Opinie

Wat Franse gele hesjes delen met separatisten in Oekraïne

Zoals gele hesjes gekant zijn tegen de globalisering, ziet Hubert Smeets, zo koesterden lager opgeleide Donbas’ers wantrouwen tegen de vreemde EU.

Hubert Smeets

In terugblikken op de Oekraïense revolte, die exact vijf jaar geleden haar climax bereikte, gaat het vaak om rechtsstatelijke waarden en geopolitieke normen. De vraag is dan: heeft de EU zich verslikt in de hervormingsgezindheid in Oekraïne en de imperiale pretenties van Rusland?

Een andere kwestie komt minder aan de orde. Ging het in 2014 louter om een politieke keuze voor West of Oost? Nee, er was ook een sociaaleconomische en culturele voedingsbodem voor zowel de Euromaidan als de gewapende opstand daartegen. Net als elders in de postindustriële wereld was ook de Oekraïense economische basis sinds begin deze eeuw ingrijpend aan het veranderen. Die metamorfose leidde tot nieuwe breuklijnen.

In de aanloop naar de Euromaidan was de klassieke industrie in Oekraïne gestaag minder belangrijk geworden voor het nationaal inkomen: van 32 procent in 2007 tot 23 procent in 2014. Landbouw en diensteneconomie wonnen terrein. De primaire sector groeide van 7 procent tot 12 procent. Hoofdstad Kiev nam een vijfde van de economie voor haar rekening.

Deze trend raakte de kolen- en staalprovincies in de Donbas. De oostelijke mijnstreek verloor zijn status als economische motor. In 2010 waren Donetsk en Loehansk goed voor 26,6 procent van de industriële productie. In 2014 was dat gedaald tot 19 procent. Ook qua export (buitenlandse valuta) boette de Donbas ten opzichte van de rest van Oekraïne aan betekenis in: van 32,6 procent in 2010, toen Janoekovitsj tot president werd verkozen, tot 19,2 procent in 2014, het jaar waarin zijn opvolger Porosjenko te paard kwam zitten.

Ook in de culturele demografie werd de opmars van nieuwe werelden zichtbaar. Toen de Euromaidan losbarstte, was een derde van de 45 miljoen Oekraïners tussen 18 en 35 jaar oud , dat wil zeggen zonder staatssovjetcommunisme getogen. Deze ‘onafhankelijke’ generatie was ook beter opgeleid. Een kwart had na de middelbare school nog een vervolgopleiding genoten, een verdubbeling ten opzichte van 1991.

Deze relatieve neergang zette kwaad bloed in het oosten, waar men zich in de Sovjettijd de arbeiderselite had gevoeld. Subsidies uit Kiev, afgedwongen door de kolen- en staaloligarchen uit Donetsk, hadden de toorn echter lang verzacht. Maar met de Euromaidan leek ook daaraan een einde te komen.

Doemt hier een associatie met de gele hesjes in Frankrijk op?

Vijf politicologen uit Grenoble hebben recent de sociale basis van deze Franse revolte onderzocht. Driekwart der gele hesjes is ouder dan 35 jaar en heeft een precaire positie: met een zzp’achtig bedrijfje of als onderhorige werknemer. Kortom, de gele hesjes zijn de stoottroepen van een lagere middenklasse die niet meekomt in de vaart der volkeren.

Zoals gele hesjes gekant zijn tegen de globalisering van de economie, zo koesterden veel lageropgeleide Donbas’ers wantrouwen tegen de vreemde EU. De Russische militaire interventie in de zomer van 2014 deed de rest.

De voedingsbodem die in de Donbas leidde tot gewelddadig separatisme – de behoefte van een stagnerende arbeidersklasse om wraak te nemen op de nieuwe postindustriële elite – is niet per se exclusief Oekraïens. Die voedingsbodem moet ook ons dus te denken geven.

Vandaar dat de Litouwse EU-ambassadeur Jovita Neliupsiene in deze krant zei: Kennelijk beseffen West-Europeanen nog altijd niet dat ook hun eigen democratieën kwetsbaar zijn.”

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.