingen komt te staan. Dat je met de misleidingstactieken van mr. Big criminelen kunt laten bekennen, staat vast. Dat ze ook onschuldigen tot een valse bekentenis kunnen verleiden is eveneens gedocumenteerd, maar daar hoor je de pleitbezorgers van mr. Big zelden over. Het probleem hier is dat je enkel ziet dat er een bekentenis op tafel ligt, niet onder welke omstandigheden ze tot stand kwam. Terwijl de moraal van Kassins onderzoek is dat die omstandigheden er wezenlijk toe doen. En nu maar hopen dat rechters dit scherp op hun netvlies hebben staan.

Harald Merckelbach is hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht.
Lees over de Mr Big-methode: Mr Big laat ook een onschuldige bekennen